nieuws

Parkeergarage Shell vergt bijzondere graaftechniek Elektronisch veilen

bouwbreed

den haag – Middenin Den Haag vlakbij een op staal gefundeerd gebouw een zandzuigwerk uitvoeren, gebeurt niet vaak. “Niet iedereen durft dat, maar wij wel”, zegt directeur H. van der Heiden van Bonneveld uit Bunschoten over het ontgraven van de bouwput voor een ondergrondse parkeergarage bij het Shell-hoofdkantoor aan de Carel van Bylandtlaan.

Het zuigen van zand uit de bouwput doet Bonneveld voor aannemingsbedrijf Jan Knijnenburg . Die ontgraaft de put voor de Belgische aannemer Besix die voor Shell de ruwbouw van de ondergrondse parkeergarage van het Metamorfoseproject realiseert. Jan Knijnenburg heeft met bemaling in twee fasen droog ontgraven tot een niveau van min 7 meter. Op 3 meter min en op 6 meter min zijn stempelingen op de diepwanden aangebracht. Het ontgraven zand is met een hydraulische graafmachine in vrachtwagens geladen en afgevoerd. Droog ontgraven tot een lager niveau is niet mogelijk, omdat dan de grond in de bouwkuip zou opbarsten. De kuip is daarom volgezet met water uit de Koninginnegracht aan één van de uiteinden van de Carel van Bylandtlaan.

Het aannemingsbedrijf uit Bunschoten is doende met zuigen van zand uit de bouwput van min 7 tot min 14,5 meter. Directeur Van der Heiden wil het bijzondere daarvan graag toelichten tijdens een rondgang over het werk. In de bouwput drijft een ponton van 10,5 bij 20 meter met daarop een hydraulische machine op rupsen met een giek waaraan een zandpomp hangt, even niet in bedrijf. Vanaf de pomp loopt een drijvende leiding naar de kant van de put. “De leiding van de pomp naar de wal is flexibel, een vaste leiding stort zo in elkaar als je de pomp aanzet”, verduidelijkt Van der Heiden.

Drijvers (ballonnen) op het water geven de positie van de leiding aan. De drijvers hoog op het water betekent dat er zich geen mengsel in de leiding bevindt. Drijvers erg laag in het water betekent een zwaar mengsel met veel zand.

Om een goede productie te kunnen draaien, is de zandpomp uitgerust met een installatie om het zand los te spuiten met water onder hoge druk (jetwater). Gemiddeld wordt zo�n 500 kuub zandwatermengsel per uur weggezogen. Ruwweg 20 procent daarvan is zand: een donker mengsel uit de aanvoerpijp betekent veel zand. Het komt neer op zo�n 100 kuub per uur aan zand, allemaal grijs van kleur.

Er zijn twee bassins gemaakt om het opgezogen zand in te storten. Ze zijn elk 42 meter lang en 15 meter breed. Tussen de twee bezinkbakken staat een hydraulische graafmachine op rupsen. De drijvende leiding van de onderwaterpomp is aangesloten op een vaste leiding naar één van de bezinkbassins. De rupskraan graaft het zand vrijwel direct uit het ene bassin en stort dat in gereedstaande, vloeistofdichte vrachtwagens. Is er geen wagen, dan dumpt de graver het zand in het tweede bassin. In het eerste bassin kan het zand en de nog fijnere fractie over een lengte van twee maal 42 meter bezinken. Aan het eind stroomt dan vrijwel schoon water door een retourleiding naar de bouwput. Het zand wordt afgevoerd naar een aparte plek om te worden gekeurd op verontreiningen. Is het schoon, dan wordt het hergebruikt.

De bezinkbakken zijn gemaakt met betonnen L-elementen die na plaatsing op maaiveld aan de binnenkant van folie zijn voorzien. Teruglopend naar de keet langs de wand van één van de bakken, kijk je aan de andere kant in het souterrain van het oude gebouw van Shell dat op staal is gefundeerd. “De bezinkbakken zijn goed berekend. Er is natuurlijk wel risico, maar dat is beheersbaar gemaakt”, stelt Van der Heiden. Er blijken ondanks alles toch verrassingen te kunnen optreden. Duikwerk in de bouwput behoort ook tot het werk dat Van der Heiden doet. Hij heeft gerekend op inzet van drie duikers. Maar Shell blijkt hier vanwege de diepte offshorenormen te hanteren. Dat betekent onder meer inzet van vier duikers in plaats van drie.

Schoongemaakt

Als de put op diepte is, worden funderingspalen en diepwanden schoongemaakt. Besix gaat dan verder met het aanbrengen van een laag grind van 0,3 meter die gaat dienen als slibvang. Het water in de bouwput is namelijk nooit helemaal vrij van slib te krijgen. Op het grind komt een laag onderwaterbeton met een dikte van 1,30 meter. Na verharden kan de kuip worden drooggezet door het water weer uit de bouwput te pompen. De funderingspalen steken dan boven het onderwaterbeton uit. Ze worden opgenomen in het ter plaatse te storten beton van een constructieve vloer van 70 centimeter dikte. “Die wordt goed met de diepwanden verbonden zodat één geheel ontstaat”, zegt assistent projectleider J. de Cat van Besix. De garage wordt dan afgebouwd door het plaatsen van een geprefabriceerde betonnen constructie. Als volgend jaar het dak is aangebracht kan de straat erboven weer worden hersteld.

Construction manager

Bovis Land Lease treedt voor opdrachtgever Shell op als construction manager. Daardoor ontstaat een manier van werken die ook in Nederland private opdrachtgevers voordelen oplevert. De construction manager, die tevens als directievoerder optreedt, deelt het werk in onderdelen op en maakt daar bestekken voor (bouwkundig, civieltechnisch, w- en e-installaties). De construction manager zoekt aannemers bij de onderdelen. Gunning kan uit de hand zijn of via een onderhandse procedure.

De construction manager werkt uitsluitend met bedrijven die bij hem bekend zijn en een goede reputatie genieten. Hij kan er dan van op aan dat kwaliteit wordt geleverd.

Deze werkwijze vergt het uiterste van de construction manager op het gebied van de coördinatie. Opknippen van het werk in veel onderdelen betekent namelijk veel aannemers op het werk met veel raakvlakken. En alles moet met zo min mogelijk hinder doorgang kunnen vinden.

Voordeel van de methode is dat bestekken maken, selecteren van geschikte bedrijven, planning en budget in één hand blijven. Nadeel kan zijn, dat ondanks alle inspanning een aannemer wordt gehinderd in zijn besteksconforme uitvoering omdat een ander zijn werk – al of niet door onvoorziene omstandigheden – anders dan voorzien heeft moeten uitvoeren.

Besix heeft het werk gekregen via een elektronische veiling. Ing. H.H.J. Post van Besix is daar positief over. Van der Heiden van Bonneveld en J. Knijnenburg, algemeen directeur van Jan Knijnenburg, zijn daar minder over te spreken. Voor grote werken is dat wel okay, maar voor de kleinere werken van een paar ton is het volgens Van der Heiden niet geschikt.

Knijnenburg laat eenzelfde geluid horen. “Bij een traditionele aanbesteding wist je als de enveloppen opengingen waar je aan toe was. De prijs lag vast. Bij het internetveilen gaat het maar door. Je wordt als kleiner bedrijf ondergesneeuwd door de grotere bedrijven.” Het blijft onduidelijk of dat ondersneeuwen de markt is of dat het inherent is aan het elektronisch aanbesteden van het werk.

Post deelt die mening niet. “Je moet zo�n veiling beginnen met scherp omlijnde, vaste ideeën tot hoever je wilt gaan als je met je prijs moet zakken om het werk te krijgen. Zou je lager moeten gaan dan de grens die je voor jezelf hebt gesteld, dan moet je stoppen. Dat is wennen.”

�Niet iedereen

durft dat, maar

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels