nieuws

Keuzemodel vloer- en kernuitvoering levert aannemer voordeel Nu is alleen de hoofdligger nog van staal Inmiddels ook keuzemodel voor betonkernen

bouwbreed Premium

nieuwegein – Ballast Nedam Bouw Speciale Projecten maakt steeds vaker gebruik van een in eigen beheer ontwikkeld model, waarmee betrekkelijk eenvoudig kan worden gekozen voor de meest geëigende vloer- en kernuitvoering. Het model kan niet alleen een groot financieel of praktisch voordeel opleveren bij de uitvoering, maar ook gunstig uitpakken voor de exploitatie. Bij enkele werken heeft de toepassing van het model al tot een ander type vloer geleid.

In elke bouwfase dienen keuzes te worden gemaakt wat betreft bouwmethoden en -systemen. Wanneer aannemers opdrachten verwerven op basis van een bestek, ligt verreweg het meeste al vast. Dat geldt zeker voor de keuze van vloersystemen.

Voor Willem van Dijk, hoofd bouwmethodieken bij Ballast Nedam Bouw Speciale Projecten, komt het keuzemodel niks te vroeg: “We vroegen ons vaak af of er wel goed over de keuze is nagedacht. En niet zelden hadden we onze twijfels over de gemaakte keuzes, maar ontbrak het aan tijd om alles nog eens tegen het licht te houden. De bouwpraktijk is vrijwel altijd een kwestie van instappen en meteen beginnen.”

Het model werd ontwikkeld door een student die destijds afstudeerde bij Speciale Projecten. Het is bedoeld voor gebouwen tot tien verdiepingen, met vier verschillende keuzes voor de cascovormen.

Aan de hand van een invoerblad worden de veranderlijke belastingen en het aantal steunpunten ingevoerd.

Aansluitend vormen vijf parameters de basis voor de berekening van de vloerkeuze: de brandwerendheid, de vrije hoogte per verdieping, de dikte van het verlaagde plafond, de zone van het installatiepakket en de constructiedikte van de vloer.

Goedkoopste

Op basis van de ingevoerde gegevens komt het model tot een score, waarbij het adviesblad het goedkoopste vloertype aangeeft. Het advies omvat niet alleen het type van de vloer zelf, maar geeft daarbij ook nauwkeurig een opsomming aan van alle relevante aspecten zoals voorbereidingstijd, handeling en kraanbezetting.

De opzet van het keuzemodel is in zijn aard betrekkelijk eenvoudig, maar blijkt niettemin heel goed werkbaar. Van Dijk: “Bij de meest voorkomende werken op basis van een bestek, zal het keuzemodel doorgaans niet meer worden toegepast, omdat in het constructieve ontwerp het vloertype al is bepaald. Maar ook dan nog kan het model van nut zijn als een toetsing.”

Bij projecten op basis van engineering & build kan dit keuzemodel heel waardevol blijken. Zo kan soms binnen hetzelfde bouwvolume een groter hoeveelheid bruto vloeroppervlak (bvo) worden gerealiseerd.

Van Dijk: “Als bijvoorbeeld door welstandsregels de maximale bouwhoogte beperkt is, kun je in een gebouw van een bepaalde hoogte door het juiste vloertype te kiezen misschien ineens een verdieping meer kwijt. Op die manier leidt de juiste vloerkeuze direct tot een hoger rendement en een gunstigere exploitatie. En dat terwijl de extra investering in het gebouw als gevolg van het vloertype misschien maar enkele procenten meer bedraagt.”

Ballast Nedam Bouw Speciale Projecten werkt momenteel aan de uitbreiding van het model zodat het ook bruikbaar wordt voor gebouwen met meer dan tien bouwlagen. Voor het in aanbouw zijnde eigen hoofdkantoor in Nieuwegein fungeerde het model als een finale check.

Bij de nieuwbouw van het Philips Business Innovation Centre in Nijmegen leidde de quickscan tot een wijziging van het vloersysteem. In het voorlopige ontwerp was gekozen voor staalplaatbetonvloeren. Nadat het keuzemodel erop was losgelaten, bleek de toepassing van kanaalplaatvloeren met geïntegreerde stalen liggers op meerdere fronten gunstiger uit te pakken.

De staalplaat-betonvloer werd in het voorlopige ontwerp gedragen door een staalconstructie bestaande uit een HEA-profiel met daaraan gekoppelde IPE-profielen. Het ontwerp moest relatief licht zijn, zo luidde het oorspronkelijke keuzeargument.

Nu is alleen de hoofdligger nog van staal. Het vloerkeuzemodel wees uit, dat met gebruikmaking van kanaalplaatvloeren 160 millimeter per verdieping ruimtewinst was te halen, waarmee meteen ruimte vrijkwam voor het wegwerken van de installaties.

Het keuzemodel voor het vloertype heeft inmiddels ook een vervolg gekregen in de vorm van een model voor het maken van een keuze van betonkernen.

Van Dijk: “We maken er al gebruik van en dat is in dit geval ook makkelijker, omdat het keuzemodel niet een systeem adviseert, maar een werkmethode beschrijft; het principe van de kern staat immers al vast. Het zijn de omgevingsfactoren die uiteindelijk de werkmethode bij de bouw van de kernen bepalen. Kiezen we voor ontkoppeling van de kern of gaan we stapelen, gaan we glijden, klimmen, of voeren we het geheel in prefab uit?”

“Met de invoer van een groot aantal parameters, zoals de beschikbare voorbereiding en/of bouwtijd, de ligging en de grote van de bouwlocatie, is het binnenstedelijk dan wel buitenstedelijk, komen we met dit model tot de geëigende werkmethode. Natuurlijk hebben we al die overwegingen in het verleden ook altijd meegenomen bij de beslissing voor systeem A of B. Het verschil zit hem er bij dit model echter in, dat we ons veel minder laten leiden door aannames en werkmethoden uit het verleden, maar op basis van zoveel mogelijk objectieve gegevens stap voor stap alle keuzes de revue laten passeren, en zo tot rationele beslissing kunnen komen.”

Pagina uit het vloerkeuzemodel

Reageer op dit artikel