nieuws

Geduld schone zaak bij wederopbouw Bam

bouwbreed

DEN HAAG – Ruim zeven maanden na de aardbeving in Bam, krijgt de wederopbouw van de Iraanse stad langzaamaan gestalte. Hulporganisatie Cordaid werkt koortsachtig aan de bouw van 350 tot vijfhonderd nieuwe huizen, die in december klaar moeten zijn. Dat gaat gepaard met heel veel geduld, tact en flink onderhandelen.

Intussen wachten de getroffenen af in hun tijdelijke verblijf. De dag waarop ze een nieuw huis kunnen betrekken en daarmee hun leven opnieuw kunnen oppakken, kan niet snel genoeg aanbreken.

De hulporganisatie heeft de Nederlandse architect Henk Meijer samen met een bouwcoördinator naar Bam afgevaardigd. Ook werken vijf lokale medewerkers mee om ervoor te zorgen dat gezinnen die hun huis kwijt zijn, zo gauw mogelijk weer een eigen plek hebben. Ze coördineren de bouw en bemiddelen tussen aannemer en bewoners. Cordaid richt zich in eerste instantie op gebroken families, zoals alleenstaande vaders of moeders met kinderen. Bij de aardbeving op 26 december kwamen meer dan 26.000 mensen om het leven.

De nieuwe huizen bestaan niet meer uit traditionele materialen als stro, aarde en kalk die voor de ramp als bouwmateriaal dienden. De huidige woningen hebben een stalen skelet met een plafond van golfplaten en isolatiemateriaal. Ook de muren, die uit beton bestaan, zijn geïsoleerd. Door de lage luchtvochtigheid is de kans op roestvorming erg klein en blijft de stalen constructie in tact, aldus H. Scheen, senior product officer voor Azië en Europa bij Cordaid. Hij bezocht het gebied vorige week en is zeer te spreken over de manier waarop de wederopbouw vordert.

Volgens Scheen moeten de nieuwe woningen een beving van kracht 8 op de schaal van Richter kunnen weerstaan. De constructie is zo bedacht, dat de muren bij een zware aardbeving naar buiten vallen en dat het dak op het stalen frame blijft liggen. De bewoners hebben zelf ook inspraak bij de bouw van hun nieuwe stek. “Ze bepalen bijvoorbeeld hoe groot ze de keuken willen en de inrichting ervan en waar ze het toilet willen.” De aanleg van een (hurk)toilet komt overigens nogal precies. Zo mogen de bewoners niet richting het westen (naar Mekka) hun behoefte doen, vertelt de Cordaid-medewerker.

De nieuwe woningen komen op vrijwel dezelfde plaatsen, omdat de meeste bewoners daar hun belangrijkste bron van inkomsten hebben: de dadeloogst. De palmbomen waaraan de vruchten groeien, hebben de aardbeving veelal overleefd, waardoor de Iraniërs volgende maand de dadels kunnen oogsten en daarmee hun jaarinkomen van 200 tot 300 euro toch nog hebben binnengehaald.

De hulporganisatie heeft ook nog ongeveer vijftig medewerkers ingezet bij het uitgraven van de ondergrondse watertoevoer naar de plantages. Die waren door de aardbeving helemaal volgestort.

Cordaid zet zich verder in voor diegenen die voor de aardbeving helemaal geen huis of grond hadden. De Iraanse regering stelt 6000 euro en een stukje grond beschikbaar voor mensen die naar het platteland trekken. Getroffenen die in de stad willen blijven, krijgen 3500 euro. De hulporganisatie gaat zowel buiten als in de stad voor in totaal ongeveer duizend mensen bouwen. Volgens Scheen komen er voor de gezinnen in de stad flatjes met acht wooneenheden.

Onder het regime van ayatollah Khomeini heeft de industrie zich lokaal moeten ontwikkelen en kunnen alle materialen voor de bouw uit het land zelf worden gehaald. Vanuit heel Iran hebben verder een kleine duizend jongeren hun hulp aangeboden voor de opbouw. “Zij willen graag helpen en deze ervaring meemaken. Bovendien functioneren ze als een goede tolk, want ze spreken vaak behoorlijk Engels.”

Cultuurverschillen

Het geduld van de Cordaid-hulpverleners wordt overigens soms flink op de proef gesteld. “Als je iets voor woensdag wilt hebben, mag je blij zijn dat je het op vrijdag hebt”, vertelt Scheen. Naast cultuurverschillen stuit Cordaid ook op politieke verschillen. “Eerst werden we wantrouwend benaderd. Of we zieltjes kwamen winnen? Nee, we komen huizen bouwen. Dan was het goed. Maar de hulpverlening blijft nu eenmaal gepaard gaan met heel veel onderhandelen en een boel geduld en tact.”

* Judith Katstra is journalist bij het ANP

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels