nieuws

Tegelgebruik is bron van inspiratie

bouwbreed Premium

In de huidige architectuur wordt slechts mondjesmaat gebruik gemaakt van tegels als gevelbekleding of dakbedekking. Toepassingen in de moderne kunst lijken meer geaccepteerd. Toch is er volgens Han de Kluijver een aantal voorbeelden in zowel de oudere als de moderne architectuur waaruit inspiratie kan worden geput voor het gebruik van tegels als een verbindingsschakel tussen binnen en buiten, tussen architectuur en kunst.

In de Arabische wereld is de toepassing van tegels zowel aan de buitenzijde van gebouwen als in interieurs een van de belangrijkste expressieve kunstvormen. Voornaamste oorzaak van het ontstaan van die kunst is gelegen in de islamitische religie: het afbeelden van menselijke figuren is taboe, omdat het werk van de schepper niet door mensen mag worden geïmiteerd. Want dat werd beschouwd als afgoderij. Zo ontstond er een alternatief: het ontwikkelen van een dikwijls ingewikkeld spel van geometrische patronen, vlakken en lijnen.

Een en ander evolueerde tot een hogere kunstvorm, de ornamentele kunst, die in keramiek, tegels en mozaïek toegepast in architectuur en interieur vooral wordt gekenmerkt door haar goede smaak en verfijning. De nadruk daarop blijkt ook heel duidelijk uit het harmonische kleurgebruik, uit de nadruk op het figuratieve, het abstracte, op de zuivere vormen en op een zekere openheid. Deze geven de keramische kunst een tijdloze schoonheid die ook aanspreekt bij iemand die niet vertrouwd is met de achtergronden van de Arabische cultuur.

In veel opzichten spreekt de islamkunst zelfs een vormentaal die de westerse kunst pas aan het begin van de 20ste eeuw – art nouveau – bereikte. Met uitzondering dan van het zuidelijke deel van het Iberisch schiereiland, dat tijdens de eeuwen van Moorse overheersing al doordrenkt was geraakt van deze karakteristieke kunstvorm.

Daarom zijn er in de architectuur van het begin van de twintigste eeuw met name in Spanje en Portugal goede voorbeelden te vinden van het gebruik van tegels in de bouwkunst. Zo werkte Gaudi veel met tegels, ook kapotgeslagen tegels.

Vanaf 1893 werd een aantal modernistische kenmerken veel toegepast, zoals decoratief ijzerwerk, keramiektegels en gekleurde glasramen. De uitgeverij van Montaner i Simon, gebouwd door Domènech in 1880, Casa Vicens van Gaudí in 1883, en de fabriek voor F. Vidal van Josep Vilaseca, werden beschouwd als de eerste echte modernistische gebouwen. Deze gebouwen vertoonden nog veel invloeden van de neomudejar, een Spaanse stijl met moorse versieringen en technieken. Als gevolg hiervan werden tegeltableaus rond 1900 heel populair.

In de Nederlandse architectuur van de eerste helft van de twintigste eeuw zijn spaarzame voorbeelden te vinden van tegelwerk in de architectuur. Het werk uit de periode 1923-1929 van de Hilversumse architect W.M. Dudok kreeg de naam �romantisch kubisme�. Hij combineerde geometrische basisvormen op een gevoelsmatige manier. De asymmetrische composities van horizontale en verticale volumes werden opgetrokken in baksteen. Typische kenmerken waren onder meer de brede horizontale voeg en het sober gebruik van keramische tegels.

Ook in de tweede helft van de vorige eeuw is het aantal bouwwerken waarin tegelmetselwerk wordt toegepast nog niet bepaald spectaculair gegroeid.

Een paar voorbeelden: de Zwarte Madonna van de hand van architect Carel Weeber ligt tussen de Haagse Turfmarkt en het Prins Bernhard Viaduct. Het is een gesloten bouwblok rond een binnentuin met 336 woningen, winkelruimten en een parkeergarage. Het gebouw dat werd gerealiseerd tussen 1982 en 1985 (en dat binnenkort zal worden gesloopt voor nieuwbouw) is sober vormgegeven. De gevel aan de straatzijde bestaat uit prefab betonelementen die met zwarte tegeltjes zijn bekleed. De Peperklip aan de Rotterdamse Rosestraat is een woongebouw met 549 woningen van bijna 500 meter lengte. Het gebouw – gerealiseerd tussen 1979 en 1982 naar een ontwerp van Carel Weeber – dankt zijn naam aan zijn plattegrondvorm. De gevel bestaat uit prefab-betonelementen met daarop verschillende kleuren tegels. Het gebouw de Willemswerf staat op een smalle locatie tussen de Rotterdamse Boompjes en de Scheepmakershaven. Het gebouw – een ontwerp van architect Wim Quist en gerealiseerd tussen 1982 en 1988 – heeft een gevel die is opgebouwd uit prefab elementen van 3,6 meter bij 3,6 meter die op hun beurt bekleed zijn met witte geglazuurde tegels Tenslotte nog een gebouw van eigen ontwerp het hoofdkantoor van transportonderneming Nijman Zeetank in Spijkenisse. Het gebouw bestaat uit een grote platte schijf die aan de buitenkant geheel is betegeld met glanzende grijze tegels. Aan de zijde die uitkijkt op de invalsweg van Spijkenisse is kantoorruimte gerealiseerd in de vorm van een glazen halve cilinder. De betegelde schijf vormt als het ware een scheidingsmuur tussen de openbare weg en het grote parkeerterrein.

Onnavolgbaar

Waarom is een aantal van deze gebouwen – De Zwarte Madonna, de Peperklip – voorwerp van hevige kritiek geworden? Is de toepassing van tegels toch te kil, te zwembadachtig? Houdt het materiaal zich op den duur niet goed? Afgaande op de kritiek kunnen we stellen dat tegelwerk toegepast aan de buitengevel in Nederland (nog) geen succes is geworden. Dat het ook heel anders kan, tonen de voorbeelden aan van twee gebouwen in Portugal (inderdaad, een land dat sterk is beïnvloed door de Arabische cultuur).

Het ontwerp van het Portugese paviljoen voor de Expo �98 van de hand van Alvaro Siza bestaat uit een overwegend horizontaal volume, dat zich over een lengte van 175 meter uitstrekt langs de haven van Lissabon. Het bestaat uit een enorm plein dat is overdekt met een betonnen scherm van dun beton dat twee blokken verbindt. Naast een van de blokken is het eigenlijke paviljoen gesitueerd. Het bijzondere is nu dat Siza het hele gebouw op geraffineerde wijze heeft bekleed met tegels in verschillende, voornamelijk natuurlijke aardtinten. Door het spel van strakke lijnen en vlakken ontstaat een sereen evenwicht in de compositie van het gebouw. Mijns inziens een geslaagd voorbeeld van een royale toepassing van tegels.

Een ander voorbeeld is een uitzonderlijk ontwerp van Rem Koolhaas, de �Casa da Musica� in Porto, gelegen aan één van de drukste rotondes van de stad, de Boavista Plaza. De �Casa da Musica� is een typisch en onnavolgbaar Koolhaas-product, een strak geregisseerd programmatisch en ruimtelijk delirium binnen een solide vorm. Wat met de �Casa da Musica� opvalt, is dat Koolhaas uit eigen werk citeert.

In de ruimtelijkheid zijn sporen te vinden van het Danstheater uit Den Haag en de �Grand Expo� in Lille, het tunnelidee en de resulterende organisatie lijkt sterk op een intelligenter uitgevoerde Kunsthal in Rotterdam. Maar in het interieur maakt hij gebruik van de Portugese traditie in de vorm van betegelde wanden, die het gebouw een typisch zuidelijke, moorse sfeer verlenen. Zo ontstaat een geslaagde synthese tussen traditie en modernisme, tussen kunst en architectuur.

Het zou buitengewoon interessant zijn als de grote tegelproducenten door meer proefondervindelijke studie van de mogelijkheden en door te zoeken naar alternatieve materialen ook tegels zouden kunnen ontwerpen voor externe toepassingen.

Wat met de �Casa da Musica� opvalt, is dat Koolhaas uit eigen werk citeert

Reageer op dit artikel