nieuws

Inrichting zorginstelling moet anders

bouwbreed

nijmegen – Bedrijfstechnische veranderingen in de gezondheidszorg hebben gevolgen voor onder meer de inrichting van de gebouwen. Die moet in een krapper budget passen en toch recht doen aan wat het personeel en de bewoners willen. Wet en regel bepalen eveneens de inrichting. Instellingen die aan al deze eisen willen voldoen moeten de inrichting op een beduidend andere manier aanpakken dan ze tot nog toe deden, vindt projectinrichter Lundiform uit Varsseveld.

Een goed en fijn interieur is geen luxe maar een noodzaak voor een goed functionerende zorginstelling, legde interieurarchitect A. van der Meer uit op een bijeenkomst die Lundiform belegde over de bouw en inrichting van zorginstellingen. De middelen renderen volgens haar het best wanneer de interieurarchitect de regie voert over alles wat met het interieur samenhangt. Dat vergt een nauwe samenwerking tussen de architect en de interieurarchitect.

Beiden moeten hun plannen baseren op de wensen van (toekomstige) gebruikers, de facilitaire dienst, de directie en het verzorgende personeel. Niet in de laatste plaats vraagt de installatietechniek veel aandacht omdat die het comfort bepaalt en de ruimten beïnvloedt.

Een interieurarchitect is geen luxe maar een middel om in overleg met de bewoners en gebruikers tot een goede inrichting te komen, vindt bestuurder C. Lindenberg van de VZR-groep, een stichting voor ouderenzorg in Zuid-Limburg. VZR probeert tot een goede inrichting te komen door de afwerking van de vloeren en de wanden, de vaste inrichting en de inventaris apart aan te besteden.

Die aanpak vergroot volgens Lindenberg het draagvlak in de organisatie en de waardering van bewoners en familie. Organisaties kunnen voor de uitvoering van de faciliteiten externen inschakelen en hun rekening betalen uit de advieskosten zoals die zijn opgenomen in het bouwbudget. De praktijk leerde Lindenberg dat aanbieders van diensten niet als vanzelfsprekend samenwerken.

Onderlinge discussies gaan vooral over financiën. De bezuinigingen maken de samenwerking er volgens hem niet gemakkelijker op. Mede om die reden moeten instellingen meer vrijheid en verantwoordelijkheid krijgen bij de vermogensselectie, vindt mr. L. van der Drift die voor Rabobank Nederland Corporate Clients onder meer de zorg over bankdiensten adviseert.

Hij meent de oplossing te hebben die de instellingen verlost van het �knellende financieringscorset� van de zogeheten richtlijnrente. Deze rentenormering veroorzaakt veel werk en de gedachte erachter is eigenlijk uit de tijd.

Van der Drifts oplossing voorziet in het opheffen van de beperkingen die worden gesteld aan afschermende rente-instrumenten.

De rente moet worden vergoed op basis van het gewogen gemiddelde van de rentekosten van alle zorginstellingen in een bepaalde sector.

De regels geven volgens Van der Drift verkeerde prikkels. Leningen waarvan de rente voor tien of vijftien jaar vast staat zijn duur en niet flexibel vanwege de hoge kosten die bij vervroegd aflossen ontstaan. Leningen met een variabele rente en een afgedekt renterisico worden ten onrechte gezien als kasgeldleningen en blijven buiten de selectie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels