nieuws

Reef Infra kruipt uit zijn schulp

bouwbreed

oldenzaal – Reef Infra maakt dit jaar, gedwongen door de economische dip, pas op de plaats. Maar als de markt aantrekt, willen de Oldenzalers volle kracht vooruit.

“Eerst de slechte jaren maar eens doorkomen”, verzucht Joost Reef op het markante hoofdkantoor van de infrabouwer in Oldenzaal.

De nieuwe topman van het concern heeft zojuist zijn groeiambities uit de doeken gedaan: Reef wil groter en bekender worden. Maar de plannen staan voorlopig in de ijskast. De economische tegenwind staat niet toe dat nu geld wordt aangewend voor uitbreiding. Sterker nog, ook Reef heeft zich moeten aanpassen aan de huidige marktomstandigheden. Dertig banen gaan daardoor verloren.

“We hebben de organisatie wat eenvoudiger gemaakt”, legt Reef uit. “Van decentraal zijn we naar centraal gegaan.” Dat betekent dat een aantal calculators en werkvoorbereiders, die voorheen in de regio werkzaam was, naar het hoofdkantoor in Oldenzaal is verhuisd. Vier vestigingen, in Drenthe, Utrecht en Limburg, zijn gesloten.

“Bij dit proces is een aantal arbeidsplaatsen verloren gegaan. Dat is vervelend. Voordeel is dat we efficiënter kunnen werken. De commerciële afdelingen kunnen sneller schakelen. We zijn nu bovendien beter in staat kennis op te bouwen. Vroeger zat die verspreid over de regio�s, nu is die gebundeld op ons hoofdkantoor. Dat is belangrijk want opdrachtgevers verlangen steeds meer kennis. Kijk maar naar het toenemend aantal design and build-contracten.”

Als de bouwmarkt weer aantrekt, haalt Reef zijn groeiambities onmiddellijk van de plank. De topman streeft een echt landelijke dekking na. Van oudsher is Reef sterk gepositioneerd in het Oosten en Noorden van het land. Ook in Zuid-Limburg en Noord-Holland is het bouwbedrijf goed vertegenwoordigd. In Zeeland en West-Brabant daarentegen ontbreekt de aannemer volledig en ook in de Randstad mag Reef wel “wat sterker” worden, aldus de directievoorzitter.

Om een landelijke bouwer te worden is het volgens Reef noodzakelijk helder uit te gaan dragen welke disciplines het bedrijf in huis heeft. “We worden nog te vaak geassocieerd met asfalt. Dat is ons imago-probleem. We moeten breder bekend worden. Ja, we zijn asfalt-zwaar, maar we bouwen ook bruggen en andere kunstwerken. Bovendien zijn we actief in de spoorbouw, netwerkbouw, verkeersgeleiding en milieu. Dat is nog te weinig bekend. Daar gaan we aan werken.”

Schrale markt

Mede door de schrale Nederlandse bouwmarkt, staat het vizier ook gericht op het buitenland. Reef heeft een viertal vestigingen dicht bij de Duitse grens, dus de stap richting de oosterburen is snel gezet. Reef: “Nu al halen we tussen de 3 en 5 miljoen euro omzet uit Duitsland. Dat zou op termijn wel eens meer kunnen worden. Het is er prettig werken. Duidelijke regels, professioneel opdrachtgeversschap.” Polen en Tsjechië staan eveneens op het verlanglijstje. En nog exotischer: Libië en Irak. “In die landen vindt komende jaren een enorme bouwopgave plaats. Plannen om daar aan de slag te gaan bevinden zich nog wel in een heel pril stadium. Maar we onderzoeken de mogelijkheden. Werk is er genoeg. De kunst in dat soort landen is om je geld te krijgen. Maar nogmaals: het staat allemaal nog in de kinderschoenen.”

Doelstelling is om de omzet op termijn weer richting de 100 miljoen euro op te stuwen. Met een omzet van 90 miljoen euro in topjaar 2002 was Reef goed op weg, maar vorig jaar moest het concern 20 procent inleveren. Dit jaar verwacht de directeur dat de bedrijfsopbrengsten tussen de 60 en 65 miljoen euro zullen uitkomen. “We krimpen met de markt mee”, concludeert Reef.

Grootste boosdoener is volgens hem de overheid. Die is te terughoudend met het op de markt brengen van nieuw werk. Bovendien wordt momenteel alleen op prijs geselecteerd. Daardoor staan de marges onder druk. “De overheid kijkt veel te weinig naar nieuwe ideeën en naar kwaliteit”, fulmineert Reef. “De technische kennis schiet bij de overheid ook tekort om innovaties en kwaliteit te beoordelen. Dus wordt steeds maar weer voor de zekere weg van het bestek gekozen.”

Dat is Reef een doorn in het oog. De bouwer, die 70 procent van zijn omzet bij de overheid wegsleept, wil juist graag vernieuwend bezig zijn. “De private sector waardeert unieke producten veel meer. Daarom concentreren wij ons steeds meer op het bedrijfsleven en de industrie. Op termijn willen we 40 procent van onze omzet uit die hoek halen. Als dat lukt zou dat heel mooi zijn.”

Vorig jaar vierde het Reef-concern zijn 100-jarige bestaan. Ook al zit het tij nu behoorlijk tegen, Joost Reef denkt er niet aan om de zelfstandigheid van het bedrijf op te geven. Al had dat gemakkelijk gekund. Diverse grote spelers klopten in de afgelopen jaren aan deur bij Reef. “We zijn daar nooit op ingegaan en zullen dat ook niet doen. De zelfstandigheid van Reef is een doel op zich.”

Joost Reef (36) nam eerder dit jaar het roer over van Jan de Bont, die zes jaar lang directievoorzitter van het concern was. De Bont was de eerste topman die niet afkomstig was uit de familie Reef. Eind dit jaar gaat De Bont met pensioen. Tot die tijd blijft hij de nieuwe voorzitter assisteren. De vader van Joost Reef schoof zijn zoon naar voren toen hij volledig eigenaar werd van het concern. Daarvoor deelde hij de aandelen nog met zijn neef.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels