nieuws

Rechtsbescherming bij aanbestedingen rammelt

bouwbreed Premium

den haag – De rechtsbescherming rond aanbestedingen rammelt nog steeds. Daar heeft een vrijblijvend advies van het ministerie van Economische Zaken en het ARW 2004 geen verandering in gebracht. Alleen al de beroepstermijn van twee weken zou moeten worden verlengd naar zes weken.

Niet alleen het feit dat het ARW gegrond is op een beleidsregel waarvan de overheid eventueel mag afwijken in plaats van een wettelijke bepaling, maar ook vanwege de beperkte werking van het ARW schendt de Nederlandse overheid nog steeds het Europese recht. Dit schrijft Universitair hoofddocent Elisabetta Manunza in Bouwrecht.

Aanleiding is de discussie die is aangezwengeld door onder meer directeur Armand Doggen van het Advies Centrum Aanbestedingen B&U over de houdbaarheid van het ARW. Het ministerie van VROM heeft daarop laten weten dat er geen problemen te verwachten zijn met het nieuwe aanbestedingsreglement.

De juriste Manunza bestrijdt dat nu. Volgens haar is de rechtsbescherming rond aanbestedingen nog steeds niet goed geregeld. Dit komt onder andere doordat het ARW 2004 slechts verplicht is voor vier ministeries. Alle andere overheden en aanverwante organisaties die verplicht zijn Europees aan te besteden, hebben totaal geen regels om de rechten van belanghebbenden te beschermen.

Zij verwacht dan ook dat de Europese Commissie die al een procedure is begonnen tegen Nederland, hierover de vloer aan zal vegen met de verdediging van de regering. Die zal onder meer aanvoeren dat vorig jaar het ministerie van Economische Zaken de zogenoemde �Best Practice naar aanleiding van Alcatel� heeft gepubliceerd.

Onvoldoende, meent Manunza. Het is niet meer dan een mededeling gepubliceerd op internet met de volkomen vrijblijvende aanbeveling aan aanbestedende diensten om het gunningscontract onder een opschortende voorwaarde te sluiten. Die voorwaarde houdt in dat er binnen een periode van 15 dagen geen kort geding wordt aangespannen tegen het gunningsbesluit. Diezelfde periode van 15 dagen is ook in het ARW 2004 opgenomen. Nu echter als de termijn tussen de aankondiging van gunning die alle aanbieders krijgen en de daadwerkelijke gunning. De termijn van 15 dagen is dan bedoeld voor een eventueel kort geding dat een aanbieder die het werk niet zal krijgen, kan aanspannen.

Ook die termijn deugt niet in de ogen van de juriste. Met diverse uitspraken van het Europese Hof in de hand toont zij aan dat een termijn in Europese regelgeving in principe niet slechter mag zijn dan een termijn in nationale regelgeving.

Een gunningsbeslissing van de overheid is volgens haar op te vatten als een beschikking van een bestuursorgaan. Een beroepstermijn daartegen is volgens de Algemene wet bestuursrecht zes weken. Dat zou dus ook de termijn in het ARW moeten zijn, vindt zij.

Reageer op dit artikel