nieuws

Uitstel prijsvraag Zuiderzeelijn tekent angst grote projecten

bouwbreed

groningen – De Tweede Kamer slaat door in voorzichtigheid rond grote projecten. Het uitstel van de prijsvraag voor de Zuiderzeelijn tekent volgens prof.dr. J. Oosterhaven de omslag. Zonder de prijsvraag blijft onbekend of de markt wil investeren en zonder die informatie is geen beslissing mogelijk.

De Tweede Kamer wil dat minister Peijs (verkeer) wacht met het uitschrijven van de prijsvraag tot de commissie Duivesteijn haar rapport presenteert. Een merkwaardige reactie van het parlement, aangezien de inzet van de markt voorwaarde is voor het project.

Oosterhaven, hoogleraar ruimtelijke economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, is verbaasd over het uitstel en ziet het als angst voor grote projecten bij het parlement. Een veeg teken. Hij vreest dat de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten in haar rapport doorslaat in voorzichtigheid. “Het lijkt op het dempen van de put als het kalf verdronken is. Het kalf is dan de Betuwelijn”, aldus Oosterhaven.

De hoogleraar verzet zich al jaren tegen de komst van de totaal onrendabele goederenspoorlijn. In 2003 schreef hij met zeven collega�s nog een brandbrief voor het stopzetten van het project. De laatste oproep in een reeks.

Voor de Zuiderzeelijn heeft Oosterhaven een maatschappelijke kosten-batenanalyse gemaakt. De uitkomst kwam met 3 procent onder de standaardnorm van minimaal 4 procent. Toch brandt hij het project niet af. “Als econoom zeg ik �niet doen�. In de bredere context, de gevolgen voor de ontwikkeling van Noord-Nederland en het veel lagere rendement van allerlei andere projecten ben ik wel voor de Zuiderzeelijn.”

Oosterhaven vreest dat het uitstel van de prijsvraag wel eens afstel van het project kan betekenen. “Het lijkt erop dat het voorkomen van de blunders van zogenaamde gerenommeerde bureaus bij de Betuwelijn nu doorschiet in het supervoorzichtig omgaan met komende grote projecten”.

De aannames bij de Betuweroute waren erg gunstig. Zo is steeds aangenomen dat de prijs voor het vervoer over de weg met een factor twee of drie zou toenemen. “Die veronderstelling is totaal onjuist. Zelfs verhogen van de dieselaccijnzen, zodat het goederenvervoer over de weg de maatschappelijke kosten beter dekt, stuit op een muur van verzet.”

De tendens om de effecten van een project gunstig af te schilderen slaat om. Volgens de Nota mobiliteit is de aanleg van de Hanzelijn een voldongen feit. “Die keuze is wel van invloed op de Zuiderzeelijn. Het is dan een zinnige vraag of de Hanzelijn wel een goed idee is. Met een Zuiderzeelijn vermijd je ook de dure spoorverdubbeling bij Amersfoort en bedien je grotendeels dezelfde passagiers. Met de Zuiderzeelijn is de Hanzelijn praktisch overbodig”, aldus de hoogleraar.

Over het toetsingskader van de commissie Duivesteijn heeft hij geen hoge verwachtingen. “De maatschappelijke kosten-batenanalyse is al een leidraad voor besluiten over infrastructurele projecten. Ten tijde van de besluitvorming over de Betuwelijn was die nog niet verplicht, maar nu wel. Dat is nog geen garantie voor een goede beslissing, maar de politiek wordt wel beter geïnformeerd.”

Volgens de hoogleraar zijn kostenoverschrijdingen echter nooit helemaal te voorkomen. “Je zag het bij de Betuwelijn. De politiek wilde een tunneltje hier en een tunneltje daar. De oplossing is een rechte rug voor de politiek, maar dat bestaat niet. Zij wijkt voor lobby�s en gaat mee als ergens verzet is. Dat is niet te voorkomen, maar het toetsingskader helpt misschien een beetje om tot betere besluiten te komen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels