nieuws

Moslimarchitectuur met moderne invloeden Bekroond

bouwbreed

den haag – Hij moet de Pritzker-prijs, de Nobelprijs voor architectuur naar de kroon steken. Al bijna een kwart eeuw. Maar nog steeds lijkt het prestige van de Aga Khan Award for Architecture niet bijster groot. Wie kent de prijs voor moslimarchitectuur eigenlijk?

Een korte zoektocht op internet verschaft niet direct de gewenste duidelijkheid. De Aga Khan blijkt over een heel web van stichtingen en organisaties te beschikken, het ene met een nog nobeler doel dan het andere. In eigen websites worden die allemaal aangeprezen. Net als die architectuurprijs natuurlijk. Maar in architectuursites duikt de prijs bijvoorbeeld weer niet op. Dan maar de telefoon gepakt om de experts te raadplegen. Als eerste De Bond van Nederlandse Architecten, maar daar weten ze van niets. “Aga wie, zei u?” klinkt het verwonderd aan de andere kant van de lijn. Nu is de buitenland-specialist van de BNA net een paar dagen op vakantie, maar het is veelzeggend dat verder helemaal niemand bij het bureau iets van de prijs weet.

Ook bij het atelier van de Rijksbouwmeester blijft het akelig stil. “Er worden nogal wat prijzen uitgereikt in de architectuur”, luidt het verontschuldigende antwoord. “Vijfhonderdduizend dollar prijzengeld is indrukwekkend, maar het is natuurlijk geen criterium voor het gewicht van een prijs. We kennen hem helaas niet.”

Het is al niet anders bij architect Joris Molenaar, die de Essalam moskee in Rotterdam ontwierp; de grootste Nederlandse moskee. Molenaar mengt zich wel eens in discussies over moslim-architectuur in Nederland. Hij hoort het verhaal over de in Genève en Parijs wonende spiritueel leider van de zogenaamde Ismaili-moslims geamuseerd aan, maar nee, hij kent de Aga Khan en zijn prijs niet. Er gaat geen lampje branden.

Dan maar het Nederlands Architectuur instituut benaderd met de vraag. Ook daar moet de voorlichter het antwoord schuldig blijven, maar hij verwijst voor de zekerheid door naar zijn directeur Aaron Betsky. Dat blijkt een gouden greep, want Betsky was zelf ooit aanwezig bij de uitreiking van de prijs. Dat was in 1998 toen de uitreiking plaats vond in het Alhambra in de Spaanse stad Granada. Hij heeft daar nog aan een tafel met de Aga Khan gedineerd. Ook de Spaanse koning en zijn vrouw schoven aan.

Dus toch een glamour- en glitterparty ter meerdere ere en glorie van een verveelde playboy?

Tegen dat beeld verzet Betsky zich hevig. “Het interessante is dat de Aga Khan altijd een heel breed gezelschap betrekt bij de prijs. Niet alleen vooraanstaande architecten zitten in de jury, maar ook kenners van de islam.” Met zijn instellingen doet de Aga Khan ook veel aan kennisvorming over islamitische architectuur en is een interessant onderzoeksprogramma gestart aan de Harvard-universiteit. Betsky vermoedt dat de Aga Khan nog een beetje lijdt onder het imago van zijn vader en oom die zich wel als playboys gedroegen temidden van de internationale jetset. “Maar de huidige Aga Khan is een heel serieuze man die heel integer omgaat met zijn functie als spiritueel leider van de Ismaili-moslims. Een groep die op een heel open en niet-dogmatische manier de islam beleeft en niets van doen heeft met moslimfundamentalisme.”

Betsky vindt de Nederlandse onbekendheid met de Aga Khan Award eerder typerend voor de beperkte blik van de de architectuurwereld hier. In Amerika, waar hij lang woonde, kent iedereen de prijs en is hij hoog gewaardeerd. Hij gaat ook altijd naar toonaangevende projecten en architecten die de islamitische architectuur verder brengen. Het Nai bereidt zelfs een tentoonstelling voor over moslimarchitectuur in Nederland, waarbij het inhoudelijke ondersteuning krijgt van de Aga Khan Foundation.

Ook architectuurcriticus Hans Ibelings weet van het bestaan van de Aga Khan en zijn wonderlijke prijs. Hij mocht weliswaar nooit aanschuiven aan de dis bij alle hoogwaardigheidsbekleders, maar hij weet niet beter dan dat de Aga Khan een bescheiden maar integere man is. De argwaan tegenover alle pracht en praal waarmee de prijsuitreiking omgeven is begrijpt hij wel. “Maar je moet je afvragen of dezelfde argwaan niet op zijn plek zou zijn tegenover de Pritzker-prijs”, waarschuwt hij. “Wie is die mijnheer Hyatt wel niet, die puissant rijke eigenaar van de gelijknamige hotelketen? Hij claimt jaarlijks de nobelprijs voor architectuur uit te reiken, maar bederft ondertussen het aanzien van menige stad in de wereld met de bouw van zijn afzichtelijke hotelgebouwen. Maar er is nooit iemand die die vraag stelt. De Pritzker prijs, dat is een instituut. Daar durft niemand aan te komen.”

�De Aga Khan betrekt altijd een breed gezelschap bij de prijs�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels