nieuws

Dunne deklagen stellen hoge eisen aan ondergrond Technische Commissie Asfalttechnologie van VBW-Asfalt stelt richtlijn op Bekende en minder bekende mengsels

bouwbreed

breukelen – Bij dunne asfalt- deklagen is de tolerantie in grote lijnen net zo klein als de laagdikte. Dat stelt hoge eisen aan de ondergrond. Die moet niet alleen voldoende draagkracht hebben, maar in enkele gevallen ook waterdicht zijn en altijd vlakker dan normaal. Zelfs het oppervlak van normaal freeswerk kan te ruw zijn, zo blijkt uit de nieuwe Richtlijn dunne asfalt deklagen van VBW-Asfalt.

Vrijwel alle momenteel in omloop zijnde producten voor deklagen tot 30 millimeter dikte kunnen slechts variaties opvangen van plus of min 5 millimeter. Bij enkele producten is 10 millimeter laagdikte acceptabel.

Volgens de opstellers van de richtlijn, de Technische Commissie Asfalttechnologie (TCA) van VBW-Asfalt, betekent het “dat de onderliggende constructie nauwkeurig onder het gewenste profiel moet liggen en slechts beperkte onvlakheden mag vertonen.”

Dat geldt vooral voor de zeer open versies. De onderliggende constructie daarvan moet – uiteraard  – eveneens waterdicht zijn, “tenzij dit wordt bereikt met een (aangepaste) kleeflaag onder de dunne deklaag.”

Vanwege de stromingsweerstand van het water door de deklaag is bij de zeer open versies een wat grotere dwarshelling noodzakelijk dan gebruikelijk. Volgens de TCA kan circa 2,5 procent in dat opzicht voldoende zijn.

Specifieker

Dat dunne deklagen zo in de belangstelling staan heeft een goede reden. Na zoab en tweelaags-zoab is de ontwikkeling steeds meer gegaan in de richting van een constructieve dichte onderlaag met daarop een dunne (open) deklaag.

“Dergelijke dunne deklagen maken namelijk heel andere dingen mogelijk, ze zijn specifieker toe te passen. Ze passen in het beeld van Perpetual Pavement. Alleen het oppervlak van asfaltwegen vervangen is door de dunne deklagen geen toekomstdroom meer, want er wordt serieus naar gekeken”, aldus publiciteitsmedewerker ing. E. de Jong van VBW-Asfalt.

Maar nieuwe ontwikkelingen en bijbehorende producten brengen voor opdrachtgevers, adviseurs en uitvoerders ook een heleboel onzekerheden met zich mee. De Jong: “Er zijn inmiddels zoveel verschillende deklagen en overlagingsproducten op de markt, met allemaal zo hun eigenschappen, dat we het tijd vonden voor een overzicht. Het werd een richtlijn met vier bijlagen, waaronder een checklist en een hulpmiddel – een handige vragenlijst – bij de keuze van het gewenste type dunne deklaag. De richtlijn is in vrij korte tijd opgesteld door onze Technische Commissie Asfalttechnologie. Hij geeft alle partijen een grotere transparantie en biedt tevens opdrachtgevers een handvat voor het schrijven van bestekken en beoordelen van aanbiedingen,” aldus De Jong.

De richtlijn geeft op veel praktische punten de do�s en dont�s aan van het werken met dunne asfaltlagen. Zo kan het voorafgaand aan het aanbrengen van de dunne deklagen nodig zijn te herprofileren door het opvullen van gaten, vlak-frezen van oneffenheden of spoorvorming, aanpassen van de dwarshelling enzovoort. “Opgepast moet worden dat eventueel freeswerk voldoende vlak is, zo nodig door gebruik van een frees met een zogenaamde fijne rol”, zo adviseert de TCA, die verder tot de conclusie komt dat freeswerk “als directe ondergrond voor zeer open deklagen eigenlijk niet geschikt is.”

Duurzaamheid

Door de aanwezigheid van een stabiel steenskelet hebben dunne asfaltdeklagen een goede weerstand tegen vervormingen. Echter, omdat zij slechts een dun laagje vormen, worden verkeers- en temperatuurbelastingen op onderliggende lagen weinig gereduceerd. De weerstand van de gehele constructie tegen vervorming wordt dan ook sterk bepaald door de lagen direct onder de dunne deklaag.

De TCA adviseert daarom “vormgevoelige lagen (boven) in de oude constructie te vervangen door stabiel materiaal, alvorens een dunne deklaag aan te brengen.”

Dat mag een extra kostenpost zijn, het is er wel één die de duurzaamheid van het eindresultaat sterk verbetert. Dit geldt met name voor de weerstand tegen wringende belastingen, die voor een deel afhankelijk is van de hechting van de nieuwe laag aan de onderliggende constructie.

Rafelranden

Over de rafeling door wringende belastingen zegt de TCA, dat de dichte en semi-dichte dunne deklagen op dat punt meestal een goede weerstand hebben door de aanwezigheid van een stabiel steenskelet. De zeer open versies zijn op dat punt veel meer te vergelijken met standaard zoab en tweelaags zoab. Ze hebben om die reden veel meer last van rafeling of, zoals de TCA het hier vrij poëtisch zegt: “Stuurbekrachtiging en meesturende achterwielen zijn ideaal voor de bestuurder, vanuit stilstand zijn ze echter funest voor zeer open asfalt.”

De steenrijke asfaltmengsels voor dunne asfaltdeklagen moeten bij voorkeur machinaal worden aangebracht want, zo constateert de commissie, “handwerk leidt tot een lagere kwaliteit”. Het gaat dan om het bijna onvermijdelijke handwerk bij putten, vluchtheuvels, verkeersdrempels en aansluitingen. Daar ontbreekt de voorverdichting door de spreidmachine en is de hoeveelheid materiaal per vierkante meter minder goed te doseren. Bovendien is ook de textuur van handwerk meestal van mindere kwaliteit. De commissie adviseert dan ook met grote nadruk: “Al in het ontwerpstadium moet het handwerk tot een minimum worden gereduceerd.”

Kort door de bocht kan worden geconcludeerd, aldus de TCA, “dat de zeer open asfalt deklagen meestal een betere geluidsreductie opleveren dan de dichte en semi-dichte deklagen. Daarentegen zijn zij gevoeliger voor vuil en rafeling (vooral door wringend verkeer), waardoor de duurzaamheid van de zeer open deklagen (en van de geluidsreductie) onder druk komt te staan.”

In de nieuwe Richtlijn dunne asfalt deklagen van de VBW-Asfalt wordt een indeling gehanteerd van dichte, semi-dichte, halfopen en zeer open deklagen.

Dat onderscheid is van belang, want de dichte mengsels zijn veelal bekend en opgenomen in de Standaard RAW-bepalingen 2000. Bij de semi-dichte, halfopen en zeer open mengsels gaat het vaak om specifieke bedrijfsproducten, waarvan (een deel van de) samenstelling niet bekend is.

Dat past niet goed in de gangbare RAW-systematiek van aanbesteden. De opstellers van de richtlijn pleiten daarom voor een andere aanpak, met bijvoorbeeld een �open� vraagstelling.

Bij de productkeuze is een volgend dilemma welke producteigenschappen moeten worden gekozen in welke toepassing. “Want verbetering van één eigenschap (bijvoorbeeld geluidsreductie) kan gepaard gaan met verslechtering van een andere (bijvoorbeeld weerstand tegen rafeling)”, aldus de opstellers.

Uit bijgaande grafiek zijn die tegenstrijdige effecten af te lezen. Zij toont op grove wijze de schematische relatie tussen de holle ruimte in de dunne asfaltdeklaag, de (deels geschatte) te verwachten levensduur en de mate van geluidsreductie. Zichtbaar is dat de gemiddelde levensduur afneemt bij een toenemende geluidsreductie en groeiend percentage holle ruimte.

De grafiek is gebaseerd op opgaven van aannemers over ongeveer vijftien producten in 2003.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels