nieuws

Herstructureren moet op kousenvoeten Grenzen aan de groei

bouwbreed

amersfoort – Herstructureerders moeten met het pincet de oude stadswijken en centrumgebieden in. Alleen door hoogdravende ambities voorlopig te laten varen, kunnen de grote achterstanden die de afgelopen jaren zijn opgelopen weer worden ingehaald, gelooft unit-directeur ir. Alet van t Eind van DHV Ruimtelijke Ontwikkeling en Vastgoed.

“In de stedelijke herstructurering moet je niet in een keer alles willen. Als je geen lange adem hebt, word je al gauw erg verdrietig”, zegt Van �t Eind. “Zoek de kleine, haalbare projecten op om geloofwaardig te worden voor bewoners en andere betrokken partijen. Maar doe dat wel zonder de grootschaligheid uit het oog te verliezen!”

Van �t Eind geeft leiding aan een unit van tachtig adviseurs op het gebied van project- en procesmanagement van ruimtelijke en vastgoedontwikkelingen. Die houden zich op jaarbasis bezig met enige tientallen stedelijke vernieuwingsprojecten. Als gedelegeerd opdrachtgever namens een gemeente, als bedenker van een masterplan of puur als adviseur.

Bij elk project hanteert Advies- en ingenieursbureau DHV als uitgangspunt: zoeken naar evenwicht tussen de belangen van alle partijen.

Overrompelend

Van �t Eind zegt te gruwen van de soort aanpak waarbij bewoners van een wijk worden overrompeld door de mededeling dat een groot gedeelte van de woningen binnen enkele jaren tegen de grond gaat.

“Een wijk is meer dan een zee van stenen. Slopen heeft niet alleen fysieke, maar ook sociale implicaties. Bij grootschalige sloop vernietig je ook alle sociale structuren. Aanpak van enkele verspreide locaties, op een begrijpelijke schaal is veel verstandiger. Zeker als bewoners heel tevreden zijn met de plek waar ze wonen, moet er een alternatief mogelijk zijn voor grootschalige sloop. Door dat te voorkomen blijft bovendien goedkope woningvoorraad behouden; die hoort ook thuis in een evenwichtig opgebouwde wijk.”

Dat laatste is helemaal van belang doordat we in een minder gunstig economisch tij verzeild zijn geraakt. Voor een verhuisbeweging van huur- naar koopwoningen, constateert Van �t Eind, moeten mensen voldoende geld hebben. Door de recessie is dat steeds minder het geval, waardoor stagnatie optreedt. De achterstand in de herstructurering is deels daar het gevolg van.

Inmiddels heeft de overheid 56 wijken geselecteerd die in aanmerking komen voor een aanpak op maat zoals DHV voorstaat.

Participatiematrix

Om de gewenste balans te vinden tussen de belangen van wijkbewoners, corporaties en gemeenten werkt DHV aan de ontwikkeling van eigen instrumenten, om het uitwerken van een oplossing op maat te vereenvoudigen.

In probleemwijk Oud-Krispijn in Dordrecht bijvoorbeeld, heeft het ingenieursbureau in opdracht van een corporatie de zogenaamde �participatiematrix� ontwikkeld. Die is bruikbaar bij zowel stedenbouwkundige planontwikkeling, als bij sloop-, nieuwbouw- en renovatieprojecten.

De participatiematrix maakt het mogelijk een project nu eens niet aan te vangen met het formuleren van globale ambities, maar met het vaststellen van de noodzakelijke randvoorwaarden: welke rol en invloed krijgen participerende groepen, wat is het beschikbare budget en wat zijn de inhoudelijke thema�s?

De betrokkenheid wordt verder vergroot door aan te haken bij bestaande netwerken in de wijk, zoals buurtwerk, wijkbeheerteams en bewonersorganisaties. Achterliggend idee: als bewoners volwaardige invloed hebben op het planproces, worden kwaliteit en draagvlak beter.

Van �t Eind: “Een herstructurering moet zo veel mogelijk ingaan op de identiteit van een wijk. Behalve naar woningen moet je ook kijken naar scholen, bedrijven, winkels en sociaal-culturele voorzieningen. Als je de betrokkenheid van bewoners, instellingen en bedrijven in het verloop van een herstructurering weet te organiseren, is het ook mogelijk afspraken te maken voor de toekomst. Bijvoorbeeld over beheer van gebouwen, buitenruimte en woningen. Zo kom je tot een duurzame verbetering van een wijk.”

Onder de noemer �Grenzen aan de Groei� organiseert DHV momenteel ook een soort cursus of workshop voor beleidsambtenaren uit de praktijk van de stadsontwikkeling.

Het idee erachter is, dat door de Nota ruimte steeds meer gemeenten tegen hun grenzen aan lopen. Bovendien krijgen ze meer bevoegdheden om hun eigen ruimtelijke toekomst te bepalen, terwijl hun apparaat daarvoor niet altijd is toegerust.

“Wij gaan sleutelfiguren uit gemeenten bij elkaar zetten, hun politieke en ambtelijke ambities in kaart brengen en hen helpen bij het opstellen van een visie”, aldus Van �t Eind.

Voorlopig blijft het bij een pilotproject van een half jaar.

�Zoveel mogelijk ingaan op identiteit van een wijk�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels