nieuws

Risicos grote projecten allang bekend

bouwbreed

den haag – Binnen het ministerie van Verkeer en Waterstaat is medio 1998 al gewaarschuwd voor de financiële beheersbaarheid van de Betuweroute en hsl-Zuid. De Tweede Kamer werd hiervan pas in 2003 op de hoogte gesteld, nadat de kamer in september 2002 lucht kreeg van de financiële risicos van beide projecten.

Dit bleek gisteren uit de verhoren van de voormalige topambtenaren A. Lambarts en R. Pans door de commissie Duivesteijn. Lambarts was in die tijd directeur Financieel Economische Zaken, Pans was Secretaris-generaal.

Een matige projectbeheersing en slechte medewerking van de projectdirecteuren hsl en Betuweroute daarin verbetering aan te brengen, waren voor Lambarts begin september 1998 aanleiding een brandbrief te schrijven aan zijn baas Pans.

Lambarts pleitte daarin onder meer voor een extern accountantsonderzoek. “De directeuren-generaal en de projectdirecteuren vonden dat ze al zoveel onderzoeken hadden gedaan, ook al waren ze meestal technisch van aard. Ik proefde aversie tegen een nieuw onderzoek”, aldus Lambarts.

In die brief noemde hij ook de financiële beheersing van de hsl-Zuid “een systematische blinde vlek”.

Geen verrassing

Pans stelde in zijn verhoor door de commissie dat de brief voor hem toen niet als een verrassing kwam. “Lambarts had zijn zorgen al eerder kenbaar gemaakt. En zijn opmerkingen bevestigden ook mijn beeld dat je extra op je hoede moet zijn bij grote projecten als deze. Ik had in juni al aan de directeuren-generaal van het ministerie gevraagd om op een aantal A4-tjes aan te geven wat volgens hen de risico�s waren van de Betuweroute en de hsl.” Na de brief van Lambarts werd een extern accountantsonderzoek gehouden naar de beheersbaarheid van beide grote projecten.

Pans werd stevig aan de tand gevoeld waarom het accountantsonderzoek, dat werd gehouden na Lambarts� brief niet in de eerstvolgende voortgangsrapportages over de Betuwelijn en de hsl aan de Tweede Kamer is vermeld. Volgens Pans was het onderzoek niet relevant voor de Tweede Kamer omdat het louter om verbeteringen van de interne organisatie ging.

Voormalig LPF-minister R. de Boer van Verkeer en Waterstaat, ook gisteren gehoord, werd ten tijde van zijn aantreden in juli 2002 volgens eigen zeggen geconfronteerd met een geheel voorbereid ambtelijk voorstel over de risicoreservering van 985 miljoen euro. Toen dat bedrag, hoewel enigszins verstopt, in de begroting van het Infrafonds 2003 werd vermeld, was dat de eerste keer dat de Tweede Kamer daadwerkelijk op de hoogte werd gesteld van de grote financiële risico�s van de Betuwelijn en hsl.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels