nieuws

Duivesteijn: Nog geen besluit Zuiderzeelijn

bouwbreed Premium

den haag – De aanleg van de Zuiderzeelijn kan op dit moment niet doorgaan. Een verantwoord besluit kan volgens de commissie-Duivesteijn nog niet worden genomen. Te veel vragen resten over nut en noodzaak van het project. Bovendien zijn de ruimtelijke en economische meerwaarde onduidelijk.

“De oplossing lijkt zijn probleem kwijt te zijn”, stelt de commissie-Duivesteijn in het deelrapport �Het project Zuiderzeelijn toetsing met terugwerkende kracht�. De commissie heeft op het toekomstige grote project haar toetsingskader losgelaten. Daaruit blijkt dat het project nog niet rijp is voor besluitvorming.

Zo ontbreekt een structuurvisie met de strategische betekenis en de ruimtelijke gevolgen van het project. Het is daardoor onmogelijk voor het parlement een keuze te maken voor één van de varianten: magneetzweefbaan, hogesnelheidslijn, Hanzelijn-plus of intercity.

De commissie merkt op dat ondanks negatieve geluiden nog geen herbezinning in gang is gezet over de aanleg van de spoorlijn. “Onverstoorbaar gaat het project verder, op zoek naar nieuwe motieven, leunend op oude afspraken, maar verstoken van een nuchtere ratio”, aldus commissielid M. Hermans (LPF) bij de presentatie van het rapport.

In het onderzoek zijn parallellen getrokken met de Betuweroute, bijvoorbeeld over het gebrek aan discussie rond nut en noodzaak.

De vroege toezegging aan het Samenwerkingsverband Noord Nederland blokkeerde de discussie over nut en noodzaak van de Zuiderzeelijn. “Het gaat niet om het waarom, maar over alternatieven en het hoe”, stelt de commissie.

De commissie-Duivesteijn ziet in de summiere onderbouwing tot nu toe nog geen reden voor de reservering op de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat van 2,73 miljard euro. Minister Peijs (verkeer) heeft aangegeven dat dit bedrag vaststaat. De commissie stelt dat dit een verkeerd uitgangspunt is voor het verkrijgen van een private bijdrage. Pas als er een goede structuurvisie ligt, kan de Tweede Kamer een besluit nemen over het vervolg van de vier varianten. Daarna begint de uitwerkingsfase met het maken van afspraken met private consortia over een prijsvraag of andere publiek-private samenwerking.

Peijs meent echter ook dat de veroorzaker betaalt voor eventuele aanpassingen. “De ervaringen met de Betuweroute en de hsl-zuid leren dat de veroorzakers meestal overheden zijn, veelal spreekbuis van actieve burgers”, meldt de commissie. De kostendekking van dit risico is onduidelijk. In de rijksbijdrage voor de Zuiderzeelijn is weliswaar voorzien in een risicoreservering van 27 procent, maar onbekend is wat er gebeurt als de tegenvaller hoger uitvalt.

Het is nu aan de Tweede Kamer om te beslissen of de Zuiderzeelijn op basis van het aanwezige onderzoeksmateriaal veelbelovend genoeg is om de structuurvisie uit te werken. Daarna kan de lijn de status van groot project krijgen. Het door de commissie voorgestelde nieuwe protocol Procedure- en Informatieregeling Grote Projecten is dan van toepassing.

Reageer op dit artikel