nieuws

Eenmanszaak populair in de bouwnijverheid

bouwbreed

zoetermeer – Ruim de helft van alle ondernemingen in de bouw is een eenmanszaak. Dat blijkt uit het rapport Rechtsvormkeuze in het MKB, van het EIM, een onderzoeksbureau voor het midden- en kleinbedrijf.

De eenpitter is daarmee verreweg het populairst in de sector waar iets minder dan een kwart van de ondernemingen als een besloten vennootschap (bv) door het leven gaat.

Na de bv is de vennootschap onder firma (vof), een samenwerkingsverband van verschillende ondernemingen waarbij de deelnemers zelf aansprakelijk blijven, het populairst in de bouwsector. Eenvijfde van de bedrijvigheid in de sector vindt binnen deze organisatievorm plaats. Coöperaties komen vaker voor in de bouw dan naamloze vennootschappen (nv); 0,1 kiest procent voor een collectief samenwerkingsverband.

Volgens onderzoeker K. Bangma van het EIM zorgt het grote aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp�er) voor het naar verhouding grote aandeel van eenmanszaken in de bouw. Daarnaast is er in de sector geen druk om over te stappen op een andere organisatievorm. “Met name in de financiële dienstverlening heeft de eenmanszaak een slecht imago. Ondernemers in die sector kiezen daarom sneller voor een bv”.

De positie die een bouwvakker als werknemer heeft, zorgt volgens Bangma ook voor veel kleine zelfstandigen. “De sociale zekerheid is de afgelopen jaren, met een populair woord, uitgekleed. Dat geldt voor alle sectoren, maar de bouw in het bijzonder.” Minder zekerheden in dienstverband maakt alleen werken aantrekkelijker. Daarbij speelt mee dat de startinvesteringen voor een zzp�er in de bouw laag zijn in vergelijking met andere sectoren zoals de detailhandel.

Bij de keuze voor de organisatievorm van een onderneming spelen de fiscale aspecten een belangrijke rol. Zo wordt volgens het EIM een bv over het algemeen pas aantrekkelijk als de winst van de onderneming hoger is dan 260.000 euro.

Overschakelen

De keuze voor een bv wordt daarbij bepaald door het gedrag van de ondernemer. Wil hij de winstuitkering van zijn bedrijf uitstellen, dan schakelt hij bij een nettoresultaat van hoger dan 50.000 euro al over op een bv omdat alleen deze rechtsvorm dat mogelijk maakt. Bij deze keuze speelt mee dat vooral starters het kapitaal in hun onderneming vast proberen te houden omdat het geld hard nodig is om overeind te blijven.

Als het bedrijf op korte termijn winst op moet leveren dan is het aantrekkelijker om pas bij een winstniveau van 260.000 euro over te schakelen naar een bv. Omdat de opbrengsten dan aan de eenmanszaak van de ondernemer worden toegeschreven, wordt de inkomstenbelasting toegepast. Dit is een gunstiger regime dan de vennootschapsbelasting die bij een bv wordt toegepast.

De veranderingen in de inkomstenbelasting die per 1 januari 2001 zijn doorgevoerd hebben volgens Bangma niet het gewenste effect gehad. “Het was de bedoeling dat bij de keuze voor een rechtsvorm de fiscale aspecten minder belangrijk zouden worden, maar ondernemers bepalen nog steeds hun keuze op basis van het belastingregime”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels