nieuws

Den Haag: ruimte voor kwaliteit

bouwbreed

Onder die weinig originele naam presenteerde de gemeente Den Haag recentelijk haar beleidsplan voor de publieke ruimte. Dat geschiedde in de zogeheten �week van de openbare ruimte�. Een week die voorafgegaan werd door een symposium tijdens welke bestuurders, beleidsmakers en ontwerpers elkaar aanspraken op hun bereidheid tot samenwerken op het terrein van ontwerp, inrichting en […]

Onder die weinig originele naam presenteerde de gemeente Den Haag recentelijk haar beleidsplan voor de publieke ruimte. Dat geschiedde in de zogeheten �week van de openbare ruimte�. Een week die voorafgegaan werd door een symposium tijdens welke bestuurders, beleidsmakers en ontwerpers elkaar aanspraken op hun bereidheid tot samenwerken op het terrein van ontwerp, inrichting en onderhoud van een stad. Een stad die enerzijds geteisterd lijkt door de dramatische bouw van de tramtunnel en de omstreden sloop van het Zwarte Madonna-complex.

Ook een stad die anderzijds kans ziet om opvallende nieuwbouw, zoals het Haagse gemeentehuis of het winkelgebied De Haagse Bluf en opvallende renovatieprojecten, zoals in delen van de Schilderswijk, te realiseren.

In 1996 wist de schrijfster Hella Haasse het zo treffend te omschrijven: “Den Haag wil zich laten veroveren, werpt op onverwachte ogenblikken een voor een de maskers af (die in hoofdzaak van negentiende-eeuwse makelij zijn), om dan daar waar zij het stilst, het meest hooghartig of effen burgerdeftig lijkt, dubbele bodems, spiegeleffecten, verborgenheden, zelfs duistere geheimen te raden te geven”.

Maar dat beeld is achterhaald. De ooit zo geprezen stedenbouwkundige kwaliteiten hebben maar voor een deel de tijd, maar vooral de actuele opvattingen over mooi en lelijk doorstaan. Er is behoefte aan nieuwe functies, maar zeker ook aan nieuwe denkbeelden en beleid.

De kadernota Openbare Ruimte – die expliciet uitgaat van het vernieuwingsproject De Kern Gezond – geeft aan hoe de kwaliteit van de openbare ruimte kan worden verbeterd en welke consequenties dit heeft voor inrichting, onderhoud en gebruik.

De nota, die zich overigens niet beperkt tot de binnenstad, geeft aan hoe allerlei ontwikkelingen – van parkeeroverlast tot gebrekkig onderhoud – de gebruiks- en belevingswaarden van Den Haag zwaar onder druk zetten. Omdat het belang van een goed ingerichte publieke ruimte evident is vraagt dat om een actieve sturing, een duidelijke planontwikkeling en de nodige kwaliteitscriteria voor de inrichting (eenvoud, harmonie en ruimte), onderhoud (schoon, heel en veilig) en gebruik (functioneel, flexibel en veelzijdig), aldus de gemeente Den Haag.

De stad vertegenwoordigt een belangrijk cultureel kapitaal, dat uitsluitend door zorgvuldig en zorgzaam gebruik in stand kan worden gehouden. In de kadernota zijn daartoe kwaliteitsstandaards opgesteld en geoperationaliseerd. Uitgangspunt bij dat alles is dat er in de ontwerpfase condities worden gemaakt, die ook bij de uitvoering ervan een optimale keuzevrijheid voor individuen garandeert. Dus geen manierisme of formalisme, geen semi-gezelligheid, maar wel een open ruimte waarin alles kan.

Dat is volgens Maarten Schmitt, de stadsstedenbouwer van Den Haag, de uitdaging. “Ontwerp niet, maar creëer. Werk vanuit de leegte. En doe maar gewoon, maar dan wel op een functionele wijze en in een betekenisvolle vorm”.

In dat verband kwamen de zo vaak besproken en maatschappelijk sterk bekritiseerde openbare ruimten als het lege en winderige Spuiplein en de onduidelijkheden over de �nieuwe� Grote Marktstraat aan de orde.

De onzekerheid over de afloop van het debat over dergelijke projecten werkt verlammend door, zeker wanneer de beleidsbepalers niet voldoende bereid zijn daarover met de bevolking te overleggen. Ook privatisering en �militarisering� leveren gevaar op voor de kwaliteit en de toegankelijkheid van het publieke domein. Zo betekenen de komst van winkelmalls, de aanwezigheid van cameratoezicht en allerlei vormen van toegangsregulatie en -beveiliging nu al dat veel oorspronkelijke stedelijke functies zich in een private ruimte afspelen.

Voorspelbaar

Volgens stedenbouwkundig adviseur en ontwerper Rob van den Bijl valt op die ontwikkeling alleen maar adequaat te anticiperen door daarvoor een programma voor de eenentwintigste eeuw op te stellen en uit te voeren. Het is anders voorspelbaar dat belangrijke, karakteristieke delen van de stad niet meer vrij toegankelijk worden, zoals in andere buitenlandse steden al zichtbaar is. Een vergelijkbare ontwikkeling dreigt zich ook voor te doen wanneer buurtpreventie uitmondt in afgegrendelde woonwijken.

In Zuid-Afrika en Amerika leidt dat tot grootschalige vormen van segregatie van de fysieke woonomgeving. Nu al moet Den Haag beschouwd worden als een �archipel van enclaves�; er is sprake van een grote scheiding in woonmilieus, maar ook in kwaliteiten van de openbare ruimte.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels