nieuws

Eindelijk weer respect voor de Platte Museum voor controversieel DDR-erfgoed

bouwbreed

dresden – Dieter Jass (67) kan het nog altijd niet verkroppen als mensen schamper doen over de prestaties die het Wohnungsbaukombinat (WBK) van de voormalige DDR heeft geleverd. “Voor veel mensen was het de vurigste wens ooit een eigen plattenbau-woning te bezitten”, zegt de man die jarenlang als chef logistiek werkte bij de Thüringse afdeling van het WBK.

Terwijl hij zich door echtgenote Ulla laat rijden over het terrein van het eerste museum dat is gewijd aan typisch Oost-Duitse bouwstijl, kijkt Jass trots om zich heen. “Kijk, die badcellen werden in de fabriek kant en klaar gemaakt en naar de bouwplaats vervoerd. Voor die tijd een revolutionaire manier van bouwen.”

Terwijl een plattenbauwoning, net als een eigen Trabant, werd gezien als pure luxe, gaan nu met overheidssubsidie hele woonwijken tegen de vlakte.

De Ierse architect Ruairí O�Brien is bang dat binnen een paar jaar de meeste Plattenbau uit de voormalige DDR is verdwenen. “Ik ben geen kritiekloze fan van deze vorm van bouwen, maar het maakt wel deel uit van de architectuurgeschiedenis van Duitsland. Tegenover het nageslacht kunnen we het niet maken daar niets van te bewaren.��

Het openluchtmuseum, met een oppervlakte van 1500 vierkante meter, is gesitueerd op het terrein van de voormalige Plattenbaufabriek Johannstadt in Dresden. Daar werden van 1958 tot 1990 betonplaten gemaakt voor één- tot driekamerwoningen waar, naar het socialistische gelijkheidsideaal, de professor naast de wc-juffrouw woonde. Het beton werd gemengd met het puin dat was overgebleven na de geallieerde bombardementen op de stad.

Over een tijdpad van betonnen tegels worden bezoekers door de geschiedenis van de Plattenbau geleid. Te zien is uit welk materiaal de platen werden gebouwd, en hoe de staatstarchitecten van de DDR de woningen zo efficiënt probeerden te bouwen dat aan de ruimtebehoefte van de mens recht werd gedaan. O�Brien: “De mens werd gereduceerd tot een wiskundige som, wat theoretisch wellicht interessant, maar uiteindelijk veel te beperkt is.”

O�Brien hoopt dat bezoekers niet alleen naar het museum komen om te zien hoe het vroeger was, maar ook tot nadenken worden aangezet. “Ik denk dat het idee van de Platenbau helemaal niet zo slecht was. Alleen de uitvoering was vaak nogal saai en smakeloos. Daarom hebben we een deel van het museum gereserveerd voor tentoonstellingen over de toekomst van het bouwen.”

Opvallend is dat het museum midden in een Plattenbauwijk ligt, 24 uur per dag toegankelijk is en geen suppoosten nodig heeft om vandalen weg te houden. O�Brien is optimistisch: “Na aanvankelijke scepsis groeit het enthousiasme onder de buurtbewoners. In een wijk met een torenhoge werkloosheid zorgt zo�n museum ook voor extra toeristen en daardoor misschien zelfs voor werkgelegenheid.��

Het oosten van Duitsland heeft te kampen met een dramatische leegloop. Werkloosheid en het wegtrekken van de jonge bevolking zorgen dat dit jaar 1,3 miljoen woningen leeg staan. Vele behoren tot de zogeheten Plattenbau, saaie maar oerdegelijke systeembouw die de DDR-leiding sinds de jaren vijftig uit de grond liet stampen en waarvoor lange wachtlijsten bestonden. Om verpaupering tegen te gaan, subsidieert de Duitse overheid de afbraak van de woningen met ruim 1 miljard euro per jaar. Vooral de Plattenbau moet het daarbij ontgelden. Architect Ruairí O�Brien, sinds 15 jaar werkzaam in Duitsland, heeft zich opgeworpen als beschermer van het cultuurgoed. In Dresden opende hij vorige week het eerste Plattenbau-museum.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels