nieuws

Bedrijfstakpensioenfonds op bres voor vastgoed

bouwbreed

amsterdam – Het bedrijfstakpensioenfonds voor de bouwnijverheid (Bpf-bouw) vreest dat het kabinet vastgoedbeleggingen aan banden gaat leggen. “Onbegrijpelijk”, zegt het pensioenfonds in het jaarverslag in een krachtig protest tegen het dreigende gevaar.

Pensioenen en pensioenopbouw zijn zaken van de lange termijn. Zekerheid daarover is nooit te geven, maar een stabiele regelgeving zou al iets helpen. “En juist daaraan ontbreekt het momenteel. Twijfels over verslaggevingsregels scheppen onzekerheid, twijfels over toepassing van richtlijnen van de Pensioen- en Verzekeringskamer dragen evenmin bij aan zekerheid voor de toekomst”, aldus het bestuur.

Om diezelfde reden komt Bpf-bouw nu ook in het geweer tegen de discussies rond de commissie Conglomeraatvorming, beter bekend als de commissie Staatsen. Die commissie heeft bekeken welke nevenactiviteiten pensioenfondsen uit zouden mogen voeren. Uitgangspunt is dat pensioenfondsen zich concentreren op hun kernactiviteiten, het uitvoeren van de afspraken die sociale partners maken over ouderdoms-, invaliditeits- en nabestaandenpensioen.

Een van de zaken waar Staatsen tegenaan liep, is het zogenoemde beleggend ondernemen in plaats van ondernemend beleggen. Het eerste houdt in dat een pensioenfonds een dusdanige machtspositie opbouwt via vastgoed of risicokapitaal, dat feitelijk gesproken kan worden over het (mede) drijven van een onderneming. En dat kan, meent Staatsen, niet de taak zijn van een pensioenfonds.

Dit standpunt wordt in grote mate gedeeld door het ministerie van Sociale Zaken, dat momenteel een nieuwe Pensioenwet voorbereidt. Daarin moet worden geregeld dat nevenactiviteiten van tevoren worden beoordeeld. Daarbij zal het “nee tenzij”-principe wordt gehanteerd.

Dat nu maakt Bpf-Bouw bezorgd over de toekomst. Het zou kunnen dat daarmee de vastgoedactiviteiten van het fonds aan banden worden gelegd. En dat terwijl de vastgoedbeleggingen van oudsher een grote rol spelen binnen het pensioenfonds. Sociale partners hebben afgesproken dat tussen de 20 en 30 procent van het belegd vermogen in vastgoed moet zitten, opdat het vermogen meehelpt aan een voorspoedige ontwikkeling van de bouw.

Nog belangrijker is dat vastgoedbeleggingen de afgelopen jaren waarin aandelen het heel slecht deden, Bpf-bouw op een jaar na nog in de zwarte cijfers heeft gehouden. “Bpf-bouw ziet zichzelf als belegger en niet als projectontwikkelaar of ondernemer”, aldus het bestuur.

Dat het fonds wel aan projectontwikkeling doet, is alleen maar om ervoor te zorgen dat goede en verantwoorde beleggingen mogelijk zijn. “Door zelf de zorg en exploitatie van onroerend goed op zich te nemen, beschermt Bpf-bouw niet alleen zijn beleggingen, maar draagt het ook bij aan de duurzaamheid daarvan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels