nieuws

Asbestverwijdering in nieuwe systematiek

bouwbreed

rotterdam – Onderzoeksinstelling TNO heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een nieuwe systematiek voorgesteld voor verwijdering van asbest. Een risicoanalyse van te verwachten blootstellingsgevaar zou bepalend moeten worden voor de manier waarop verschillende asbesttypen worden behandeld.

Volgens het conceptrapport, dat TNO opstelde in opdracht van het ministerie, komen er drie risicocategorieën. In de laagste categorie zouden in de toekomst werkzaamheden moeten vallen die niet of nauwelijks gevaar opleveren, zoals verwijdering van colovinyltegels, hechtgebonden asbestcementtegels of asbesthoudende kit in dilatatievoegen. Het inzetten van mensen in speciale overalls en met maskers wordt in deze gevallen overdreven geacht. In het segment middelhoog risico vallen veruit de meeste werkzaamheden. De aanpak blijft in deze gevallen gelijk aan de huidige praktijk. Onder een strenger regime zouden onder meer het verwijderen van spuitasbest, maar ook amosiethoudende brandwerende beplating gaan vallen. Deze zouden in de toekomst onder strengere condities moeten worden verwijderd dan in de huidige praktijk. Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat in de strengste categorie geregeld onveilig wordt gewerkt. Met name bij saneringen van spuitasbest zijn restproblemen geconstateerd. TNO baseert zijn conclusies op een groot aantal stofmonsters. De voorstellen die verwoord zijn in het conceptrapport van TNO, zijn tot op heden alleen besproken in een klankbordgroep. Het is nog allerminst zeker dat ze uiteindelijk worden omgezet in beleid.

Voorzitter J. van Willigenburg van de NEN-werkgroep �Asbest in lucht�, is voorstander van de voorgestelde aanpak. Wat hem betreft kunnen werkzaamheden in de laagste risicocategorie in de toekomst ook door niet-gecertificeerde bedrijven worden uitgevoerd. “Als geen sprake is van vezelemissie, kunnen die ook gewoon door een aannemer worden uitgevoerd.”

Het voorstel tot een risicogerichte aanpak sluit aan bij een recente wijziging van een Europese richtlijn, waarin onderscheid is gemaakt in hoog en laag risico bij asbestverwijdering. Het ministerie wil deze EU-richtlijn, die in april 2006 van kracht wordt, implementeren in de Nederlandse richtlijnen.

Het is de bedoeling dat er een algemeen toegankelijke database komt die duidelijkheid geeft welke blootstellingsniveaus zijn te verwachten bij bepaalde werkzaamheden en welke aanpak daarbij is vereist. Publicatie van de bijbehorende ontwerpnorm NEN 2991 wordt begin 2005 verwacht.

Intussen heeft staatssecretaris Van Geel (milieu) een nieuw ontwerp-asbestverwijderingsbesluit naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin wordt geregeld dat de certificering van asbestverwijderingsbedrijven onder het ministerie van Sociale Zaken gaat vallen. Hiermee kan de overheid via de Arbeidsomstandighedenwet strenger optreden bij misstanden in de sector. NEN-werkgroepvoorzitter Van Willigenburg meent dat ook gemeenten bij de controle van de bedrijven een grotere rol moeten krijgen, maar daarvoor is bijscholing van ambtenaren een vereiste.

Zonder vezelemissie kan ook een gewone aannemer het werk uitvoeren

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels