nieuws

KNMI aanjager van de wederopbouw

bouwbreed

de bilt – Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en de bouwsector kunnen bogen op een innige samenwerking. Nu commerciële diensten zijn afgestoten en bureaus als Meteo Consult en Weather News weerberichten voor de bouw en andere doelgroepen verzorgen, staat het instituut in De Bilt minder in de schijnwerpers. Op de achtergrond blijft de 150-jarige een grote rol spelen als leverancier van modellen en meetgegevens.

Je kunt praten over het weer; het zal er niet door veranderen. Met zijn standpunt is het niet anders, zei de politicus. Je moet er maar rekening mee houden.

Met een betrouwbare weersverwachting is echter veel gewonnen, wist al in de jaren vijftig van de vorige eeuw het toenmalige ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid. Met het oog op de wederopbouw maakte het zich zorgen over de invloed van minder gunstige weersomstandigheden op de bouwproductie.

Het instituut van weersvoorspellers begreep, blijkens een jaarverslag uit die tijd, wat het te doen stond: “Naarmate het Nederlandse volk krachtiger werd geconfronteerd met de noodtoestand die een gevolg is van het gebrek aan woon- en werkruimte, dat sedert het einde van de Tweede Wereldoorlog bestaat, groeide het besef dat bij een doeltreffende bouwplanning meer rekening dient te worden gehouden met de weersomstandigheden in het algemeen en die gedurende de wintermaanden in het bijzonder.”

Dit besef had geresulteerd in een samenwerking met “deskundigen uit de bouwwereld”. Hieruit zijn speciaal op de bouw toegesneden weerberichten voortgekomen. Een reeks weertypen werd in kaart gebracht op basis van temperatuur, neerslag en windsterkte. Aannemers konden zo hun werkzaamheden beter plannen en voorbereiden.

Verletbestrijding was een belangrijk doel waarvoor het meteorologisch instituut werd ingeschakeld, naast veiligheid en het bewaken van de werkomstandigheden. Over de combinatie van neerslag en harde wind werd bijvoorbeeld opgemerkt dat die kon leiden tot het nat worden van muren maar ook dat regen “onaangenamer is voor de arbeiders indien de neerslag met veel wind gepaard gaat”. Verder werd gesignaleerd dat niet alleen zware maar ook lichte regen voor de werkers erg onaangenaam kan zijn wanneer deze lang aanhoudt.

Veiligheidsrisico�s bij verschillende weertypen werden in kaart gebracht. Zoals dat onderkoelde regen kan leiden tot ijsafzetting op de steigers. Of harde wind die hijswerkzaamheden riskant kan maken.

In de loop der jaren is de berichtgeving verfijnd, onder meer om kleinere doelgroepen van op hun situatie toegesneden informatie te voorzien. Zo nodig met de allerlaatste gegevens over bijvoorbeeld een naderende bui die een gevoelige operatie kan verstoren. Ook de huidige commerciële weerbureaus halen de hiervoor benodigde meetgegevens nog altijd bij het KNMI.

Vorst-, neerslag- en lichtverlet worden tegenwoordig effectief aangepakt. En als door lage temperaturen toch niet kan worden doorgewerkt, dient de informatie van het KNMI als bewijs voor uitbetaling door het Sociaal Fonds voor de Bouwnijverheid.

Inmiddels dringt alweer een nieuw – zomers – ongemak zich op: warmte en als reactie daarop de roep om hitteverlet. Misschien wordt dit ooit een ad-hoczusje van de bouwvakvakantie.

Het 150-jarig bestaan van het KNMI wordt vandaag gevierd met een symposium waarop onder meer de secretaris-generaal van de Wereld Meteorologische Organisatie M. Jarraud en Nobelprijswinnaar prof. P. Crutzen aanwezig zijn. Ook prins Willem-Alexander woont de bijeenkomst bij.

Het toenmalige ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid maakte zich in de jaren vijftig van de vorige eeuw zorgen over de invloed van minder gunstige weersomstandigheden op de bouwproductie. In een jaarverslag houdt het KNMI een pleidooi voor het besef dat voor goede bouwplanning rekening moet worden gehouden met de weersomstandigheden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels