nieuws

Voorzichtigheid geboden bij experimenteren met veiling

bouwbreed

Op 31 maart van dit jaar is de nieuwe algemene Aanbestedingsrichtlijn (2004/18/EG) aangenomen, waarin een regeling is opgenomen voor het elektronisch veilen van overheidsopdrachten. Verder is op 15 augustus het nieuwe Aanbestedingsreglement Werken 2004 (ARW 2004) in werking getreden. Dit reglement voorziet in de mogelijkheid om bij wijze van experiment van de gebruikelijke aanbestedingsprocedures af te wijken door het veilen van de opdracht.

Bij veilen gaat het meestal om de verkoop van een product aan de hoogste bieder. Elektronisch veilen ziet op het omgekeerde: de prijs voor een opdracht daalt steeds verder en de opdracht wordt gegund aan de aanbieder met de laagste prijs. Uit de toepassing van elektronisch veilen in de private sector is gebleken dat elektronisch veilen voor de opdrachtgever tot een gunstige prijsvorming kan leiden.

Aan inschrijverszijde wordt de veiling echter wel als een vorm van leuren gezien. Onder �leuren� verstaat men het door de aanbesteder achtereenvolgens benaderen van verschillende aanbieders met een verzoek om een prijs aan te bieden, waarbij de latere aanbieder op de hoogte wordt gebracht van de prijsaanbieding van de vorige. Het doel hiervan is dan een lagere prijs te verkrijgen.

Het is daarbij met name het doorspelen van de prijsinformatie die als onheus wordt aangemerkt. Van onafhankelijk van elkaar tot stand gekomen prijzen kan immers niet meer gesproken worden, maar eerder van het uitlokken van een bepaald – door de aanbesteder gewenst – resultaat.

In principe gebeurt bij elektronisch veilen hetzelfde, zij het zonder directe tussenkomst van de aanbesteder. De ene aanbieder wordt via het veilingmechanisme tegen de ander uitgespeeld tot zich een aanbieder aandient die, bijvoorbeeld door onderbezetting in zijn bedrijf, bereid is het werk zonder winst of zelfs zonder voldoende dekking van zijn algemene kosten uit te voeren. En mét deze (te) lage prijs ontstaat het risico dat de aanbieder zich voldoende zal inspannen om zijn verplichtingen na te komen.

De Europese wetgever heeft ingezien dat elektronisch veilen niet zonder meer geschikt is voor de aanbesteding van werken. Elektronisch veilen is namelijk alleen mogelijk voor kwantificeerbare, dat wil zeggen in cijfers of percentages uit te drukken, gunningscriteria zoals prijs of uitvoeringstijd.

Dergelijke criteria spelen met name bij terugkerende (dus niet bij unieke, maar meer bij �confectie�) leveringen, werken en diensten. Criteria die betrekking hebben op niet-kwantificeerbare elementen mogen volgens de richtlijn geen onderwerp van elektronische veiling zijn, bijvoorbeeld als zij betrekking hebben op intellectuele prestaties zoals het ontwerp van werken.

Experimenteerbepaling

De Nederlandse overheid zich bij de totstandkoming van het ARW 2004 nog niet expliciet gebogen over de problemen die samenhangen met een elektronische veiling voor werken. De experimenteerbepaling van het ARW 2004 zegt zelf niets over elektronisch veilen.

Uit de toelichting blijkt evenwel dat die bepaling beoogt elektronisch veilen mogelijk te maken, zij het voor werken onder de drempelwaarde. De huidige wetgeving laat immers nog niet toe dat een aanbieder meer dan eens een prijs uitbrengt.

Bij de omzetting van de nieuwe Aanbestedingsrichtlijn in nationale wetgeving zal ook aan de elektronische veiling de nodige aandacht geschonken moeten worden. De wetgever doet er dan goed aan gebruik te maken van de in de richtlijn geboden mogelijkheid om de toepasbaarheid van de elektronisch veiling voor werken uitdrukkelijk te beperken tot �confectie-bouw�.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels