nieuws

Bouwvakkers leren vooral door naar elkaar te kijken

bouwbreed

amsterdam – Bouwvakkers leren het vak vooral door naar elkaar te kijken en dus niet door het volgen van opleidingen en cursussen. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Leren in de bouw van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB).

De economen van het Amsterdamse onderzoeksbureau constateren een sterke afkeer onder bouwwerknemers van de schoolbank. Ruim 50 procent van de totale arbeidscapaciteit in de bouwsector is ongeschoold of heeft slechts het lager onderwijs afgerond, “ofwel hier en daar een diploma”. Maar 5 procent van de bouwvakkers is hoog opgeleid, aldus het EIB.

Leren doen de vaklieden veel liever in de praktijk, op de bouwplaats, door naar elkaar te kijken. “Ze kijken naar elkaar hoe iets wordt gedaan of vragen uitleg aan een collega. Het groepsaspect speelt duidelijk een belangrijke rol. Ook proberen timmerlieden, schilders, metselaars, voegers, kitters en grondwerkers zelf graag dingen uit. Herhalen en fouten maken zijn manieren om kennis en ervaring op te doen.”

Het EIB noemt het “opmerkelijk” dat trainingen op de werkplek, door fabrikanten en leveranciers of door de werkgever, niet vaak voorkomen. Bouwvakkers ervaren die leervorm namelijk zelf als tamelijk nuttig. “Hetzelfde geldt voor leren middels instructies en procedures door het bedrijf waar men werkt. Ook dit zijn leervormen die door de werknemers zelf als effectief worden gezien. Het ligt dan ook voor de hand deze vaker op de bouwplaats toe te passen.”

Voordeel daarvan is, aldus de onderzoekers, dat die manieren van leren dicht bij de dagelijkse leefwereld van bouwvakkers staat. “Eventuele weerstanden tegen leren kunnen worden weggenomen. Groepen werknemers die met scholing en opleiding nauwelijks worden bereikt, zoals laagopgeleiden en ouderen, komen in beeld”, aldus het EIB.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels