nieuws

Bodemvreemde materialen

bouwbreed

90/1) bij de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, werd voorlopig beslist over een geschil inzake het toepassen van een bouwstof met bodemvreemde materialen.

Uit bodemsanering ontgraven grond was afgevoerd naar tien gronddepots. De ontgraving had plaats ten behoeve van het nieuwbouwplan �De Kom� in Hoogmade. Het bevoegde gezag in deze, B&W van de gemeente Jacobswoude, had dwangsommen opgelegd aan het bedrijf dat de ontgraven grond had opgeslagen in de gronddepots.

B&W hielden het ervoor dat de grond als afvalstof moest worden aangemerkt (en niet als bouwstof in de zin van het Bouwstoffenbesluit) omdat de grond vermengd was met allerlei bodemvreemd materiaal (asbest, puin, asfalt, plastic, PVC-buizen, hout en glas). B&W hadden de dwangsommen gebaseerd op overtreding van art. 10.2, eerste lid Wet milieubeheer (stortverbod afvalstoffen buiten inrichtingen) waarvoor ook geen vrijstelling kon worden verleend op grond van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen omdat de grond geacht werd (gelet op de verontreinigingen) niet in een werk als bedoeld in het Bouwstoffenbesluit toegepast te kunnen worden.

Volgens de rechtspersoon die de grond had laten opslaan was echter sprake van deels schone grond en deels categorie 1-bouwstof, als bedoeld in het Bouwstoffenbesluit. Zij baseerde dat op resultaten van een onderzoek van de gronddepots. Bovendien was er volgens haar geen sprake van een afvalstof omdat de grond tijdelijk was opgeslagen in afwachting van verwerking elders door de eigenaren van de depots.

Centrale vraag was of de grond als een bouwstof, schone grond of categorie 1-bouwstof (wanneer wordt voldaan aan de eisen van het Bouwstoffenbesluit) kon worden aangemerkt, ondanks het feit dat zich in die stof bodemvreemde materialen voordeden.. Voor de vraag of de partij grond als bouwstof voldoet aan de eisen van schone grond of categorie 1 bouwstof zijn bepalend de samenstellings- of immissiewaarden zoals deze zijn neergelegd in de bijlagen 1 en 2 van het Bouwstoffenbesluit. De voorzitter overweegt dat het Bouwstoffenbesluit, noch in de bijlagen, noch in de definities van bouwstof, schone grond en categorie 1-bouwstof, ten aanzien van de kwalificatie van een bouwstof een voorbehoud maakt voor vermenging met bodemvreemde materialen. Evenmin worden aan dergelijke bodemvreemde materialen een concentratiegrens gesteld.

De voorzitter constateert enerzijds dat de waarden van Bijlagen 1 en 2 van het Bouwstoffenbesluit voor wat betreft de desbetreffende partij grond niet werden overschreden.

Verantwoordelijkheid

Aan de andere kant, zo overweegt de Voorzitter, kan ook niet zonder meer worden gesteld dat grond welke is vermengd met een te grote hoeveelheid bodemvreemd materiaal, materiaal is dat in die hoedanigheid bestemd is om te worden gebruikt in een werk (definitie bouwstof).

De voorzitter besluit ermee dat de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent hierover uitsluitsel te geven en dat voorlopig onduidelijk is of een overtreding van artikel 10.2, eerste lid Wm is begaan. Bovendien was een deel van de partij al verwerkt en praktisch niet meer af te voeren.

Voorts droeg de rechtspersoon niet de verantwoordelijkheid voor alle tien locaties. Het besluit wordt om deze redenen geschorst. Het wachten is op de uitspraak in de bodemprocedure. Deze uitspraak leert dat het Bouwstoffenbesluit een lacune bevat omdat daarin geen grens is gesteld aan de hoeveelheid bodemvreemd materiaal in bouwstoffen.

Het is natuurlijk niet de bedoeling om in een bouwstof onbeperkt afvalstoffen te �verstoppen�, noch in het kader van het afvalstoffenregime, maar ook niet uit het oogpunt van bodembeleid. Overigens had onzes inziens de voorzitter kunnen overwegen dat de betreffende partij niet aan de definitie van grond voldeed omdat grond geacht moet worden niet verontreinigd te zijn met vreemde stoffen maar “een vaste structuur heeft, die van natuurlijke oorsprong is, niet door de mens is geproduceerd en onderdeel van de Nederlandse bodem kan uitmaken” (definitie grond). Dat zal met dit mengsel niet het geval zijn. We komen hierop in een volgende bijdrage terug.

Mr. B.J.M.Veldhoven en Mr.drs. J.C.Ozinga zijn advocaten in Den Haag, gespecialiseerd in het milieurecht en het Bouwstoffenbesluit .

www.veldhovenozinga.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels