nieuws

Discrepantie tussen vraag en aanbod

bouwbreed

Er lijkt volgens Antoinette Vietsch slechts verschuiving te zijn in wat we onder slechte woningen verstaan.

In de jaren �50 en �60 pakte men de problemen aan door de bouw van nieuwe woningen. Oude wijken werden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Door de bouw van bejaardenhuizen waarin de ouderen zorgeloos gingen wonen, kwamen woningen vrij voor de nieuwe generatie.

De inspraak uit de jaren �70 zorgde voor weerstand tegen sloop. Mensen waren bang dat de belofte dat ze terug konden komen in �hun� wijk niet waargemaakt zou worden. Zij wilden naast hun buren blijven wonen. Bovendien waren zij bang voor grote huurverhogingen. Dit leidde tot enorme stadsvernieuwingsprojecten waarbij vele woningen werden gerenoveerd. Functionele en technische kwaliteiten speelden geen rol. Slechts bij zeer slechte funderingen stond men sloop nog toe. Daardoor investeerde verschillende instanties ook geld in woningen die uiteindelijk beter gesloopt hadden kunnen worden.

De laatste jaren is de bouw vooral beperkt tot de groeisteden en de grote Vinex-locaties. De tijd van experimenten is voorbij: geen tweede Bijlmermeer en zelfs geen kubus- of bolwoningen meer. Nederlanders willen het liefst een huis met een schuin dak, een doorzonkamer en een tuintje. Dus bouwden bouwbedrijven op uiteenlopende locaties rijtjeshuizen met een voortuin van circa 5 meter en een achtertuin van 10 meter. Men liet de binnensteden met rust. Gesloopte plekken, bleven derhalve leeg.

Thans loopt de bouw in de Vinex-wijken achter. Het Ministerie van VROM constateert een woningnood van 170.000 woningen. Jonge starters op de woningmarkt nemen geen genoegen meer met een Van Dam-eenheid of een premie A-woning. Zij willen een echt huis. Gezinnen vallen uiteen. Beide ouders moeten de kinderen te logeren kunnen hebben en alle kinderen moeten een eigen kamer. Ouderen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. In hun jeugd moesten ze verhuizen omdat hun ouders bij een nieuw huis een week huur kregen en nieuw behang. Nu zijn het oude bomen die je vooral niet moet verpoten. Zij hebben het recht om thuis te blijven wonen en thuis is het huis waar zij hun kinderen in opgevoed hebben. Ook als dat betekent dat ze met de traplift naar de bovenverdieping moeten of dat een woning uitgebouwd moet worden zodat er een slaapkamer en badkamer op de begane grond komt en de bovenverdieping op slot gaat. De overheid ondersteunt dit model: als mensen thuis wonen in plaats van in een verzorgingshuis komen de woonlasten niet op rekening van de zorg.

Sommige ouderen kiezen niet voor dit model en willen een beschermde woonomgeving. Natuurlijk nemen we niet meer genoegen met een verzorgingsappartement. Hoewel die in rap tempo gegroeid zijn naar 45 m2 per persoon, moet gekozen worden voor scheiden wonen zorg en voor een echt appartement.

Het laatste complex dat ik bezocht, had woningen tussen de 75 vierkante meter en 135 vierkante meter. De voormalig verzorgingshuisdirecteur wees erop dat de Tweede Kamer toch wat moest doen aan de zeer kleine oppervlaktes van deze appartementen. Naast de toenemende oppervlakte-eisen, zijn ook de technische eisen opgeschroefd. En dan doel ik niet op in Nederland normale zaken zoals overal stopcontacten en centrale verwarming. Dat vinden we normaal. Ik merk pas dat dat niet normaal is als ik bij vrienden in Engeland ga logeren en mijn truien toch wel erg dun blijken. Nee, ik doel op de toenemende eisen vanuit het milieu en vanuit het oogpunt dat iedereen in mijn huis moet kunnen wonen. Daarom moet de trap in mijn huis niet te stijl zijn en mag hij geen draai hebben.

Deregulering

Het Bouwbesluit heeft bouwen er niet eenvoudiger, noch goedkoper op gemaakt. Het doel dat 30 procent van de woningen door de toekomstige bewoner zelf gebouwd wordt, kun je wel vergeten. Dan moet de deregulering echt veel verder.

Natuurlijk, iedereen in Nederland heeft recht op huisvesting en inderdaad willen velen het liefst in een villa wonen. Maar helaas moeten we de tering naar de nering zetten en dat geldt ook voor de woningbouw. Dat betekent dat we de huursubsidies niet eindeloos omhoog moeten gooien. Inkomens afhankelijke huur is natuurlijk hetzelfde als verkapte huursubsidie.

Het tegenargument is dat mensen met een hoog inkomen niet in goedkope huizen mogen wonen. Maar door die mengeling van inkomens voorkom je gettovorming en versterk je de sociale cohesie in een wijk. Echter, sociale cohesie schijn je in de discussie over woningbouw slechts te mogen gebruiken in samenhang met het terugkeerbeleid van de oorspronkelijke bewoners naar hun wijk bij vervangende nieuwbouw en bij de uitbreidingsmogelijkheden van dorpen in het groen.

Is er nu echt woningnood? Of is er slechts discrepantie tussen vraag en aanbod? Niemand heeft het recht op een eigen woning in de stad, zo niet de wijk waar hij wil wonen tegen slechts de prijs die hij wil betalen. Mijns inziens moeten we gewoon onze eisen terugschroeven.

Tijd van experimenten is voorbij

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels