nieuws

Van bejaardenoord naar seniorencomplex

bouwbreed

Veel verzorgingshuizen maken zich zorgen over de toekomst. Ze constateren dat langer thuis blijven wonen in de mode is. En er komen rijke en assertieve ouderen die niet meer genoegen nemen met de geboden huisvesting. Daarbij horen ze dat de regering het aantal plaatsen wil doen afnemen. Meer dan de helft van de bewoners zou […]

Veel verzorgingshuizen maken zich zorgen over de toekomst. Ze constateren dat langer thuis blijven wonen in de mode is. En er komen rijke en assertieve ouderen die niet meer genoegen nemen met de geboden huisvesting. Daarbij horen ze dat de regering het aantal plaatsen wil doen afnemen. Meer dan de helft van de bewoners zou thuis kunnen blijven.

Natuurlijk kunnen mensen thuis wel zeer eenzaam zijn, maar voor eenzaamheid moet de zorg niet opdraaien, is een mantra dat op congressen doorklinkt. En de activiteiten behoren door de gemeenten als welzijnswerk georganiseerd en betaald te worden. Het zijn buurthuisactiviteiten en is geen zorg.

Babyboomers

Het beeld dat verzorgingshuizen luxe zijn is aan het einde van de jaren �60 bewust in het leven geroepen: men had huizen nodig voor de babyboomers die een gezin stichtten; als de oude mensen naar een verzorgingshuis gingen dan bleef er een mooi huis achter. In het bejaardenoord zoals het verzorgingshuis toen genoemd werd, kregen de bejaarden (65-plussers) een hotelhuisvesting: een kamertje met sanitair en op de begane grond was een lobby: een receptie en een recreatiezaal. In de recreatiezaal werden door vrijwilligers koffie geschonken en activiteiten georganiseerd zoals zingen van oude liedjes. Voor de mannen was een biljart aanwezig. Eten konden de mensen op hun kamer of in de recreatiezaal krijgen. Mensen uit de buurt konden aan de recreatieactiviteiten en aan de maaltijden deelnemen.Dit beeld klopt helaas niet meer. Het aantal plaatsen is afgebouwd van 160.000 naar circa 100.000.

Het verzorgingshuis is echt een zorginstelling uit de AWBZ geworden waarbij de opname beperkt wordt tot geïndiceerde �cliënten� met behoefte aan een therapeutisch leefklimaat en/of beschermde leefomgeving. De bewoners zijn ouder en meer zorgbehoeftig. Van de verzorgingshuisbewoners is 90 procent niet in staat om de regie over zijn eigen leven te voeren en kan dus niet zelfstandig wonen. Door het grote tekort aan verpleeghuisplaatsen, blijven mensen die zware zorg nodig hebben in het verzorgingshuis. Bovendien is de privacy in verpleeghuizen nog steeds zodanig slecht dat mensen proberen zolang mogelijk uit het verpleeghuis en dus in het verzorgingshuis te blijven. De verzorgingshuizen hebben hierop ingespeeld door kamers om te vormen tot verpleeghuisafdelingen. In sommige van deze afdelingen kan alle zorg gegeven worden; in andere afdelingen slechts de lichte vorm van zorg en ontbreken bijvoorbeeld de mogelijkheden van een loopcircuit, van doorlopende bedverpleging of van beademing.

Op het moment heeft 30 procent van alle verzorgingshuisbewoners een indicatie voor verpleeghuis (verblijf: permanent toezicht).

De Gezondheidsraad gaf in 2002 aan dat gezien de vergrijzing bij gelijkblijvende indicatie het aantal verpleeg- en verzorgingshuisplaatsen per jaar met 1.300 moet groeien de eerstkomende 10 jaar. Dit duidt op een gouden toekomst van verzorgings- en verpleeghuizen. Echter in plaats van te groeien is het aantal plaatsen het afgelopen jaar afgenomen. Desondanks namen de wachtlijsten af: voor verpleeghuizen met 27 procent en voor verzorgingshuizen met 16 procent. Dit lijkt erg tegenstrijdig.

Wel is duidelijk dat de indicaties verscherpt zijn, dat niet meer bezien wordt of instellingszorg doelmatiger (goedkoper) is dan thuiszorg en dat het scheiden van wonen en zorg doorzet. Bestaande verzorgingshuizen vinden hun huisvesting niet meer voldoen en vinden ook de normen voor nieuwbouw te laag. Zij maken een plan waarbij het huidige verzorgingshuis vervangen wordt door een seniorencomplex bestaande uit: luxe koopappartementen; senioren- en gehandicaptenwoningen (flats voor 55-plussers) die drempelloos zijn, geschikt voor rolstoel- en rollatorgebruik en waar thuiszorg (geen verzorgingshuiszorg) geleverd kan worden; zorgappartementen (appartementen waarbij de bewoners niet de gang voor die woningen kunnen verlaten en dus een soort licht permanent toezicht aanwezig is) voor licht demente mensen en/of verstandelijk gehandicapten; een buurthuis- of dagbestedingsruimte, waar ook gegeten en biljart kan worden; een huisartsencentrum, eventueel met apotheek; enkele winkels.

De verzorgingshuiscliënten komen te wonen in seniorenwoningen. Tenzij zij een verpleeghuisindicatie hebben, dan krijgen zij een zorgappartement. Bovenop het aantal verzorgingshuisplaatsen wordt zo�n 30 procent meer woningen gerealiseerd. Deze woningen worden verhuurd aan mensen die geen verzorgingshuisindicatie hebben.

De verkoop van de luxe appartementen maakt extra investeringen mogelijk en de extra investering omvat een glazen passage of hal die tussen de seniorenwoningen gelegen is. Een woning is minimaal 70 tot 86 vierkante meter, dus aanzienlijk groter dan de norm van een verzorgingshuisappartement van 45 tot 49 vierkante meter. Omdat in zo�n levensloopbestendig complex de bewoners steeds ouder worden, en dus zorgbehoeftiger, ligt het in de verwachting dat deze complexen verworden tot grote verzorgings- en verpleeghuizen.

Bij complexen waar veel zorgbehoeftige ouderen wonen, zullen geen jonge senioren gaan wonen. De levensloopbestendige complexen lijken dus een slimme manier om nieuwe verzorgingshuizen te realiseren met een woonoppervlakte die dubbel zo groot is als gebruikelijk. En de bewoners van het seniorencomplex komen qua zorgzwaarte nu weer overeen met de vroegere bewoners van het bejaardenoord. Ik ben benieuwd hoe men over 30 jaar tegen deze complexen aankijkt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels