nieuws

Gebruik objectbibliotheek belangrijker dan perfectie

bouwbreed

den haag – Het werken met objectbibliotheken heeft veel voordelen. Desondanks worden ze in Nederland, ook in de bouw, nog maar weinig toegepast. Voor zowel het gebruik als het ontwikkelen van deze bibliotheken zou niet moeten worden gewacht op een allesomvattend raamwerk. Dr.ir. F.A.B. Lohman van PKM Solutions BV uit Papendrecht vindt dat toepassingen moeten groeien vanuit gebruikers met zelfopgezette, onvermijdelijkerwijs incomplete objectbibliotheken.

Objectbibliotheken bevatten uitsluitend informatie over objecten. Een definitie uit de nieuwe Nederlandse Technische Afspraak (NTA 8611) over richtlijnen voor objectbibliotheken luidt: “Een objectbibliotheek is een verzameling objecten met de daarbij opgeslagen kennis of informatie die kan worden hergebruikt”.

Gebruik van objectbibliotheken heeft toegevoegde waarde. Ze kunnen bijvoorbeeld dienen om partijen van uiteenlopende disciplines beter te laten samenwerken.

Doorgaans ontstaan veel afstemmingsproblemen vanwege verschillen in interpretatie. Een objectbibliotheek kan dat verbeteren door objecten discipline-overschrijdend en eenduidig te definiëren. De toegevoegde waarde kan ook zitten in hergebruik van kennis. De ontwerpen van engineers worden veelal niet op een in andere projecten toegepast. Door bijvoorbeeld een pompinstallatie één keer te definiëren in een objectbibliotheek wordt het ontsluiten van deze kennis voor hergebruik veel eenvoudiger. Tenminste als altijd naar dit begrip in deze bibliotheek wordt verwezen.

Het maken en gebruiken van objectbibliotheken maakt onderdeel uit van de aanpak die PKM Solutions hanteert bij het oplossen van problemen bij de informatievoorziening van complexe projecten. Voor een komende renovatie van het gebouw van het ministerie van Financiën is het bedrijf uit Papendrecht bezig het programma van eisen om te zetten in functionele en technische objecten. Dubbelzinnige bewoordingen en tegenstrijdigheden zijn er uitgehaald. Daardoor is een betere basis ontstaan voor de toetsing van het werk van de aannemer. Dat voorkomt niet alleen discussie achteraf bij de oplevering maar zorgt ook voor beperken van faalkosten. Die voordelen kunnen de opdrachtgever en opdrachtnemer geld sparen.

Lohman stelt vast dat gebruik van objectbibliotheken gezien de voordelen toch niet wijdverbreid is in Nederland. “Zet je het af tegen de afname van de faalkosten dan zou je ervoor moeten zorgen dat het programma van eisen goed is. Bij grote projecten loont het zeker om het programma van eisen volledig om te zetten in een objectbibliotheek op projectniveau.”

Voor kleinere projecten is het beter de standaard kennis te modelleren tot een bedrijfsbibliotheek. “Hoeveel handboeken ligger er niet bij aannemers. Daarin zitten vast tegenstrijdigheden en ongetwijfeld ook veel redundantie. Zou je alles in één objectbibliotheek vatten, dan is die kennis veel beter te gebruiken.”

Voor het ontwikkelen van objectbibliotheken die hun toepassing kennen over de bedrijfsgrenzen heen, is het verhaal niet anders. Er is volgens Lohman een grote hoeveelheid kennis aanwezig die door brancheorganisaties effectief op deze wijze zou kunnen worden ontsloten.

Het werken met objectbibliotheken biedt volgens Lohman zoveel voordelen dat je er meteen mee zou moeten beginnen. Dat lukt helaas nog niet. Nederland heeft iets met de dingen centraal te willen voorschrijven, een voor hem onbegrijpelijke drang naar een allesomvattende aanpak. “Voor de objectbibliotheken is dat niet de goede manier”, vindt Lohman.

“Je kunt er beter voor zorgen dat mensen met hun zelf opgezette objectbibliotheken werken. Die zullen niet perfect zijn of mogelijk zelfs onvolledig. Samenwerken met mensen met ook eigen bibliotheken zal in het begin niet eenvoudig zijn, vanwege de onderling verschillende wijzen van opstellen. Maar wachten tot iedereen het eens wordt over een allesomvattende, overkoepelende bibliotheek is een heilloze weg.”

Lohman pleit ervoor te beginnen met wat er is. Samenwerken met andere objectbibliotheken kan dan op de onderdelen waarover consensus heerst. Lopende de samenwerking kan de gebruiker van een bibliotheek die dan uitbreiden. Als daarbij wordt overlegd met anderen zal het deel waarover consensus bestaat steeds groeien.

“Als iedereen bovendien streeft naar conformiteit met NTA 8611 dan zal deze bottom-up werkwijze uiteindelijk leiden tot integrale samenwerking met alle voordelen van dien”, stelt Lohman.

Objectbibliotheken bevatten niets tastbaars

De definitie van een objectbibliotheek uit de nieuwe technische afspraak over objectbibliotheken luidt: “Een objectbibliotheek is een verzameling objecten met daarbij opgeslagen kennis of informatie die kan worden hergebruikt”.

Objectbibliotheken bevatten dus niets tastbaars, maar uitsluitend informatie over objecten. Objecten hoeven ook niet alleen te verwijzen naar fysieke objecten. Ook over functionele objecten of activiteitobjecten kan informatie worden vastgelegd.

Er zijn meer soorten bibliotheken te onderscheiden. Naar het gebruik dat ervan wordt gemaakt, zal de invulling verschillend zijn. Ter illustratie:

� Disciplinegebonden onderdelenbibliotheken. Deze zijn geschikt voor een specifieke toepassing in een specifiek domein. Toepassingen kunnen zijn: verkoop, inkoop, engineering of onderhoud. Domeinen zijn bijvoorbeeld: bouw, W en E installaties, machinebouw. Ze heten ook wel artikelencatalogi.

� Disciplinegebonden normbladenbibliotheken. Voor de verschillende producten/artikelenklassen van onderdelenbibliotheken zijn normbladen nodig. Daarin moet zijn vastgelegd welke kenmerken door een bepaalde leverancier allemaal kunnen worden ingevuld. Daarmee is dit type bibliotheek de basis voor het vullen van onderdelenbibliotheken.

� Productenbibliotheken. Hierin is de nadruk gelegd op de opbouw of samenstelling van een product. Hij wordt vooral gebruikt in de creatiefase. De productenbibliotheek wordt gevuld met objecten die man als organisatie zelf wenst te maken. Die maakdelen zullen (ten dele) weer bestaan uit koopdelen uit de artikelencatalogus.

�Integrerende bibliotheken. Deze hebben tot doel de betekenis van objecten te verklaren. Definities, kenmerken en onderlinge relaties leggen de opgenomen objecten eenduidig vast. De integrerende functie ontstaat doordat dergelijke bibliotheken worden gerelateerd aan de hiervoor beschreven disciplinebibliotheken.

�Contextbibliotheken geven contextbeschrijvingen en kenmerken zich door groepering van objecten in meer, soms ongelijksoortige lagen. Bijvoorbeeld industrietype, procestype of producttype. Dit type bibliotheek staat in dienst van de andere genoemde bibliotheken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels