nieuws

Zeventig doden in één jaar tijd in Britse bouw

bouwbreed

londen – De Britse bouw heeft in het jaar 2003/2004 tot 1 april aan zeventig mensen het leven gekost. Dat is evenveel als in het voorafgaande jaar.

De na het hoogtepunt van 105 doden in 2000/2001 ingezette dalende lijn is daarmee, ondanks alle campagnes voor meer veiligheid in de Britse bouw, tot stilstand gekomen. Het aantal doden ligt nu zelfs weer hoger dan in 1998/99. Door de toename van het aantal bouwvakkers is het aantal dodelijke slachtoffers per 100.000 werkers wel gedaald van 3,8 naar 3,5.

Van de slachtoffers kwamen er 38 om het leven door een val van een steiger, platform, ladder, dak, of iets dergelijks. Dat zijn er vijf meer dan vorig jaar. In 31 van deze gevallen ging het om een val van meer dan 2 meter.

Bij deze doodsoorzaak staat de bouw in Groot-Brittannië op eenzame hoogte. In acht jaar tijd zijn 332 bouwvakkers door een val van hoogte om het leven gekomen. Op grote afstand volgt de landbouw waar vorig jaar zes mensen door een val omkwamen.

Naar sector verdeeld vielen er dertien doden bij de utiliteitsbouw, tien bij elektrisch installatiewerk en acht in de woningbouw. 51 Slachtoffers waren werknemer, de overige negentien zelfstandige. Vorig jaar kwamen bovendien drie voorbijgangers bij een bouwlocatie om het leven, iets minder dan de vijf van het voorafgaande jaar.

Arbeidsongeval

De cijfers staan in het jaarverslag van de Health and Safety Commission, het bestuur van de arbeidsinspectie. In totaal kwamen in de twaalf maanden tot 1 april, de gebruikelijke rapportageperiode voor veel Britse bedrijven en instellingen, 235 mensen door een arbeidsongeval om het leven.

Werkgelegenheid

Uit door de HCS geciteerde cijfers van Eurostat blijkt dat het aantal arbeidsongevallen in vergelijking tot de werkgelegenheid in Groot-Brittannië laag ligt. In 2000, de laatst beschikbare statistiek, lag dat cijfer voor de Britten op 1,7 dode per 100.000 werkers tegen 2,3 in Nederland, 3,1 in België, 3,4 in Frankrijk en zelfs 8,0 in Portugal. Alleen Zweden scoort met 1,1 beter dan de Britten.

Deze cijfers zijn door Eurostat op vergelijkbare basis samengesteld, waarbij bijvoorbeeld ongevallen tijdens de reis naar of van het werk niet zijn meegenomen.

“Maar in de bouw ligt dat cijfer nog altijd twee keer zo hoog als het nationale gemiddelde, dat bovendien al vier jaar oud is en nu waarschijnlijk al weer lager ligt. Het is een kwestie van cultuur”, zegt D. Lewisohn, woordvoerder bouwzaken bij de HSE. “Veel bouwvakkers zijn zich gewoon niet voldoende bewust van hun eigen veiligheid. Ze klimmen op een hoge steiger zonder veiligheidsharnas, lopen over een paar planken zonder afscherming, hebben hun helm niet op. �Het is toch al jaren goed gegaan?� Iemand zet even een graafmachine weg hoewel hij daar geen papieren voor heeft en rijdt een ander omver. Het is die mentaliteit die moet veranderen wil de bouw veiliger worden.”

Wat volgens haar ook een rol speelt is de manier waarop de bouw in Groot-Brittannië is georganiseerd. “Hier wordt veel meer dan in andere landen gewerkt met onderaannemers en losse zelfstandigen. De verhoudingen op de bouwplaats worden daardoor vaak vertroebeld. Iedereen denkt dat een ander verantwoordelijk is voor de veiligheid en uiteindelijk doet niemand het.”

Veiligheidsstop

De HSE is momenteel samen met diverse bouworganisaties een nieuwe �veiligheidsstop� aan het voorbereiden. “Die staat op de agenda voor begin volgend jaar. De vorige conferentie was in 2001. Sindsdien is het iets verbeterd. Het aantal doden per 100.000 bouwvakkers ligt een stuk lager. Maar we zijn er nog niet, de bouw is nog steeds één van de gevaarlijkste plaatsen om te werken in ons land. Daar zal toch eens iets aan gedaan moeten worden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels