nieuws

Jo Coenen: Rijk mist lef voor ontwikkelen grote toekomstplannen

bouwbreed

den haag – Een mooi land met enorme opgaven verdient het om vooruit te denken. Dat gebeurt echter te weinig volgens vertrekkend rijksbouwmeester Jo Coenen. Hij bespeurt een grote drempel en een haast angstvallige omzichtigheid om grote plannen voor de toekomst te maken. En hij vindt dat een luxe land als het onze meer zou kunnen betekenen.

“Als je te ver in de toekomst kijkt, wordt het gauw afgedaan als futuristisch. Het Rijk moet daarom juist bij de grote plannen meer laten zien”, aldus Coenen. De oplossing ligt hoofdzakelijk in het geloof in een project. “Ik ben vaak opgekomen voor moeilijke projecten. Zelfs voor het plan met champagneglazen voor het stationsgebied Rotterdam”, aldus Coenen. De Britse stedenbouwkundige Alsop werd ten slotte buiten de deur werd gezet. “Hij kwam hier bij mij om uitleg vragen en wat moet ik dan zeggen? Dat is heel moeilijk”, aldus de vertrekkend rijksbouwmeester.

Hij blijft betrokken bij een aantal Nieuwe Sleutelprojecten, naast Rotterdam ook Utrecht en Den Haag. Het feit dat deze projecten zouden kunnen uitlopen, vindt hij zeer begrijpelijk. “Het is goedgelovig om te denken dat zulke superingewikkelde projecten snel zijn afgewikkeld. Het gaat om stukken stad en daarbij spelen altijd enorme belangen. Het is kinderachtig om te denken dat je even een nieuw plaatje hebt.”

Hij vindt dat reeds ingezette plannen niet te snel kunnen worden heroverwogen. “Het gaat ook om de trots van een samenleving. Teveel onzekerheid is funest.” Daarnaast signaleert Coenen verkeerde ontwikkelingen. Nederland plant volgens hem te veel vierkante meters. Een plan is al gauw niet haalbaar, de gebouwen zijn te dik en over een paar jaar vraagt iedereen zich af waarom ze zo zijn neergezet.

Kop van Jut

Het steekt de architect dat partijen die erover gaan, niet hoeven uit te leggen wat haalbaarheid inhoudt en waarom dientengevolge gebouwen te groot moeten worden. “We staan erbij en kijken ernaar”, zegt Coenen. Hij probeert zaken te verijdelen. In zijn positie voelt hij zich soms een kop van Jut. “Dan beroepen de bouwers zich erop dat ik het heb goedgekeurd”, stelt hij. Hij ziet nu te veel gebouwen verrijzen vanwege economische beslissingen, maar vreest dat later niemand meer kan uitleggen wat nut en noodzaak ervan waren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels