nieuws

Rekenkamer: Alternatieven voor de Betuweroute onvoldoende onderzocht

bouwbreed

den haag – De Betuweroute werd door het kabinet als een oplossing gepresenteerd, maar onduidelijk was voor welk probleem. Daarom zijn alternatieven nooit goed onderzocht.

Dit zei onderzoeker R. Zelle van de Algemene Rekenkamer gisteren tegen de commissie-Duivesteijn, die naar aanleiding van de besluitvorming rond de Betuweroute en de hsl onderzoekt hoe de Tweede Kamer meer greep kan krijgen op grote infrastructurele projecten.

Volgens Zelle is het ontbreken van een goede probleemanalyse er de oorzaak van dat er geen “evenwichtige afweging” van alternatieven voor de Betuweroute zijn onderzocht. “Het was niet helder of de Betuweroute bijvoorbeeld nodig was voor de aanpak van het fileprobleem, het verbeteren van het imago van de Rotterdamse haven of het verminderen van de milieuvervuiling als gevolg van het goederenvervoer over de weg”, aldus Zelle. Zou dat laatste het geval zijn, dan had ook voor schonere motoren kunnen worden gekozen, meent de onderzoeker.

De Algemene Rekenkamer heeft op eigen initiatief rond het tijdstip van de besluitvorming over de goederenspoorlijn onderzocht wat de kwaliteit van de beleidsinformatie was en hoe de betrokken ministeries die informatie gebruikten. Hierin zijn ook de bevindingen van de onderzoeksbureaus Knight Wendling en McKinsey meegenomen, die op verzoek van het ministerie van Verkeer en Waterstaat respectievelijk de macro-economische en bedrijfseconomische effecten van de Betuwelijn in kaart hebben gebracht. Het onderzoek van Zelle heeft onder meer opgeleverd dat beide bureaus steken hebben laten vallen, met name als het gaat om het het bekijken van alternatieven, zoals binnenvaart.

De besluitvorming door het kabinet liet volgens Zelle ook te wensen over. Suggesties van de commissie-Duivesteijn, als zou het kabinet zich te veel hebben laten leiden door de positieve tijdgeest en de druk van het bedrijfsleven, wilde Zelle niet in die woorden onderschrijven. “Tijdgeest is nogal zweverig”, zei hij erover.

Ook is gisteren gebleken dat het alternatief van de Havenspoorlijn (van de Maasvlakte tot Kijfhoek) voor de Betuweroute, nooit door de diverse ministeries serieus is bekeken. Een rapport van het Centraal Plan Bureau (CPB), waarin de Havenspoorlijn een goed alternatief wordt genoemd, werd door een topambtenaar van Verkeer en Waterstaat als “zeer tendentieus” en “zeer gevaarlijk” bestempeld. Dit blijkt uit een notitie die op 21 maart 1995 door een topambtenaar van Algemene Zaken aan de toenmalige minister-president Kok is voorgelegd. In deze variant zou eerst de Havenspoorlijn kunnen worden aangelegd, om vervolgens tien jaar later de wenselijkheid van de aanleg van de rest van de Betuwelijn nog eens te bekijken. Volgens het CPB zou deze gefaseerde aanleg financieel en economisch gunstiger zijn dan een totale aanleg.

Volgens de Interdepartementale Commissie Economische Structuurversterking (ICES) zou de Havenspoorlijn-variant politiek en bestuurlijk niet haalbaar zijn. Het CPB was aanvankelijk niet eens op de hoogte van deze variant. Van het bestaan ervan werd ze door de commissie-Hermans, die in opdracht van het kabinet Kok I de nut en noodzaak van de aanleg van de Betuweroute opnieuw heeft bekeken, op de hoogte gesteld. De commissie-Hermans verwachtte overigens niet veel van de gefaseerde aanleg.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels