nieuws

Bouwer Janssen de Jong koestert de luwte

bouwbreed

son en breugel – Janssen de Jong verslaat met een nettomarge van 5,2 procent de complete Nederlandse bouwtop. Maar van de daken schreeuwt de Brabantse bouwgroep dat niet. “We blijven liever low-profile.”

Als laatste van de twaalf grootste bouwbedrijven van Nederland presenteerde Janssen de Jong Groep vorige week zijn jaarcijfers. De aannemer uit Son en Breugel meldde een kleine omzetdaling en een lichte winststijging. Het was echter vooral de behaalde winstmarge die in het oog sprong. Janssen de Jong behaalde over 2003 een, voor de bouw zeer hoog, rendement van 5,2 procent. Daarmee laat het concern de concurrentie ver achter zich.

Financieel bestuurder Pieter van Gulik haalt een A4-tje tevoorschijn waarop de resultaten prijken van alle grote bouwbedrijven. “Qua omzet zijn we de negende bouwer van het land”, wijst hij op de cijfers. “Maar als je ordent naar winstmarge, staan we bovenaan. Het is dus mogelijk een goed resultaat neer te zetten zonder in strijd met de NMa te handelen. Dat is toch wel een aardige conclusie.”

De bouwer is trots op de behaalde cijfers, maar voelt niet de behoefte om dat met veel bombarie wereldkundig te maken. Sterker nog, het bedrijf verkiest een plek in de luwte. “Publicitair timmeren wij niet zo aan de weg”, vertelt bestuursvoorzitter Eric Krul. “Dat past niet bij de cultuur van dit bedrijf. De familie Janssen was altijd al heel bescheiden en integer. Noem het low-profile. Daar voelen we ons nu nog steeds lekker bij.”

Gevolg is dat van de twaalf grootste bouwondernemingen Janssen de Jong verreweg de minst bekende is. “Dat komt natuurlijk ook”, legt Krul uit, “doordat veel van onze groepsmaatschappijen onder hun eigen, oorspronkelijke naam, opereren. Remco, MAT, Hafkon en Hercuton zijn bekende merken. Waarom zouden we die namen wijzigen? We doen er juist ons voordeel mee.”

In een periode waarin de bouw onder vuur ligt vanwege de bouwfraude, komt een wat mindere bekendheid ook niet slecht uit, geeft Krul toe. “Je naam wordt niet steeds genoemd als het weer over de bouwfraude gaat. De grote beursgenoteerde bedrijven zie je daarentegen elke keer weer langskomen in artikelen.”

Nadelen zijn er echter ook, constateert Van Gulik. Zo wordt Janssen de Jong soms over het hoofd gezien door opdrachtgevers. “Het komt wel eens voor dat we niet worden uitgenodigd om in te schrijven op een project”, stelt de financiële man. “Dan moet ik uitleggen wie we zijn en wat we allemaal in huis hebben. Ook bij het aantrekken van nieuwe werknemers is het wel eens lastig. Veel mensen gaan liever aan de slag bij een bekende onderneming.”

Vooralsnog wegen de voordelen evenwel ruim op tegen de nadelen. Krul en Van Gulik zijn dan ook niet van plan de organisatiestructuur te wijzigen. Sterker nog, de bestuurders zweren bij de grote zelfstandigheid van de groepsondernemingen. De top-down-benadering van veel grote bouwbedrijven, waarbij de holding alle touwtjes in handen heeft, verafschuwen ze.

Krul: “Als wij een bedrijf overnemen, zetten we er geen zetbaas neer. We laten de directeur juist zitten, want voor hem lopen de werknemers vaak het vuur uit hun sloffen.

Die directeur heeft bovendien verstand van de business. Natuurlijk stellen we wel voorwaarden, maar hij krijgt alle ruimte om ondernemend en creatief te zijn. We stimuleren dat zelfs. En, er moet ook lol gemaakt worden. Dat leidt tot succes.” Bij de voortgaande concentratie in de top van de bouw, zet de bestuursvoorzitter van Janssen de Jong dan ook zo zijn vraagtekens. “De wet van de grote getallen werkt niet altijd in de bouw. Er zijn voorbeelden genoeg waaruit blijkt dat één plus één geen twee is, maar minder. De bouw is en blijft mensenwerk.”

Van Gulik pakt er maar eens zijn tabellen bij om die stelling cijfermatig te onderbouwen. Heijmans een nettomarge van 2,3 procent, Volker Wessels 1,8 en BAM 0,7 procent “Wat je in de top eigenlijk ziet is dat hoe groter het bedrijf, hoe lager de winstmarge. Dat geeft te denken.”

Janssen de Jong – in Nederland actief op de markten bouw, ontwikkeling, infrastructuur en systeembouw en in de Caribbean op de markten wegenbouw, civiele bouw, projectontwikkeling en bouwmaterialen – sloot 2003 af met een omzet van 306 miljoen euro.

Twee jaar terug liet Krul nog weten een omzet na te streven van circa 500 miljoen. De bestuursvoorzitter zwakt die doelstelling nu wat af. “Wij concentreren ons niet op groeien”, zegt hij. “We gaan voor rendement. En heel belangrijk: we koesteren het menselijke aspect. Niet dat we soft zijn, helemaal niet. Maar onze werknemers, bijna dertienhonderd, moeten zich hier wel kunnen ontplooien.”

Bedrijfsfilosofie

Een grote overname lijkt dan ook niet in het vat te zitten. Of toch? Hurks Bouwgroep, dat hemelsbreed maar een kilometer of twee verderop ligt, past qua bedrijfsfilosofie uitstekend bij Janssen de Jong, geeft Krul toe. De activiteiten van beide ondernemingen overlappen elkaar bovendien niet of nauwelijks. Krul moet er wel om lachen. Met Geert Hurks heeft hij wel eens gekscherend over een fusie gesproken, maar serieuze plannen zijn er niet, benadrukt Krul.

Serieus is wel het voornemen om 100 procent van de aandelen van Janssen de Jong Groep in handen te krijgen. Het management van de onderneming breidde eind vorig jaar zijn belang uit van 37,5 naar 75 procent. De zelfstandigheid is daarmee gewaarborgd; kooplustige concurrenten zijn definitief afgeschud. De laatste 25 procent is onder gebracht bij NIB Capital.

Krul resoluut: “Zodra we de centen hebben, nemen we ook dat resterende deel over.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels