nieuws

Infrabouw hoopt op pps-projecten

bouwbreed

Op het eerste gezicht lijkt het nog mee te vallen met de productie in de infrabouw. Maar een betere blik leert dat er volop bedreigingen op de loer liggen. Miljardenschulden bij lagere overheden en het nieuwe Aanbestedingsreglement Werken kunnen grote invloed hebben. Vianed-voorzitter Jan Rottweiler laat er zijn licht op schijnen.

“Dat er in de Nota mobiliteit aandacht is voor het onderliggend wegennet, juichen wij toe”, zegt Rottweiler. “Maar dan zal het Rijk ook moeten zorgen dat er geld wordt doorgeschoven naar de provincies. De lagere overheden zitten met miljardenschulden. Die vallen onder de normen van het groei- en stabiliteitspact van de Europese Unie. Dat vindt minister Zalm niet leuk en het zal dus mogelijk een rem zetten op de overheidsinvesteringen”, verwacht hij.

Nu nog lijkt de productie in de infrabouw redelijk op peil te blijven, maar dat is vooral dankzij de grote projecten. Zodra die zijn afgelopen wordt een dip verwacht. Ondanks het gebrek aan overheidsgeld ziet de Vianed-voorzitter echter ook kansen. “Het geeft aan dat er geld moet komen van andere sectoren dan de overheid. VNO-NCW heeft al aangegeven bereid te zijn tot medefinanciering. Ook op het onderliggend wegennet liggen mogelijkheden om inkomsten te genereren uit bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling..”

Dat pps kan voor het onderliggend wegennet, is al aangetoond, zij het met mate. De Sijtwende-tunnel, de N31 in Friesland en de N201 in Noord-Holland zijn wat Rottweiler betreft voorbeelden die navolging verdienen. Ook op lokaal niveau zijn er voorbeelden waar overheden en bedrijfsleven creatief bezig zijn geweest met private medefinanciering. Dus er is hoop. Wat dat betreft verwacht hij veel van de Regieraad. Die heeft in zijn visie voortvarendheid getoond, maar nu wordt het tijd voor actie.

Kortzichtig

“Helaas zie je nog erg veel gemeenten die niets zien in innovatieve contracten. Die gaan zeker onder de huidige marktomstandigheden voor de laagste prijs. Dat is kortzichtig. De laagste investeringskosten betekenen lang niet altijd de laagste prijs op langere termijn. We denken in dit verband aan een breed onderzoek naar het verschil in kosten gedurende de levenscyclus bij traditioneel en innovatief aanbesteden”, zegt Rottweiler.

Van één ding is hij overtuigd; wil de bedrijfstak toekomen aan innoveren, dan is aanbesteden op de laagste prijs zacht gezegd niet bepaald een goede methode. “Innovatie kan samengaan met de laagste prijs. Maar innoveren en aanbesteden op de laagste prijs zijn tegenstrijdig”, klinkt het stellig.

Hij houdt op dit punt ook zijn hart vast voor het nieuwe Aanbestedingsreglement Werken (ARW). Daarin komt te staan dat de aanbestedende dienst alternatieven kan uitsluiten. “In het huidige UAR was dat ook al zo. Dat gebeurde in de praktijk ook al. Wij hebben nog gewaarschuwd tegen deze tekst omdat dit de dood in de pot is voor innovatie. Maar het staat er toch in, ondanks het feit dat minister Brinkhorst ons oproept een innovatieve bedrijfstak te worden. Dat is dus tegenstrijdig. Een aannemer die het beter of goedkoper wil doen dankzij innovaties, krijgt die kans niet. Een gemiste kans voor open doel.”

Vianed is overigens ook om andere redenen niet blij met het ARW. “Gemeenten hebben nu al laten weten het reglement niet te zullen toepassen in afwachting van de Aanbestedingswet die er over pakweg twee, drie jaar zal zijn. Dat houdt in dat we weer geconfronteerd worden met vele verschillende aanbestedingsregels. Wat ons betreft is het beter om het UAR te handhaven totdat de aanbestedingswet er ligt.”

En ondertussen neemt het verkeersinfarct in Nederland alleen maar toe. Rijkswaterstaat voorspelt nu een groei van het personenverkeer met 20 procent en het goederenvervoer over de weg met 40 procent. “In theorie is er dus veel vraag naar infrastructuur. Nu het geld nog. Onze verwachtingen over de Regieraad zijn hoog, maar de inspanningen van de raad staan of vallen met het draagvlak bij de achterban. Dan heb ik het over opdrachtgevers en aannemers. Wij hebben als branchevereniging de taak onze leden te stimuleren en dat doen we ook. Gemeenten vormen echter vaak het probleem. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten is geen organisatie die haar leden kan binden. We hebben dus nog een hoop zendingswerk richting gemeenten te verrichten.”

De sector zelf is inmiddels al volop in beweging. “We zijn ervan overtuigd dat er kansen liggen. Daarom zijn we in de branche druk bezig met zaken als professioneel opdrachtnemerschap en andere structuren. Een programma als Proces- en Systeeminnovatie in de Bouw (PSIB) zie ik meer voor de langere termijn. Maar met Theo Mulder (de voormalige infradirecteur van Ballast Nedam, red.) als nieuwe projectdirecteur komt ook daar een praktischer aanpak. Rijkswaterstaat is bezig met andere gunningscriteria. Onder ander de zogenoemde past performance hoort daarbij. Ik hoop alleen dat de aanbesteder de rug recht houdt als ergens een heel lage prijs opduikt. Anders zou het de doodsteek voor het systeem zijn.”

Minstens één zorg heeft de Vianed-voorzitter nog over; de positie van het midden- en kleinbedrijf in de sector. In het verleden rekende Rijkswaterstaat de zorg voor de hele sector in elk geval met de mond tot zijn taken. In de praktijk kwam daar als gevolg van clustering van bestekken al weinig van terecht.

“Rijkswaterstaat heeft nu echter uitgesproken daar niet meer vóór te zijn. Het is iets waar we als brancheorganisatie veel aandacht aan geven, maar het is een lastig punt. Het mkb moet de aansluiting met de veranderende markt blijven vinden en als de gemeenten hier niet voor zorgen moet Rijkswaterstaat zich dit aantrekken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels