nieuws

Expertisecentrum detailhandel nodig bij ruimtelijk beleid

bouwbreed

De Nota ruimte schenkt volgens Cees de Bruin weinig aandacht aan de positie van de detailhandel. En dat is onterecht. De sector heeft behoefte aan een overheid die voorwaarden scheppend is waardoor de branche de toekomst met vertrouwen tegemoet kan zien. Het vigerend ruimtelijk beleid biedt onvoldoende mogelijkheden om in te spelen op de veranderde […]

De Nota ruimte schenkt volgens Cees de Bruin weinig aandacht aan de positie van de detailhandel. En dat is onterecht. De sector heeft behoefte aan een overheid die voorwaarden scheppend is waardoor de branche de toekomst met vertrouwen tegemoet kan zien. Het vigerend ruimtelijk beleid biedt onvoldoende mogelijkheden om in te spelen op de veranderde behoefte van de consument. Ruimtebeperkende regels voor de grootschalige detailhandel moeten zo snel mogelijk worden beslecht.

In de loop der jaren is gebleken dat consumenten meer willen dan de beperkte keuze aan winkels op traditionele locaties. Winkelen betekent tegenwoordig vaak meer dan boodschappen doen: het is een dagje uit. De binnenstad als winkelhart voldoet aan deze behoefte. Dat moeten we ook zo houden en waar mogelijk versterken. Goede bereikbaarheid en een vriendelijk parkeerregime zijn daarbij essentieel.

Het winkel- en culturele aanbod en de aanwezigheid van entertainment en horeca, deed �binnenstedelijk winkelen� veranderen in �recreatief shoppen�. Daarbij ontstond ook een complementaire markt voor winkelcentra die voorzien in specifieke consumentbehoeften en die qua (product)type en bezoekersaantallen niet in de binnenstad passen. Winkelen en �leisure� gaan hier hand in hand. Alexandrium in Rotterdam is hiervan een bekend en succesvol voorbeeld.

De grootschalige detailhandel wilde van meet af aan graag op de veranderde marktvraag inspelen. Aanvankelijk was het ruimtelijke beleid, met inflexibele vestigingseisen, eerder een last dan een zegen.

Onderzoek van de Universiteit Amsterdam toont aan dat Nederland door haar restrictieve beleid jarenlang perifere ontwikkelingen met kracht weerde. Onzinnig eigenlijk omdat perifere ontwikkelingen er gewoon zijn en niet zonder reden: ze besparen ruimte, maken gebruik van één infrastructuur, hebben een goed parkeerbeheer en ondernemerszin wordt gedeeld. En omdat de consument het wil: �one-stop-shopping�.

Het ruimtelijke beleid veranderde in 2000 toch, zij het schoorvoetend. De Tweede Kamer stemde toen in met het nieuwe locatiebeleid. Naast meer marktwerking voor de detailhandel, kregen gemeenten en provincies een grotere vrijheid om zelf af te wegen hoe zij de ruimtevraag van de detailhandel kunnen accommoderen binnen stedelijke of te verstedelijken gebieden.

Helaas werd door de val van het kabinet Kok II het door de Tweede Kamer goedgekeurde beleid niet geïmplementeerd. De Vijfde nota, waarin het locatiebeleid zou worden opgenomen en waarin het rijk de mogelijkheid had om ruimtelijke plannen van lagere overheden te toetsen, sneuvelde in het zicht van de haven. Met alle gevolgen van dien.

In afwachting op de formalisering van het beleid, stelde het bedrijfsleven investeringsplannen op, die verder uitgewerkt moesten worden met lokale overheden.

Hoewel een aantal lagere overheden met nieuwsgierigheid de ontwikkelingen bij de Nota ruimte volgen, passen vele in de praktijk nog steeds het oude, starre beleid toe. Afwachtende overheden zetten hiermee een rem op constructieve gesprekken over investeringsplannen. En dat is lastig bij projecten waarvan de doorlooptijd in de meeste gevallen acht tot tien jaar is.

Het rijk dient besluitvaardig en duidelijk te zijn. Een niet eenvoudige opgave. Decennia lang is krampachtig vastgehouden aan starre planologie. Het doorbreken hiervan kan alleen met politieke daadkracht. Een goed besluit betekent enerzijds meer vrijheid in het locatiebeleid voor gemeenten en provincies en anderzijds meer duidelijkheid over toetsingscriteria bij de uitvoering. Aan dit laatste ontbreekt het in de nota ruimte. De toetsingscriteria zijn vooral niet bedoeld om de vrijheid van gemeenten te beteugelen, maar bieden juist zowel aan de overheid als aan de ondernemers houvast voor het maken van plannen.

Ondergraven

Er is voldoende ervaring opgedaan met bestaande formules om te weten aan welke voorwaarden een succesvolle locatie voor grootschalige detailhandel moet voldoen. Immers gewaakt moet worden dat ruimtelijke verrommeling van grootschalige detailhandel optreedt. Wat gebeurt er als twee provincies allebei een hypermodern winkelcentrum binnen hun grenzen willen hebben, maar deze geografisch gezien binnen een straal van enkele kilometers vlak bij elkaar worden gebouwd? Of als er sprake is van willekeur van lagere overheden? Dit vereist goed geëquipeerde lagere overheden die niet alleen samen met projectontwikkelaars op een maatschappelijk verantwoorde wijze de ruimte durven te ontwikkelen, maar ook in staat zijn mee te denken en te beslissen over regio-overstijgende keuzes.

Verkwisting

De Nota ruimte honoreert de wens van consumenten om op goede en bereikbare plaatsen te kunnen �shoppen�. Maar het is de vraag of lagere overheden voldoende instrumenten hebben om het locatiebeleid goed uit te voeren. Nederland bezit een fijnmazige retailinfrastructuur. Grootschaligheid heeft daarin een erkende moderne consumentgerichte functie. Het aantal grootschalige concentraties moet echter beperkt worden om haar eigen functie niet te ondergraven. De concrete uitwerking van de Nota ruimte verdient meer aandacht op dit punt. De rijksoverheid moet als regisseur zijn verantwoordelijkheid nemen door lagere overheden bij te staan in de inrichting van Nederland. En dit kan in de vorm van het opzetten van een expertisecentrum waarin publieke en private partijen zitting hebben die kennis verwerven en delen, een actieve bijdrage leveren aan vraagstukken op het snijvlak van ruimtelijke ordening en detailhandel en zorgen voor een landelijke kennisinfrastructuur.

Het kan één van de belangrijkste bijdragen zijn aan een succesvol locatiebeleid dat garant staat voor een symbiose tussen binnenstedelijke en randstedelijke detailhandel en dat nodeloze verkwisting van ruimte voorkomt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels