nieuws

Uitvoering O&O-gebouw in bouwteam Kennis aannemer goed gebruikt Bouwteam Onderzoeksgebouw LUMC

bouwbreed

leiden – De bouw van het IFD-voorbeeldproject O&O-gebouw LUMC in Leiden loopt als een trein. Het industriële en flexibele komt tot zijn recht, mede doordat de aannemer in een gedegen voorbereiding zijn uitvoeringskennis bij de detaillering voor het definitief ontwerp kon inbrengen.

De aanbesteding is gedaan door VOF O&O-gebouw, een samenwerkingsverband tussen de besturen van het LUMC en de Universiteit om tot de realisatie van een onderzoeks- en onderwijsgebouw te komen. Het onderzoeksgebouw is momenteel in uitvoering. Het onderwijsgebouw komt bovengronds los te staan van het onderzoeksgebouw, maar zal te zijner tijd door een tunnel met het onderzoeksgebouw en het bestaande ziekenhuis worden verbonden. De energievoorzieningen voor beide gebouwen zijn gesitueerd in een kelder onder het onderwijsgebouw. Daardoor zijn beide gebouwen onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Voor het onderzoeksgebouw is een aanbesteding gehouden volgens een niet-openbare procedure volgens de EG-richtlijn Werken 93/37 EEG en richtlijn 97/52/EG. Dat is gedaan op basis van een voorlopig ontwerp van EGM Architecten uit Dordrecht en een technische omschrijving van de installaties van Bureau Valstar Simonis in Rijswijk.

“In de aankondiging voor de aanbesteding is duidelijk gemaakt waarop zou worden geselecteerd en hoe de procedure verder zou verlopen”, zegt G.A. Bendervoet van de projectdirectie.

“We hebben een short list gemaakt op basis van de selectieronde op de aangegeven criteria. De geselecteerde bedrijven is gevraagd de grote elementen uit te werken en onder meer de algemene bouwplaatskosten en diverse prijsbepalende percentages op te geven. Voorts is een plan van aanpak en een uitvoeringsplanning gevraagd. Vervolgens is aan de hand van een objectieve puntentoekenning voor de ingediende gegevens een keuze gemaakt van de aannemer die het beste scoorde. De aannemers met de beste score, casu quo de economisch voordeligste aanbieding, waren Heijmans IBC Bouw als bouwkundig hoofdaannemer en ULC Installatietechniek uit Utrecht als de aannemer voor de technische voorzieningen. Het werk is gegund aan deze aannemers. Er zijn bouwteamovereenkomsten afgesloten, die later zijn overgegaan in aannemingsovereenkomsten.”

In nauw overleg met de verkozen bouw- en installatie-aannemer, de betrokken adviesbureaus en de architect is het ontwerp definitief afgerond en is een bestek met tekeningen gemaakt. Aansluitend is – uiteraard in nauw overleg met de betrokken aannemers – de definitieve prijs vastgesteld. Dit deel van het aanbestedingstraject vertoont trekken van de samenwerkingsvorm die bouwteam heet. De aanpak is afwijkend van de traditionele en past ook niet in een aanbestedingsvorm als design and construct.

Bendervoet wil dat wel toelichten: “Op moment van aanbesteden is nog niet alles uitontwikkeld. We maken daarbij wel graag gebruik van de expertise van de aannemer om later overeenstemming over de prijs te krijgen op basis van een gezamenlijk opgesteld definitief bestek. Dat pleit voor een aanbesteding voor samenwerken in een bouwteam. Wij hebben dat binnen de regels van het Europees aanbesteden opgelost. Daar het werk bestond uit �voorbereiden in bouwteam en uitvoeren� bracht dat wel een aantal risico�s met zich mee. Stel bijvoorbeeld, dat partijen er bij de prijsvorming niet uit zouden komen. Maar gelukkig heeft die situatie zich niet voorgedaan.”

Bendervoet denkt dat de gevolgde aanpak voordelen heeft. Hij beaamt dat de aanpak van VOF O&O gebouw veel weg heeft van samenwerken in bouwteamverband, maar stelt binnen de regels te blijven die hem zijn opgelegd. Hij is er echter zeker van nu de beste prijs voor het realiseren van het project te hebben bedongen. Hij denkt bovendien dat het voor de aannemers ook beter is, omdat er maar één enkele aannemer echt kosten moet maken om te detailleren en te rekenen, en die heeft het werk al.

Het O&O gebouw voor het LUMC is een voorbeeldproject voor industrieel, flexibel en demontabel bouwen (IFD). Het industriële en flexibele van het project wordt op de bouwplaats in Leiden toegelicht door P.G. Visée, projectleider, en C.G.van der Hoorn, hoofduitvoerder, beiden van Heijmans IBC Bouw, de bouwkundig aannemer van het O&O-gebouw van het LUMC.

De eerste tot en met de zevende verdieping is een herhaling van zetten. Op de zevende komen de technische voorzieningen. De bouwkundige plattegrond van de onderliggende verdiepingen is hetzelfde. Dat betekent dat bij verdiepingen 1 tot en met 7 veel herhaling voorkomt en dat is in de uitvoering uiteraard gebruikt. Het gebouw heeft bovendien drie kernen met liftschachten en voorzieningen. Daarom zijn ook drie afzonderlijke bouwstromen opgestart, met elk zijn eigen materieel en personeel. Dat is overigens een noodzaak, want er is geen tijd genoeg om alles achter elkaar te doen. De bouw is vorig jaar eind juli begonnen en in september 2005 gaan ze het onderzoeksgebouw opleveren. “Ja, we gaan het halen”, zeggen beide bouwers tegelijk.

De feitelijke bouw kan snel als in het voortraject de aannemer de tijd krijgt om de dingen goed uit te zoeken en te engineeren. De relatief korte voorbereidingstijd is mogelijk gemaakt door de aanpak bij de aanbesteding. Na selectie op algemene bouwplaatskosten (ABK), percentages, plan van aanpak en planning is de bouwkundig aannemer volgens Visée met installateur ULC installatie techniek uit Utrecht toegetreden tot een overleg dat lijkt op een bouwteam waarbinnen alles is uitgedetailleerd tot een bestek met tekeningen.

De goede voorbereiding heeft volgens hoofduitvoerder Van der Hoorn zeker ook innovatieve werkwijzen opgeleverd, bijvoorbeeld bij de subschachten voor de installaties die in overvloed van verdieping naar verdieping lopen. In de vloeren is een randkist geplaatst om meteen de definitieve sparing te maken. Daardoor kunnen de installateurs met hun werk direct met het bouwkundige werk meelopen. Normaal kan dat niet. Er komt wel een houten afdekking op in verband met de veiligheid. De betreffende installateur zaagt daaruit de ruimte die hij nodig heeft.

Maar veel tijd voor voorbereiden betekent niet dat zich in de uitvoering geen knelpunten voordoen. Die komen namelijk voort uit een krappe planning. Intensieve communicatie zorgt ervoor dat ze vrijwel direct kunnen worden opgelost.

Het bouwteam als samenwerkingsvorm valt onder alternatieve samenwerkingsvormen ten opzichte van de traditionele vorm waarbij de opdrachtgever het ontwerp met het bestek maakt en de aannemer het werk volgens dat bestek uitvoert. Andere alternatieve samenwerkingsvormen zijn onder meer �Design and Build� en �Turnkey�.

Belangrijke kenmerken van samenwerken in een bouwteam zijn:

�-er is samenwerking gedurende de contractperiode,

�-de deelnemers aan het proces van bouwvoorbereiding zijn gelijkwaardig in alle stadia van het proces,

�-elke deelnemer verricht de werkzaamheden die tot zijn takenveld behoren,

�-en er is afstemming van de werkzaamheden door coördinatie, waar nodig ondersteund door wederzijdse controle en advies.

In het bouwteam nemen deel: de opdrachtgever, de aannemer (en de architect). De opdrachtgever stelt het bouwteam samen en selecteert ook de deelnemende aannemers. Bij het bouwteam pur sang gaat het dus om een niet-openbare procedure. Het bouwteam bereidt het werk voor en maakt een ontwerp dat de opdrachtgever bevalt. Daarvan wordt een bestek met tekeningen gemaakt. Het is niet zo dat de aannemer die deelneemt in het bouwteam ook het werk mag uitvoeren. Hij mag wel als eerste een prijsaanbieding doen met een open begroting. Leidt overleg over de prijs tussen opdrachtgever en aannemer niet tot overeenstemming dan kan de aanbesteder andere aannemers benaderen voor een prijsaanbieding.

Flexibiliteit is het belangrijkste uitgangspunt voor het ontwerp van het nieuwe onderzoeksgebouw. Het gebouw kent tien verdiepingen. De begane grond is bedoeld voor onderwijsruimten. Op de eerste tot en met de zesde verdieping zijn hoofdzakelijk bestemd voor onderzoekslaboratoria. Flexibele indeling en de mogelijkheid voor aan en afvoer van vloeistoffen, en gassen, luchtbehandeling en datatransport zijn hier belangrijke vereisten. Op de zevende verdieping komen de technische installaties. De achtste verdieping is een tussenvloer met kantoorruimte. Daarboven komt een proefdierencentrum met daar weer boven de technische voorzieningen die doelbewust apart zijn gehouden van de voorzieningen in de rest van het gebouw.

Het Onderzoeksgebouw krijgt een gewapend betonskelet op een stramienmaat van 3,6 meter met breedplaat Bubble Deck vloeren. Drie betonnen kernen met liften en hoofdkanalen voor diverse voorzieningen zorgen voor de stabiliteit. De hele hoogte van het gebouw inclusief dak is rond de 43 meter. De plattegrond meet 108 bij 25 meter.

Bij de technische voorzieningen en infrastructuur is gekozen voor overmaat. Dat is doelbewust gedaan om vrijwel elke indeling van de ruimten mogelijk te maken met verdiepinghoge demontabele scheidingswanden die eenmaal geplaatst geen afwerking meer behoeven. De initiële meerkosten die verband houden met de bereikte flexibiliteit, inclusief de overmaat aan technische infrastructuur zijn geschat op acht procent van de totale bouwsom van 65 miljoen euro.

�Slechts één aannemer moet echt kosten maken om te detailleren en te rekenen�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels