nieuws

Visie op werkloosheid ontbreekt bij kabinet

bouwbreed Premium

de WW dat lot niet.

De Geus en Zalm zijn van mening dat de ww niet �toekomstbestendig� is. Door de vergrijzing zullen er meer oudere (en �dus� duurdere) werklozen komen. Daardoor wordt ook de ww te duur. En daarom is hij niet toekomstbestendig.

Er moeten maatregelen worden getroffen, waardoor de toegang tot de ww wordt bemoeilijkt. En maatregelen waardoor de duur van de uitkering wordt bekort. Want je komt er te gemakkelijk in, en te moeilijk weer uit.

Eind juni heeft het kabinet maatregelen aangekondigd die zo�n 100.000 mensen hun recht op ww kosten:

– Door te eisen dat je in de toekomst 39 van de laatste 52 weken gewerkt moet hebben (in plaats van 26 van de 39), verliezen vooral mensen met onregelmatig, vaak laaggeschoold werk, en mensen in seizoensgevoelige sectoren (zoals schilders of wegenbouwers) hun uitkering.

– Door de kortdurende ww af te schaffen (een minimumuitkering van een half jaar voor mensen die drie jaar of minder aan het werk zijn), raken jongeren en herintreedsters hun bescherming kwijt. Het kabinet vindt dat nodig. Maar het kabinet heeft het mis. Daarvoor zijn drie redenen aan te voeren. Ten eerste klopt de analyse niet. Anno 2004 hebben, inderdaad, oudere mensen grotere kans om in de ww te komen, en komen ze er moeilijker weer uit. Dat komt omdat werkgevers oudere werknemers gemakkelijker laten afvloeien dan jongere werknemers, en bovendien minder snel in dienst nemen. Een arbeidsmarktprobleem dus. Maar daar komt verandering in. In de komende jaren zullen er grote groepen werknemers met pensioen gaan. Dus zullen werkgevers een snel toenemend belang hebben om de oudere werknemers aan de slag te houden. Gevolg: meer oudere werknemers aan het werk, en dus ook minder ww-kosten voor oudere werknemers. Met die structurele veranderingen op de arbeidsmarkt houdt het kabinet geen rekening.

Ten tweede is het een misverstand dat je nu zo gemakkelijk in de ww komt, en dat je er zo lang in kunt blijven zitten. Vergelijk het eens met de werkloosheidsregelingen in de landen om ons heen. Dan stelt Nederland hoge eisen. Je krijgt pas een loongerelateerde uitkering (70 procent van je laatste loon) als je van de laatste vijf jaar er vier gewerkt hebt. De kortdurende ww, die zo nodig moet worden afgeschaft, is geen riante regeling, maar een minimum aan sociale bescherming omdat de drempel van de loongerelateerde uitkering zo hoog is.

In andere landen kom je gemiddeld na anderhalf jaar voor een werkloosheidsuitkering in aanmerking. En ook duurt de ww voor de meeste mensen geen vijf jaar. De mensen aan wie in februari 2004 een ww-uitkering is toegekend, zijn gemiddeld 37 jaar oud. Als je op je achttiende bent begonnen met werken, levert dat anderhalf jaar ww op – en niet de vijf jaar waar je zo veel over hoort. Ook hier weer: zo riant is de regeling dus niet.

Schommelingen

Ten derde draagt snoeien in de ww niet bij aan vermindering van de werkloosheid. Werkloosheid wordt immers veroorzaakt door de economische schommelingen die horen bij de markteconomie waar we met zijn allen voor kiezen. Werkloosheid los je niet op door de werklozen hun uitkering te ontnemen. Werkloosheid los je op door werklozen de instrumenten te geven om weer aan het werk te komen: scholing en bemiddeling, en door die instrumenten op het juiste moment ter beschikking te stellen (voordat mensen werkloos worden bijvoorbeeld). Je zou het kunnen noemen: de vergroting van de weerbaarheid van werknemers. En daarover hoor je het kabinet niet of nauwelijks.

Bezuinigingspolitiek

Kortom: als je echt iets wilt doen aan de toekomstbestendigheid van de ww moet je bereid zijn om ook echt de grondslagen van de werkloosheidsvoorziening aan te pakken. Snijden in bestaande rechten is armoedige bezuinigingspolitiek.

De vraag is dan natuurlijk: wat dan? Daarover enkele opmerkingen. Als uitgangspunt moet de toekomst van de ww worden bekeken als een onderdeel van de totale sociaal-economische ontwikkeling, en niet geïsoleerd. Dat geldt ten eerste voor de ontwikkelingen in de sociale zekerheid. Het vervangen van de wao door een marginale regeling zal ertoe leiden dat de toeloop naar de ww structureel groter wordt. Datzelfde geldt voor maatregelen die gericht zijn op langer doorwerken voor oudere werknemers. Als we arbeidsongeschikten en vroege uittreders vaker gaan definiëren als werkloos, zal de werkloosheidsvoorziening daarop berekend moeten zijn. Als dat wat meer gaat kosten, moet dat maar.

Ten tweede is het noodzakelijk om óók te kijken naar de werkgelegenheidsontwikkeling en conjuncturele schommelingen. Een werkloosheidsvoorziening die bij iedere dip ter discussie komt te staan, is geen goede werkloosheidsvoorziening. Een effectief en evenwichtig werkgelegenheids- en economisch beleid leidt tot werkgelegenheidsgroei waar Nederlandse werknemers mee uit de voeten kunnen.

Het kabinet moet werkelijk durven investeren in innovatiebeleid en sectoraal economisch beleid, waar het dreigt te blijven steken in nietszeggende praatcircuits, platforms en regiegroepen. Aardig bijeffect: door het rendement op investeringen stijgt het bruto nationaal product, waardoor de druk afneemt om te bezuinigen op overheidsuitgaven.

Ten derde moet een goede werkloosheidsvoorziening ten goede komen aan zowel inkomenszekerheid als weerbaarheid. Het grote verschil in ww-rechten tussen jongere en oudere werknemers moet verminderen. Tegenover uitkeringsrechten moeten vanaf de eerste dag reïntegratiekansen voor werklozen komen te staan. Een jonge bouwvakker zou op de eerste dag van zijn werkloosheid moeten instromen in een leerwerktraject dat hem verder helpt. Zo wordt de duur van uitkeringen bekort en wordt het kennisniveau bij werknemers systematisch verhoogd. Kortom, met bonden als FNV Bouw valt over een betere werkloosheidsvoorziening in dit land te praten. Maar er valt niet te praten over zinloze, visieloze snoeimaatregelen.

Het is een misverstand dat je nu zo gemakkelijk in de ww komt

Reageer op dit artikel