nieuws

Staalprijsverhogingen

bouwbreed

In het artikel �Raad van Arbitrage spaart aannemer� in Cobouw van 25 augustus 2004 (nummer 154) heeft mr. Herber de uitspraak van de Raad van Arbitrage (RvA) besproken waarin een staalleverancier jegens de hoofdaannemer bijbetaling vorderde vanwege de extreem gestegen staalprijzen. Ondanks het gegeven dat tussen partijen vaste prijsafspraken waren gemaakt, diende de aannemer het […]

In het artikel �Raad van Arbitrage spaart aannemer� in Cobouw van 25 augustus 2004 (nummer 154) heeft mr. Herber de uitspraak van de Raad van Arbitrage (RvA) besproken waarin een staalleverancier jegens de hoofdaannemer bijbetaling vorderde vanwege de extreem gestegen staalprijzen.

Ondanks het gegeven dat tussen partijen vaste prijsafspraken waren gemaakt, diende de aannemer het leeuwendeel van de prijsstijging aan de staalleverancier te voldoen. De aannemer heeft op haar beurt, met succes, haar opdrachtgeefster aangesproken en kreeg de aan de staalleverancier gedane betalingen volledig vergoed. Mr. Herber stelde zich op het standpunt dat vanwege de staalprijsstijging de aanneemsom slechts met 0,3 procent was verhoogd en dat deze prijsstijging, in het kader van paragraaf 47 UAV, “bezwaarlijk als een aanzienlijke kostenverhoging van het werk kon worden gezien”.

Bij de bespreking van bovengenoemde uitspraak zijn door mr Herber twee dingen onderbelicht gebleven. Ten eerste betrof het door de RvA toegekende bedrag een vergoeding voor de prijsstijging over het in de maanden maart en april 2004 geleverde wapeningsstaal. De prijsstijging over het gehele werk is dus aanmerkelijk groter dan de door mr Herber gestelde prijsstijging van 3 procent voor de staalleverancier en 0,3 procent voor de aannemer. Ten tweede zal de RvA zich in de onderhavige zaak verder uitlaten omtrent de vergoeding voor de overige maanden dat het werk voortduurt. Een einduitspraak in het onderhavige geschil is waarschijnlijk niet eerder dan eind 2004 te verwachten.

Vanwege paragraaf 47 UAV �89 heeft een aannemer aanspraak op bijbetaling indien er sprake is van kostenverhogende omstandigheden welke niet waren te voorzien en niet aan de aannemer zijn toe te rekenen.

De kostenstijging moet bovendien aanzienlijk zijn. Over het gehele project berekend, inclusief verwerken, veroorzaken de staalprijsstijgingen voor de staalleverancier een kostenverhoging van ongeveer 32 procent. (mits de staalprijzen op het huidige niveau gehandhaafd blijven) De totale aanneemsom wordt, gelet op het bovenstaande, verhoogd met ruim 3 procent. Gezien de jurisprudentie wel degelijk een �aanzienlijke� kostenverhoging. Een dergelijke prijsstijging kan dan ook redelijkerwijs niet volledig voor rekening van de hoofdaannemer komen.

Opmerkelijk aan de onderhavige uitspraak is wel dat de hoofdaannemer, vooralsnog, volledig buitenschot blijft. De RvA bepaalde ten aanzien van de verplichting van de aannemer tot het betalen van de prijsverhogingen, dat 10 procent van de oorspronkelijk staalprijs, als ondernemersrisico, voor rekening van de staalleverancier kwam. In de relatie aannemer opdrachtgever is vervolgens de opdrachtgever veroordeeld tot het integraal vergoeden van de betaling welke de hoofdaannemer aan de staalleverancier heeft moeten voldoen.

De onderhavige uitspraak was dan ook naar mijn oordeel, met uitzondering van het deel dat de aannemer geen enkel risico hoefde te dragen, gezien de jurisprudentie op paragraaf 47 UAV, voorspelbaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels