nieuws

Verfhandel vervoert product vaak onveilig Branche onevenredig getroffen door regels

bouwbreed

den haag – Verfhandelaren hebben te weinig besef van veiligheidsregels voor het vervoeren van verf. Dat concludeert de Inspectie Verkeer en Waterstaat na een onderzoek dat vorig jaar werd uitgevoerd in de verfhandel. Een nieuw onderzoek in de loop van dit jaar moet uitwijzen of de situatie is verbeterd.

De bedrijfstakorganisaties in de verfindustrie buigen zich momenteel over de bevindingen in het eindrapport Broncontroles Verfhandel.

Bij bedrijven die gevaarlijke stoffen verladen stellen wet en regel een veiligheidsadviseur verplicht, maar tijdens het onderzoek bleek deze soms te ontbreken. Ook het vervoer van verfproducten voldeed niet aan de regels doordat verpakkingen niet waren vastgezet voor het transport en de vereiste aanduidingen op de verpakkingen ontbraken.

Volgens de inspectie kunnen deze tekortkomingen bij ongelukken onnodige risico�s veroorzaken. Soms werkt onvoldoende opgeleid personeel met gevaarlijke stoffen.

De rapporteurs merken op dat verf en aanverwante producten over het geheel genomen niet onder de categorie �zeer gevaarlijke stoffen� vallen. De producten zijn daarentegen wel brandbaar en soms ook bijtend en giftig.

Elke twee jaar verandert de internationale regelgeving ADR die het veilige wegvervoer van gevaarlijke stoffen beschrijft. Verfhandelaren blijken volgens de inspectie daar weinig kennis van te hebben, niet in de laatste plaats omdat personeel de meeste verfproducten niet als gevaarlijke stoffen ziet. In het totale assortiment blijft het aantal producten dat onder het ADR valt volgens de onderzoekers beperkt.

De studie leert dat ondernemingen niet op de hoogte worden gehouden van wijzigingen in de wetgeving voor gevaarlijke stoffen. Daarvoor kunnen bedrijven bijvoorbeeld terecht bij het Vervoerinformatiecentrum (VIC) van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Dat is echter maar bij een minderheid van de ondernemers bekend. Veel bedrijven zijn ook niet bekend met de meldingsplicht die de Wet vervoer gevaarlijke stoffen voorschrijft.

Uit het onderzoek blijkt dat de bedrijfstak de regels als complex ervaart. Ruim eenderde van de verfhandelaren bepleit een vereenvoudiging van de regels. De inspectie vermoedt dat de beperkte kennis van het ADR daar debet aan is. Een groot aantal bedrijven maakt geen gebruik van een veiligheidsadviseur terwijl het wel in meer of mindere mate te maken krijgen met het ADR.

De Inspectie adviseert de bedrijfstakverenigingen Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten VVVF en Vereniging van Verfgroothandelaren VVVH de regelgeving op een informatieblad samen te vatten. Andere informatiebladen van het VIC over bijvoorbeeld het invullen van vervoersdocumenten en meldingsformulieren kunnen als bijlage worden bijgevoegd.

“Niet nieuw”, noemt een woordvoerder van de Vereniging van Verfgroothandelaren (VVVH) de bevindingen van het onderzoek. Ook het negatieve oordeel van de rapporteurs verraste niet. De vereniging verwacht dat bij hercontrole zal blijken dat de leden werken aan verbetering. Bijvoorbeeld door het volgen van een cursus die de organisatie daarvoor heeft voorbereid en door het opvolgen van aanbevelingen van de verladersorganisatie EVO waarbij veel leden van de VVVH zijn aangesloten.

De vereniging benadrukt dat de leden onevenredig zwaar worden getroffen door milieuvoorschriften als de internationale regelgeving ADR. In het najaar belegt de VVVH een aparte bijeenkomst over het ADR en licht dan vooral de effecten toe van deze regeling voor de grossier.

De Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten (VVVF) zegt bij monde van stafmedewerker technische zaken G. Jonkers kennis te hebben genomen van het rapport van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. De branchevereniging wijst erop dat het gaat om controle bij de verfhandel en niet van de verffabrikanten. “Enige jaren geleden vond ook een broncontrole plaats bij leden van de verf- en drukinktindustrie. Als vervolg hierop heeft de VVVF acties ondernomen. Dit heeft geleid tot betere aanlevering van de producten aan de handel. Dit is ook een van de opmerkingen die de inspectie maakt.”

Inmiddels heeft overleg plaatsgevonden tussen de inspectie, de VVVH en de VVVF. “De VVVH geeft aan dat zal worden gestreefd naar verbetering. De VVVF wil hier haar medewerking aan verlenen. Verder hebben wij voorgesteld om regelmatig, één of twee keer per jaar, overleg te voeren met de inspectie over het vervoer over de weg van verfproducten. Zo kunnen problemen tijdig worden gesignaleerd en kunnen acties worden ondernomen”, aldus Jonkers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels