nieuws

Natuurbeschermers en houtkappers zij aan zij

bouwbreed

libreville – Lopen de belangen van natuurbeschermers en de houtindustrie doorgaans sterk uiteen, in het West-Afrikaanse Gabon komen ze samen. In de strijd tegen de stroperij spelen houtkapbedrijven een cruciale rol.

Jaarlijks komen er honderdduizenden kilo�s bushmeat uit de Gabonese wouden. Een deel daarvan is voor eigen gebruik van de jagers, het merendeel voor de verkoop. Boa, reuzengordeldier, bosvarken. Het is niet moeilijk een restaurant te vinden waar deze beschermde diersoorten op de kaart staan.

Het leeuwendeel van dat vlees komt uit de houtconcessies. “De wegen daar maken het de stropers mogelijk diep door te dringen in het woud��, verklaart projectleider Pauwel De Wachter van het Wereldnatuurfonds ter plekke. “Vaak maken ze daarbij gebruik van rollend materieel van de houtkapbedrijven, of vragen ze de chauffeurs daarvan het vlees mee te nemen.��

De Wachter vecht er al jaren tegen met toenemend succes. Eind jaren negentig kwam de Nederlandse Minister van Ontwikkelingssamenwerking met 1,4 miljoen euro over de brug, waarmee de strijd serieus kon beginnen. Ook de Nederlandse tak van het Wereldnatuurfonds is vaste financier.

Om de oorlog tegen de stroperij te kunnen winnen is vooral de medewerking van de houtkapbedrijven zelf nodig, meent De Wachter. “Die kunnen mensen weghouden uit hun concessies, en regels opstellen voor hun werknemers.”

Hij bewerkt de bedrijven met het meest indrukwekkende van alle argumenten: de stroperspraktijken kosten de houtkappers handenvol geld. Werknemers die met benzine van de baas het bos inrijden, soms tijdens werktijd. De discipline die eronder lijdt. Stropers van buiten het gebied die met hun priveauto�s ongelukken veroorzaken op de onverharde wegen in de concessie waar ook de enorme �grumiers� rondrijden. Dat zijn trekkers met oplegger die de boomstammen vervoeren.

Dat werkt. Grote houtkapbedrijven als Bordamur en Rougier hebben hun wegen al afgesloten met slagbomen. Iedereen die daar langs wil, moet zich melden bij de bewaker. Het Franse Rougier heeft een code ingevoerd, die bepaalt dat werknemers geen wapens en wild in hun wagens mogen vervoeren. De controles laten ze over aan de anti-stropersbrigade die De Wachter samen met het ministerie van Water en Bossen leidt. “Zo hoeven collega�s elkaar niet te controleren, en kan het bedrijf naar ons wijzen en zeggen: Het moet van hen.”

Bordamur heeft aan de rand van een van zijn concessies zelfs een overnachtingshuis gebouwd, speciaal voor de brigade. “Het is ook in ons belang dat er wordt gecontroleerd”, zegt Kong Chiung Lik, directeur in Gabon van het Maleisisch/Chinese Bordamur. “Werknemers die jagen onder werktijd? Dat kunnen we niet hebben. Ze moeten doorwerken.”

Er moet wel ruimte blijven voor kleinschalige jacht, vindt ook De Wachter. Hij kan zich erin vinden dat Rougier in zijn code werknemers toestaat te jagen, mits dat buiten werktijd gebeurt, te voet en op onbeschermde soorten. “Je houdt het toch niet tegen. Als je dit niet toestaat, gaan ze stropen”, is zijn argument.

De aanpak werpt zijn vruchten af. “Vroeger gaven we nog regelmatig waarschuwingen. Na drie keer volgde ontslag. Nu gebeurt dat haast niet meer”, zegt Bordamur-directeur Lik. De Wachter beaamt dat het is verbeterd. “In het verleden kwamen de patrouilles elke keer wel met ivoor terug. Nu zijn het kleine antilopen, enkele buffels, krokodillen en een enkele aap.��

Patrouilles

Om de druk erop te houden, houdt de anti-stroperijbrigade van De Wachter patrouilles. De zeven mannen en een vrouw controleren zowel in de concessiegebieden van de bedrijven die hen daar toelaten, als op de openbare weg. Daarmee kunnen ze ook de houtbedrijven die niet willen meewerken, aanpakken. De bedrijven worden namelijk verantwoordelijk gehouden voor het transport van de boomstammen. Dus als de brigade bushmeat vindt op een transport, krijgt het bedrijf de boete. Die kan variëren van 100 tot 4000 euro.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels