nieuws

Dichttimmeren grote projecten alleen met hoogbegaafde waarzeggers

bouwbreed

Na het parlementaire onderzoek naar grote infrastructuurprojecten zal de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (commissie Duivesteijn) vermoedelijk het vooraf dichttimmeren van grote projecten aanbevelen. Indien de Kamer dat advies opvolgt, zal dat het beheersen van dergelijke projecten alleen maar verergeren, meent prof.dr.ir. H.A.J. de Ridder, hoogleraar methodisch ontwerpen aan de Technische Universiteit Delft.

“Dichttimmeren kan alleen met hoogbegaafde waarzeggers. Die zijn er maar weinig en als ze er al zijn, hebben ze geen verstand van infrastructuur. Door alles vast te zetten op een moment waarop de onzekerheden het grootst zijn, kan je niet meer sturen terwijl je zeker weet dat het anders loopt dan je denkt.

De wereld in en rondom onze bouwwerken verandert veel sneller dan de bouwwerken zelf. Men zegt weleens dat wordt gebouwd met de ideeën van gisteren, met de techniek van vandaag, voor de mensen van morgen. Dit geldt in hoge mate voor nieuwe infrastructuurprojecten. Het duurt jaren voordat dit soort projecten alle procedures heeft doorlopen en met een zucht van verlichting kunnen worden vastgezet tot in alle details. Na het heien van de eerste palen blijkt dan vaak dat de werkelijkheid er anders uitziet dan initieel was aangenomen. De zucht van verlichting gaat snel over in ernstige stress. Dat is logisch, omdat het beeld van de waarschijnlijke situatie zonder de ingreep, de wenselijke situatie met de ingreep en de mogelijke situatie met betrekking tot de financiering en de benodigde techniek van de ingreep, bij de aanvang van een project nu eenmaal niet correct is. We noemen dat perceptie. Mensen die zich privé en kleinschalig met bouwen bezig houden, kunnen hier doorgaans uitstekend mee omgaan. Moeiteloos passen ze kwaliteit en/of budget en/of bouwtempo aan als ze worden geconfronteerd met kostenstijgingen. Ze weten dat ze vergeefse en extra inspanningen moeten getroosten om uiteindelijk te krijgen wat ze hebben willen.

Het wordt anders als de bouwopgave wordt uitbesteed. Het veranderen van de doelen is dan problematischer. Traditioneel heeft men daar een elegant model voor dat mondiaal zijn waarde heeft bewezen. De vrager laat de bouwopgave eerst uitwerken alvorens hij een bouwer vraagt het daadwerkelijk te bouwen. De nog resterende onzekerheden worden verrekend door veranderingen in hoeveelheden bouwmateriaal ten opzichte van een besteksontwerp te meten en vervolgens te voorzien van eenheidsprijzen.

Het is misgegaan met de huidige generatie geïntegreerde contractvormen, waarbij de aanbieder zowel de bouw als het ontwerp op zich neemt. Doel is om het wenselijke en het mogelijke beter op elkaar af te stemmen. Een volstrekt andere taak voor de aanbieder met andere bevoegdheden, verantwoordelijkheden, aansprakelijkheden, verplichtingen en vooral risico�s. Het enige dat onveranderd blijft is de vaste prijs vooraf, die overigens nog veel vaster is dan de vaste prijs in een traditioneel bestekscontract. Immers, in een geïntegreerd contract kunnen veranderingen in hoeveelheden niet worden verrekend, omdat er geen referentie-ontwerp is. Dit is bizar, omdat de perceptieproblemen in geïntegreerde contracten kwadratisch groter zijn dan bij traditionele bestekscontracten.

In de geïntegreerde contracten met vaste prijs gaat het om waarzeggen. Dit is nodig, omdat alles wordt vastgelegd op een moment waarop zeer veel onzeker is. Vooral de prijs en het tijdschema moeten worden vastgelegd. Alle onzekerheden op het fatale beginmoment worden omgezet in scenario�s, die als basis dienen voor de contractuele bouwopgave. Niet het traditionele omgaan met risico�s, maar de risico�s zelf worden gecontracteerd en van een prijs voorzien. Legers risicoanalisten, adviseurs en juristen proberen zaken vast te leggen die niet vast te leggen zijn. Dat moet, omdat elk foutje bij dat fatale beginmoment genadeloos door de tegenpartij wordt afgestraft. Vastgesteld kan worden dat veel te duur wordt gebouwd door buitensporige vraag- , aanbod- en transactiekosten, terwijl de projecten – door de vastleggingen – onbestuurbaar worden.

Wat wel zou moeten is dat de investeringsbeslissing voor het project wordt losgekoppeld van het contracteren van het project. Voor de investeringsbeslissing wordt het beoogde nut met het bijbehorende risicoprofiel in kaart gebracht. Kabinet en Tweede Kamer kunnen dan een onderbouwde beslissing nemen over de noodzaak van het project en dus een passend budget vrij te maken.

Voor de contractering is het zaak de risico�s zoveel mogelijk in de portefeuille van de opdrachtgever te houden. In dat geval wordt aanbieders gevraagd een prijs te geven voor het bouwen en/of ontwerpen en/of exploiteren van het concept, inclusief zijn eigen procesrisico�s maar exclusief de perceptionele risico�s. Het verschil tussen de lage aanbiedingsprijs zonder de perceptionele risico�s en het vrijgemaakte budget met de perceptionele risico�s is een risicopot, waarmee kan worden gestuurd. Aan de waardekant kan worden gestuurd op vorm, functies en eigenschappen. Aan de kostenkant op stichtings-, onderhouds- en beheerskosten.

Kan dat zomaar, sturen in een bouwcontract? Bijna iedereen zegt van niet omdat de sector dat verschijnsel niet kent. Maar natuurlijk kan het wel, omdat prestatie en output wel degelijk te meten en te verrekenen is. In dergelijke contracten wordt betaald voor het geleverde en niet voor het beloofde. Er wordt samengewerkt om een target te bereiken aan het eind van het project, in plaats van oorlog gevoerd rondom een leuk politiek beginprijsje of een duikprijs van een aannemer die het project niet helemaal doorhad.

De commissie Duivesteijn zal hier niet mee komen. Zij zal ongetwijfeld komen met een pleidooi om de projecten nog meer dicht te timmeren. Dat zal een averechts effect hebben. De belastingbetaler kan zijn borst vast natmaken�…”

�De belastingbetaler kan zijn

borst vast natmaken�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels