nieuws

Oude loop Amstel onder universiteit Projectgegevens

bouwbreed

amsterdam – De nieuwe Universiteitsbibliotheek (UB) van de Universiteit van Amsterdam (UvA) verhuist in 2006 van de Singel naar de Oude Turfmarkt. Voor het zover is restaureert en verbouwt de bouwcombinatie Koninklijke Woudenberg en J.P van Eesteren drie monumentale panden van Philip Vingboons, het voormalige Bernardus gesticht en een deel van het Allard Pierson Museum. Hiermee wordt de locatie geschikt gemaakt voor de bijzondere collecties van de UB.

Een hoge monumentale en stedenbouwkundige waarde typeert de restauratie van de universitaire panden aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam. Bovenal staat het behoud van het tongewelf centraal, de laat middeleeuwse poort die leidt naar het Binnengasthuisterrein.

Met betrekking tot het stedenbouwkundig behoud verwijst projectmanager vastgoed van de Universiteit van Amsterdam (UvA), ing. J.A. Cuypers naar de bebouwing waaraan valt af te lezen hoe de loop van de Amstel was. “Het voormalig Bernardus-gesticht is gebouwd op een stuk aangeplempt land in een binnenbocht van de Amstel. Een deel van de bebouwing op het terrein geeft nog de loop aan van de rivier.”

Als de sloopwerkzaamheden die nu in volle gang zijn, zijn afgerond, komen archeologen nader onderzoek doen. “Wat ze zullen aantreffen zijn bouwsporen als oude kademuren en mogelijk oude voorwerpen die in het aangeplempte deel grond zijn verdwenen. Bovendien is niet ondenkbaar dat ze aantonen dat de loop van de Amstel toch nog verder terug lag dan nu wordt aangenomen.

Van het Bernardus-gesticht waarin voorheen de afdelingen van de faculteit der Geesteswetenschappen huisden, blijft alleen de voorgevel behouden. De gevel gaat nu schuil achter een indrukwekkende verzinkt stalen constructie die voor het stutten van de façade een eigen fundering kreeg.

Cuypers: “Omwonenden en passanten vreesden dat de verduurzaming een aanwijzing was dat de staalconstructie blijvend was, maar het verzinken dient er alleen voor om te voorkomen dat corrosiesporen de gevel bevuilen.”

Naast de losstaande gevel staan nog drie van de negen panden van de Amsterdamse bouwmeester Philip Vingboons. De panden die halverwege de 17de eeuw zijn gebouwd werden destijds verhuurd. Door bestemmingsverandering, schaalvergroting en wijziging van de topgevels is het aanzicht van de panden weliswaar veranderd maar de panden zijn monumentaal van dermate groot belang dat een constructieve aanpassing niet geoorloofd was. Overigens komen de topgeveltjes op de panden niet terug. “Het is niet de bedoeling de panden �terug� te restaureren. De huidige lijstgevels blijven gewoon behouden”, aldus Cuypers.

De houten vloeren en balklagen in de panden blijven grotendeels behouden en dienen als basis voor de betonvloeren. Hierdoor verliezen de houten vloeren hun constructieve waarde maar zij blijven vanaf de onderzijde in zicht. De betonnen vloeren zijn zelfdragend en met kassen in de bouwmuren geconstrueerd.

Aan de linkerzijde van de Vingboonspanden staat het Allard Pierson Museum. In dit classicistische pand uit het einde van de 19de eeuw was de Nederlandse Bank gehuisvest. Onderdeel van de restauratie is het betrekken van het laatste transept van het museum bij de nieuwe bibliotheek. Omdat de Vingboonspanden en het voormalige gesticht een compleet nieuwe fundering krijgen en het museum niet, vergt dat extra aandacht van de aannemer met betrekking tot de aansluiting. Volgens uitvoerder C. Slagter van Koninklijke Woudenberg, dat in een bouwcombinatie met J.P van Eesteren het werk uitvoert, staan de twee onderdelen bouwkundig los van elkaar om zetscheuren te voorkomen.

De nieuwe fundering is opgebouwd uit groutpalen met een lengte tot 20 meter. Slagter: “In totaal krijgt het pand 3 kilometer nieuwe palen.” Op de palen komt een constructievloer met kassen in gevels en bouwmuren. Ten behoeve van de complete stabiliteit krijgt de nieuwe UB een stalen ontlastingsconstructie die in onderdelen via het dak wordt ingehesen.

Het poortje krijgt de bestemming van hoofdentree van de bibliotheek en dient als doorgang naar het binnenterrein. Tussen het voormalig gesticht en een deel van de schuin weglopende bebouwing die de oude loop van de Amstel volgt, komt een lichthof die doorloopt tussen de voor- en achterhuizen van de Vingboonspanden tot aan het museum. In het midden sluit haaks hierop de oude poort als hoofdingang aan.

Het bruto vloeroppervlak van de nieuwe UB bedraagt 6300 vierkante meter. Cuypers: “Door behoud van de bestaande constructie blijft daar netto blijft maar 4000 vierkante meter van over. “

Luchtbehandeling

Bijzonder aan de installatie is de luchtbehandeling die voldoet aan het Deltaplan cultuurbehoud, dat vanuit de overheid is opgelegd om bijzondere collecties te beschermen. “Vanuit het lichthof zijn verbindingsbruggen van glas te zien tussen de voor- en achterhuizen. Deze doorgangen zijn compleet luchtdicht afgesloten opdat de lucht in de panden en doorgangen niet in contact komt met de lucht in het lichthof dat niet aan de standaard voldoet.”

In augustus zijn de werkzaamheden begonnen. Zomer 2006 is de bouwcombinatie gereed. De bijzonder collecties van de UB zijn in 2007 te bewonderen als de UvA 375 jaar bestaat.

Herhuisvesting Universiteits Bibliotheek Amsterdam,

afdeling Bijzondere Collecties

Projectmanagement: Universiteit van Amsterdam,

Expertisecentrum Middelen afd. Vastgoed.

Architect: Atelier PRO Architekten BV, Den Haag

Interieurarchitect: Merkx + Girod BV Architecten

BNI BNA, Amsterdam

Adviseur Installaties & Bouwfysica: Nelissen Ingenieursbureau BV, Eindhoven

Constructeur: Constructiebureau Tentij BV, Heemskerk

Aannemer: Bouwcombinatie J.P. van Eesteren/Koninklijke Woudenberg VOF, Amsterdam

E & W installateur: GTI Utiliteit Noordwest BV, Amsterdam

Transportinstallaties: Lödige Benelux, �s-Hertogenbosch

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels