nieuws

Gietbouw ongeschikt voor schoon werk Slanke luifel mooi staaltje hightech betonwerk Ook prefabindustrie is er nog lang niet Ondergronds project als hoogtepunt

bouwbreed Premium

esch – Gietbouw leent zich niet voor schoon beton, is de ervaring van Hubert-Jan Henket, belangrijkste spreker tijdens de Betondag. Er is een breedgedragen offensief nodig om de kwaliteit van gietbouw op te schroeven. En partijen moeten weer het lef hebben om in het werk gestort beton af te keuren.

Een uitgesproken betonarchitect wil hij zichzelf niet noemen. Maar wie in Nederland wil bouwen – en dat doet Hubert-Jan Henket al meer dan dertig jaar – kan niet om beton heen. Dus heeft hij behalve in staal, hout en glas ook veel werken neergezet uit het onnavolgbare mengsel van grind, zand, cement en water.

Het valt hem desgevraagd op, dat het een stuk lastiger is geworden om in situ gestort beton af te keuren. Niet omdat de kwaliteit van het product zo is toegenomen, maar omdat bouwmanagers, kostendeskundigen en andere zogenaamde deskundigen hun entree maakten op de bouwplaats en zichzelf een steeds grotere rol toeëigenden.

Breek maar af

Henket zag het voor zijn ogen gebeuren. Hij heeft er misschien zelfs wel aan meegewerkt, als docent en later ook als hoogleraar bouwkunde. “Al die mensen die je opleidt, moet je immers een perspectief bieden en dus zijn we altijd naarstig op zoek gegaan naar nieuwe richtingen. Er is immers bij lange na geen werk voor de 3000 bouwkundestudenten die zich alleen al op de technische universiteiten voorbereiden op een leven als architect.”

Maar hij zou de hordes deskundigen die de bouwputten overspoelen, graag weer zien vertrekken, zodat een bouwvergadering weer gewoon met vijf in plaats van twintig personen plaatsvindt. Tot kwaliteitsverhoging heeft hun entree immers nog altijd niet geleid.

“Dan kan er tenminste ook weer een partij gietbeton worden afgekeurd, als dat nodig is. Zoals dat vroeger gebeurde. Breek maar af die boel”, stelt hij onomwonden in zijn bureau, gevestigd in een verbouwde schuur naast een monumentaal landhuis in het Brabantse Esch.

“Zet de drilboor er maar in en probeer het nog maar een keer. Maar dan zonder die grindnesten, kleurverschillen, grillige stortnaden en luchtbellen.”

Maar die houding kan niemand zich meer aanmeten. De planning komt in gevaar en de kosten worden overschreden, zo benadrukken de deskundigen keer op keer.

Zelfs bij de opdrachtgever krijgt de architect zelden steun voor een dergelijk pleidooi. Met als resultaat, dat de kwaliteit van gebouwen de laatste decennia eerder slechter is geworden dan beter: “Betonleveranciers en aannemers komen gemakkelijk weg met broddelwerk.”

Baksteen als voorbeeld

De betonwereld zou volgens de gedreven architect en hoogleraar bouwkunde een voorbeeld moeten nemen aan de baksteenindustrie. Die heeft door productontwikkeling, onderzoeksprojecten en voorlichting de laatste jaren de baksteen een enorme kwaliteitsimpuls gegeven. Daardoor is de belangstelling voor metselwerk explosief toegenomen en wordt het materiaal innovatief toegepast.

Henket: “Een vergelijkbare actie voor de betonbranche zou breed moeten worden gedragen. Ook architecten, constructeurs en opdrachtgevers moeten daarin hun verantwoordelijkheid nemen. Want we laten het met zijn allen verslonzen.”

Architecten en constructeurs moeten duidelijker normen stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van de oppervlaktebehandeling van beton, zodat er geen discussie mogelijk is aan welke eisen het werk van de aannemer moet voldoen.

Liefst wordt de installateur in vroeg stadium van het ontwerp ingeschakeld, zodat hij niet weer allerlei perforaties hoeft te maken of met lelijke kanalen de zorgvuldig gedetailleerde constructie aan het oog onttrekt.

Tot slot is er natuurlijk de bijdrage van de betonleverancier en de aannemer. Die moeten kwaliteit willen leveren en niet te snel tevreden zijn.

Voor mooie resultaten van die aanpak hoeft Henket niet ver te zoeken. Een voorbeeld waarnaar hij graag verwijst, is architect J. Duiker. Diens beroemde sanatorium Zonnestraal in Hilversum werd voor een belangrijk deel dankzij Henkets inzet teruggebracht in oorspronkelijke staat. Mede daarvoor ontving Henket vorige week samen met Wessel de Jonge de BNA Kubus.

Henket wordt bijna lyrisch als hij de werkwijze van Duiker beschrijft. “Hij ging heel efficiënt met het materiaal om, volgde de momentlijnen en kon zo heel slank construeren. Alles werd natuurlijk wel handmatig uitgekist, waardoor het gebouw in feite twee keer werd gebouwd.”

Als er op de juiste manier met beton wordt omgesprongen, biedt het materiaal te veel mogelijkheden om te negeren, vindt Henket. Want doordat het zolang meegaat, is het in principe een duurzaam materiaal. Maar dan moet er wel zo worden ontworpen, dat een gebouw niet op de helft van zijn technische levensduur moet worden gesloopt omdat er geen andere bestemming aan is te geven.

Henket: “De enige reden dat we gebouwen renoveren is, dat we ze willen bewaren. We zijn er op één of andere manier aan gehecht. Het is doorgaans goedkoper om de zaak plat te gooien en nieuwbouw te plegen. Maar we hechten aan de historische gelaagdheid van onze omgeving en willen niet leven in een wegwerpwereld. Dus is het de taak van architecten en opdrachtgevers om ervoor te zorgen dat onze gebouwen langer meegaan.”

Wel moet er dan neutraler worden ontworpen en gebouwd en volgens een duurzame esthetiek die niet na tien jaar gedateerd aandoet, zo stelt hij vast: “Dat kan door de constructie, het deel dat lang mee gaat, meer zeggingskracht te geven. Maar dan moet hij wel mooi worden uitgevoerd. Anders kan gietbouw nooit als schoon beton worden verwerkt. En aan iets wat kwalitatief niet goed is, kun je je niet hechten, dus dat wil je niet bewaren.”

Een mooie proeve van Henkets eigen bekwaamheid als betonontwerper komt over een tijdje te staan op het terrein van het voormalige sanatorium Zonnestraal in Hilversum.

Samen met constructeur Frans van Herwijnen ontwierp Henket een reusachtige betonnen luifel van 9 bij 9 meter, gedragen door een centrale voet, eveneens uit prefab beton.

Door toepassing van vezelversterkt hogesterktebeton blijft het dek van de luifel slechts 2 tot 3 centimeter dik. De luifel is het geschenk van de Betonvereniging ter gelegenheid van haar 75-jarig bestaan. Hurks Beton uit Eindhoven realiseert het object in vier segmenten, die ter plekke met boutverbindingen worden samengevoegd. ABT tekende voor de engineering. Tegelijkertijd neemt de Betonvereniging de renovatie van het Dresselhuis-paviljoen op het terrein van het sanatorium voor haar rekening. Dankzij opgelijmde koolstofwapening en toepassing van hogesterktebeton kan de oorspronkelijke slanke constructie gehandhaafd blijven en zijn geen hulpkolommen nodig.

Meer prefabriceren is niet per se het antwoord op de teleurstellende gietbouwkwaliteit, zo meent Henket. Niet alleen omdat bouwwerken daardoor veel duurder worden, maar omdat ook de prefabbetonindustrie er in zijn ogen nog lang niet is.

Als het gaat om maatnauwkeurigheden, kan de prefabindustrie soms verbazingwekkend goede prestaties leveren, zo ervaart hij. Maar op andere vlakken schiet ze nog ernstig tekort. Bijvoorbeeld bij de realisering van de dubbelgekromde vlakken die architecten tegenwoordig graag tekenen met hun geavanceerde tekenprogramma�s. Ze vormen geen probleem bij bedrijven die over een computergestuurde frees beschikken voor het maken van de mallen.

Maar het leeuwendeel van de prefabbetonbouwers is nog niet zo ver. Daar worden de kisten op de oude manier met de hand uitgetimmerd.

Henket: “Dan moet het gebouw als het ware twee keer worden gebouwd. De praktijk is natuurlijk dat ze gaan beknibbelen door details te versimpelen. En dan wordt een ontwerp al gauw klungelig.”

Uit oogpunt van betonkwaliteitswerk kijkt Henket zelf tevreden terug op de recente samenwerking met aannemer Welling. Die realiseerde de bijzonder geslaagde ondergrondse uitbreiding die Henket ontwierp voor de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem.

Welling is vooral actief in de civiele aannemerij en van daaruit gewend aan een opdrachtgever die de touwtjes kort houdt. “Rijkswaterstaat zit zijn aannemers altijd dicht op de huid, maar het resultaat is er dan ook naar, zoals Arnhem laat zien.”

�Partijen moeten weer het lef hebben om in het werk gestort beton af te keuren�

Reageer op dit artikel