nieuws

Toetsingskader grote projecten wacht lastige vuurdoop

bouwbreed

den haag – De Zuiderzeelijn is proefkonijn voor het toetsingskader grote projecten. De commissie Duivesteijn neemt de snelle verbinding naar het Noorden als voorbeeld voor de uitwerking van haar toetsingskader, waarmee de lijn op losse schroeven staat.

De initiatieffase is het eerste deel van het toetsingskader. Hierin komen nut en noodzaak van het project aan bod. Het nut is een snelle verbinding tussen de Randstad en het Noorden. Dat klopt voor alle denkbare varianten van het project.

De noodzaak staat echter nog niet vast. Zo kwam de rijksplanologische commissie reeds tot de conclusie dat de spoorlijn of magneetzweefbaan niet het verwachte gunstige effect heeft op de werkgelegenheid in het Noorden.

De Groningse econoom en hoogleraar J. Oosterhaven berekende via een maatschappelijke kosten-batenanalyse een rendement van 3 procent. Dat is ruim onder de standaardnorm van 4 procent.

De uitwerkingsfase volgt op de initiatieffase. Hierbij kiest de kamer de gewenste variant van het project. Mocht het project de eerste fase hebben doorstaan, dan volgen hier nieuwe problemen.

De magneetzweefbaan is de keuze van minister Peijs. Toch zal zij in deze fase alle varianten, dus ook de intercity, de Hanzelijn plus de hogesnelheidslijn gelijkwaardig moeten onderzoeken. Bij de hsl is de Bos-variant nooit goed onderzocht voordat deze werd afgeschoten door het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Zulke blamages moeten in de toekomst worden voorkomen.

Peijs wil de markt zoveel mogelijk zijn werk laten doen via de prijsvraag voor de hsl en de magneetzweefbaan. Peijs laat zelf de twee langzame varianten als intercity over bestaand spoor en een opwaardering van de nog aan te leggen Hanzelijn tot Hanzelijn plus onderzoeken.

De meedingende partijen uit de prijsvraag moeten met hun voorstellen binnen het budget blijven. Voor de duurste vorm, de zweeftrein, heeft het kabinet maximaal 2,84 miljard euro (prijspeil 2004) beschikbaar. De regio draagt 1,02 miljard euro bij. Indien de keuze valt op een goedkopere lijn, dragen partijen navenant minder bij.

Peijs wil twee partijen met de beste biedingen door laten gaan naar de planontwikkelingsfase. Vanaf dat moment loopt de aanbestedingsprocedure gelijk op met de Tracéwetprocedure, zodat vroegtijdig de haalbaarheid van de marktvoorstellen vast komt te staan.

Het kabinet kiest op basis van de tracéprocedure een voorkeursvariant en de inschrijvers stellen aan de hand van de inspraakreacties hun beste aanbieding op. Als deze niet binnen de gestelde eisen valt, is volgens de minister de snelle variant voor de Zuiderzeelijn van de baan. Anders beslist de kamer of het project de laatste fase, namelijk de uitvoering, in gaat.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels