nieuws

In strijd met waterstaatkundige regels

bouwbreed

Bij het opstellen en indienen van bouwplannen lopen de betrokken partijen artikel 44 Woningwet doorgaans strikt na. Voldoet het bouwplan namelijk aan het geldende bestemmingsplan, bouwverordening en Bouwbesluit, dan kan de benodigde bouwvergunning niet worden geweigerd. Wat de bouwwereld volgens Henriëtte Bast nogal eens uit het oog verliest is dat bouwplannen waarvoor een (onherroepelijke) bouwvergunning is verleend, alsnog in het water kunnen vallen wanneer ze in strijd zijn met waterstaatkundige regels.

Nederland waterland telt vele waterschapsorganen en -regels ter bescherming van en tegen ons water. Hierop dient men bedacht te zijn bij het opstellen van bouwplannen in de nabijheid van water.

Nederland heeft 37 waterschappen. Elk waterschap is belast met de zorg voor het water en de waterkering in zijn gebied en heeft in dat gebied een grote mate van autonomie in het opstellen van regels en beleid. Die regels, vervat in verordeningen, de zogenaamde Keuren, zijn allemaal gesteld in het kader van het behoud van waterwegen en -keringen. Deze �waterstaatkundige belangen� worden voor een aanzienlijk deel beschermd met bouwbeperkingen in de nabijheid van water. Tevens bevatten waterschapskeuren onderhouds- en/of afrasterplichten voor aangrenzende terreinen.

In beginsel verdient het aanbeveling om met de Keuren rekening te houden in het bouwplan. Van dergelijke beschermingsbepalingen kan echter ook ontheffing worden verleend. Ter verduidelijking geef ik hiervan een recent voorbeeld. Artikel 8 lid 1 van de Keur oppervlaktewateren verbiedt het waterschap Mark en Weerijs om binnen een afstand van 4 meter van wateren “handelingen te verrichten waardoor het onderhoud aan die oppervlaktewateren wordt belemmerd”. Hieronder valt in elk geval het bouwen van hekken en muren.

Bewoners die de afscheiding van hun achtertuin op minder dan 4 meter afstand van een watergang hadden geplaatst, vragen ontheffing van het waterschapsverbod. Het waterschapsbestuur weigert ontheffing te verlenen. Dit besluit blijft tot en met de Raad van State in stand. De Raad van State stelt vast dat door de plaatsing van de afscheiding het onderhoud van de waterkant met het gebruikelijke materieel wordt belemmerd. Het aanbod van de bewoners om het onderhoud gedeeltelijk op eigen kosten met kleiner materieel uit te voeren is geen aanleiding voor ontheffing. Dat de bewoners kosten moeten maken om het hekwerk te verplaatsen, is dat evenmin. De vraag rijst welke belangen dan wel mee (mogen) wegen en wanneer.

Specialiteitsbeginsel

In beginsel mag ontheffing slechts worden geweigerd als waterstaatkundige belangen zich daar tegen verzetten. Welke belangen dat zijn, hangt af van de (reikwijdte van de) taakopdracht van het waterschap. Sommige Keuren bevatten bepalingen die (ook) andere dan strikt waterstaatkundige belangen beschermen. Uitgangspunt is dat alle belangen die in de Keur worden beschermd worden meegewogen bij het ontheffingsbesluit. Dezelfde toets strekt zich uit over de aan de ontheffing gestelde voorwaarden. Wanneer deze voorwaarden geen waterstaatkundige belangen dienen, worden ze ook wel separaat bij overeenkomst aangegaan. Bezwaren tegen deze voorwaarden raken dan de ontheffing niet.

Net als bij artikel 44 Woningwet ligt aan deze beperking van mee te wegen belangen het specialiteitsbeginsel ten grondslag: de belangenafweging mag zich alleen uitstrekken tot die belangen die de betreffende regeling beoogt te beschermen. Door twee ontwikkelingen wordt die beperking echter tegengewerkt.

Ten eerste is de tendens dat een breed scala van infrastructurele ingrepen onder de taakuitoefening van waterschappen wordt gebracht in de Keur.

Ten tweede is de al te enge benadering van het specialiteitsbeginsel verlaten, waardoor ook andere belangen een rol zouden kunnen spelen. Voor een afweging van die (derden-)belangen – tegen de belangen van de aanvrager – is echter pas plaats als waterstaatkundige belangen zich niet tegen ontheffing verzetten. Bezwaar tegen een geweigerde ontheffing heeft kans van slagen indien de weigering grondt op gesteld nieuw waterstaatkundig inzicht, terwijl tot op dat moment geen consistent handhavings- en ontheffingenbeleid wordt gevoerd. Als geen gegevens worden bijgehouden kan geen sprake zijn van zorgvuldig beleid. Dat beleid hoeft niet schriftelijk te zijn vastgelegd.

Bezwaar tegen een verleende ontheffing heeft nog altijd géén kans van slagen als de ingreep, die weliswaar een aantasting van een waterhuishouding meebrengt, in waterstaatkundig opzicht te verwaarlozen is.

Alleen waterstaatkundige belangen kunnen ontheffing van Keur-bouwverboden tegenhouden. Maar dat doen ze dan ook, zonder uitvoerige belangenafweging, óók wanneer ze twijfelachtig waterstaatkundig van aard zijn maar wel in de Keur als beschermingswaard zijn opgenomen.

Het leek even dat ook andere belangen ontheffing kunnen tegenhouden. Aangezien deze overige belangen slechts aan bod komen wanneer al is vastgesteld dat er geen waterstaatkundige bezwaren zijn en deze belangen worden afgewogen tegen de belangen van de aanvrager, lijkt er ten aanzien van deze belangen vooralsnog niet veel meer dan een motiveringsverplichting voor het waterschapsbestuur te bestaan.

Met het Keur aan boord, wens ik u in de bouw een behouden vaart!

Beleid hoeft niet schriftelijk te zijn vastgelegd

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels