nieuws

Wonder dat je nog iets voor elkaar krijgt

bouwbreed

amsterdam – Waarom komen zoveel mooie centrumplannen zo vaak niet van de grond? De Amsterdamse architect en stedenbouwkundige Sjoerd Soeters wijt veel problemen aan het bestuur: gebrek aan visie en gebrek aan continuïteit. “Het realiseren van een dergelijk plan duurt al gauw tien of twaalf jaar. Vanaf het begin moet er een duidelijke koers en bestuurlijke stabiliteit zijn. Dat is heel moeilijk. Het is een godswonder dat je in Nederland nog iets voor elkaar krijgt.”

Soeters van Eldonk Ponec Architecten is betrokken bij de herontwikkeling van het centrum van Amsterdam-Noord en de vernieuwing van het stationsgebied in Zaanstad. Eerder maakte Soeters met succes het plan voor het winkelgebied Mariënburg in Nijmegen. Bij het aanvaarden van een opdracht voor een stedenbouwkundig plan volgt hij altijd dezelfde strategie.”Wij nemen nooit een opdracht aan van alleen een gemeente of alleen een projectontwikkelaar. Beide partijen moeten even sterk aan tafel zitten. Ik geloof heel sterk, dat een gemeente weet wat de behoefte is. En de markt heeft de deskundigheid als het gaat om winkels, branchering en de juiste mix tussen wonen, winkelen en cultuur. Wij proberen al pratend met iedereen tot een plan te komen. Alle beschikbare informatie wordt in een open proces uit hen gemolken. Ik noem mezelf wel eens de tekenend secretaris van de grote vergadering van belanghebbenden en deskundigen.”

De gang van zaken in Nijmegen beschrijft hij achteraf als vrij ideaal. “De opdrachtgevers, gemeente en ING Vastgoed, zaten in een 50/50 verhouding met elkaar aan tafel. Zij hebben een open gesprek met elkaar gevoerd. Er zijn geen spelletjes gespeeld. Over en weer was sprake van een sterke bemanning. De kwaliteit van de ambtenaren deed niet onder voor het team van de ontwikkelaar. Zodra de kwaliteit aan één kant niet goed is, vind je dat terug in de kwaliteit van de vraag en dus in de kwaliteit van de oplossing.”

Soeters prijst zich wat betreft Nijmegen nog het meest gelukkig met de politieke stabiliteit. “De gemeente had heel consequent een diepgaande visie. Er was een groot draagvlak. Wethouders gunden elkaar het licht in de ogen. Dan ontstaat ruimte naar de beste oplossingen te zoeken.”

Complicatie

In veel andere plaatsen is die ruimte er volgens hem niet. Een dergelijke complicatie doet zich voor in Amsterdam-Noord. “De politiek heeft het afgelopen jaar stukken van het oorspronkelijke plan afgehakt, zonder dat ze weet hoe ze de gaten zal opvullen. Dat wordt vooral veroorzaakt door politieke instabiliteit. In Noord wordt al bijna tien jaar aan het centrumplan gewerkt. Twee jaar geleden is de oppositie aan het bewind geraakt. De nieuwe bestuurders kunnen het oorspronkelijke plan niet ongeschonden overnemen. Ze voelen zich ook niet verantwoordelijk voor wat er in voorgaande jaren is uitgedacht. Aan de andere kant vraagt de grote stad van hen het plan te realiseren. Op zo�n moment is er maar één oplossing mogelijk. Alle partijen moeten een paar stappen terug doen en gezamenlijk een nieuwe samenhang bedenken.”

Bestuurlijke problemen vormen volgens hem een veel zwaardere hinderpaal voor de realisatie van plannen, dan het gedrag van de markt. “Beleggers en bouwers hebben een enorme drive de gaten te vinden waar ze nog wat kunnen neerzetten. Er moet veel geld worden belegd. Maar het creëren van een veelheid van plannen is voor hen beslist geen doel op zich. Het maken van plannen, het leveren van de deskundigheid kost immers veel tijd en geld.”

Dat ingrepen in het stedelijke gebied gemakkelijk onderwerp zijn van heftige politieke strijd, verwondert Soeters niet. “Een verouderd stedelijk gebied laat zich niet zo maar in de greep krijgen. Er moet veel worden uitgegumd. Om je dat te kunnen permitteren, moeten vele nieuwe functies worden toegevoegd. Het is moeilijk quitte te spelen. Het kenmerk van veel kleinsteedse politiek is dat er dan flinke weerstand ontstaat. De oppositie kan daar gemakkelijk van profiteren. Ik begrijp ook heel goed dat mensen schrikken van grote projecten. Nederland is in hoog tempo erg lelijk geworden. En het lijkt wel of architecten steeds harder gaan schreeuwen. Architectuur is voor veel collega�s niet meer dan een permanent experiment. Ik ben meer een aanhanger van een andere benadering. Het is onze doelstelling een plan zo te maken, dat het niet voelt als een groot project. Het gaat ons niet om het bouwen van een icoon. We werken vanuit de openbare ruimte. Vanuit de mensen. Het leven in de openbare ruimte moet zijn gang kunnen gaan. Pas daarna komen de gebouwen.”

�Nederland is in hoog tempo erg lelijk geworden�

De afgelopen weken belichtte Cobouw in een serie artikelen de problemen waar gemeenten en andere betrokkenen mee te maken krijgen als zij een centrumplan ontwikkelen. Waar de ene gemeente fluitend de finish haalt, is het in andere plaatsen niets dan ellende wat de klok slaat. Vandaag wordt de serie afgesloten met de visie van Sjoerd Soeters.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels