nieuws

Commissie-Hermans maakte grote ommezwaai

bouwbreed

den haag – De heroverweging van de Betuweroute door de commissie-Hermans begon met nee, maar eindigde in een ja. Die ommezwaai was echter niet ingegeven door politieke wensen. De keuze voor de Havenspoorlijn alleen zou problemen veroorzaken tussen Kijfhoek en Geldermalsen en was daarom geen optie.

Dat stelden toenmalig voorzitter L. Hermans en lid J. Cramer van de commissie die eind 1994 in vier maanden het besluit tot aanleg van de goederenspoorlijn moest heroverwegen. Na de eerste vergadering met een presentatie van Verkeer en Waterstaat was de commissie volgens Hermans unaniem tegen de komst van een goederenspoorlijn. “De argumentatie was niet sterk genoeg”, aldus de oud-voorzitter. Toch was de commissie in het eindrapport vóór de Betuweroute. Wel waren forse maatregelen nodig: betere belading, bevordering van de concurrentie op het spoor en ontmoediging van goederenvervoer over de weg door heffingen.

VVD-prominent L. Hermans werd begin oktober 1995 gebeld door de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Jorritsma. De formatie van het eerste paarse kabinet was zojuist afgerond en er was afgesproken dat een onafhankelijke commissie de aanleg van de Betuweroute opnieuw zou bekijken. De keus van een VVD-voorzitter werd veelal gezien als een opzetje om de Tweede-Kamerfractie mee te krijgen met de goederenspoorlijn.

Niet expliciet

De commissie bestond uit deskundigen met diverse achtergronden die zich niet expliciet over de aanleg van de Betuweroute hadden uitgesproken. J. Cramer werd gevraagd vanwege haar kennis over milieu.

Zonder verbetering aan het spoor en met de verwachte groei van het goederenvervoer waren volgens Cramer grote aanpassingen aan de weg nodig. Het wegennet moest worden uitgebreid en waarschijnlijk deels worden voorzien van aparte stroken voor het goederenvervoer. Transport over water zou te veel dure overslagpunten vergen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels