nieuws

Overleg Rijk en lagere overheden noodzakelijk

bouwbreed Premium

den haag – Het Rijk moet de lagere overheden direct betrekken bij de inpassing van nieuwe grote infrastructurele projecten. Dan kunnen de kosten beter in de hand worden gehouden.

Joh. de Bondt, voormalig gedeputeerde van de provincie Gelderland, vindt dat de commissie Duivesteijn dit in elk geval als les voor de toekomst moet aangeven in het eindrapport. “En dat overleg moet met een open agenda en met de insteek: �Dit is het probleem en hoe komen we daar samen goed uit�”, aldus De Bondt, tegenwoordig dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht.

De Bondt was gedeputeerde in de jaren 1991-2003 en in die hoedanigheid verscheen hij als getuige voor de commissie Duivesteijn. Hij kreeg te maken met het kabinetsbesluit om een goederenspoorlijn van de Maasvlakte tot aan de Duitse grens aan te leggen, dwars door de Betuwe.

Hij verwierf landelijke bekendheid en Haagse beruchtheid door de Gelderse gemeenten die met de Betuwelijn te maken zouden krijgen, te verenigen in het Gebundeld Bestuurlijk Overleg.

Pannerdensch Kanaal

Dit machtsblok kreeg het uiteindelijk wel voor elkaar om een tunnel onder het Pannerdensch Kanaal af te dwingen, om het natuurgebied Rijnstrangen te beschermen. Daar stak de provincie echter wel zelf 7,7 miljoen euro in.

De Bondt meent dat lagere overheden bij toekomstig grote projecten direct met het Rijk moeten kunnen overleggen. In zijn geval was dat niet zo: “Hoewel de verantwoordelijkheid bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat lag, konden wij niet zelf overleggen met het ministerie. Dat ging via de projectleider, die de instructie had gekregen met ons nergens over te praten als iets geld zou kosten. Zo werden de alternatieven van tafel geveegd.”

Het Gelderse plan om de spoorlijn ten zuidwesten van Zevenaar in een tunnel aan te leggen, is daar een voorbeeld van. Uiteindelijk werd de lijn door een halfopen tunnelbak dwars door Zevenaar geleid. “Ons idee was goedkoper dan de tunnelbak die er nu ligt. Dat soort dingen moet je met overleg in het beginstadium zien te voorkomen. Voor een groot project heb je een stevig bestuurlijk draagvlak nodig, waarin je samen naar een oplossing zoekt”, waarschuwt De Bondt.

Bij de plannen voor de Zuiderzeelijn heeft het Rijk juist wel op lokaal en regionaal niveau consensus gezocht. “Maar daar doet zich nu volgens mij het probleem voor dat de lagere overheden de Zuiderzeelijn wel willen, maar het Rijk eigenlijk niet”, vermoedt De Bondt.

De Tweede Kamer moet zich volgens de oud-gedeputeerde ook beter realiseren dat de eigen wetgeving op het gebied van milieu kan botsen met de plannen voor een grote projecten. “Bij de Betuwelijn heb ik gemerkt dat Rijkswaterstaat en de Nederlandse Spoorwegen voortdurend tegen de Haagse wetgeving aan liepen.”

Reageer op dit artikel