nieuws

Een akkoord

bouwbreed Premium

Uiteindelijk werd minister Zalm toch een beetje zenuwachtig van die driehonderdduizend betogers in Amsterdam. En anders de minister-president wel. Ook de vakbeweging moet verrast zijn geweest door de enorme opkomst van ontevredenen. Het grote getal in Amsterdam heeft op verschillende manieren zijn uitwerking gehad, maar steeds in de richting van een af te sluiten akkoord. […]

Uiteindelijk werd minister Zalm toch een beetje zenuwachtig van die driehonderdduizend betogers in Amsterdam. En anders de minister-president wel. Ook de vakbeweging moet verrast zijn geweest door de enorme opkomst van ontevredenen.

Het grote getal in Amsterdam heeft op verschillende manieren zijn uitwerking gehad, maar

steeds in de richting van een af te sluiten akkoord. De vakbeweging had met de massale opkomst een fantastisch drukmiddel in handen, maar was tegelijkertijd daarmee verplicht hoe dan ook tot een afspraak met kabinet en werkgevers te komen. Het kabinet zag zich niet alleen geconfronteerd

met vele ontevredenen, maar ook met peilingen die lieten zien dat kiezers massaal wegliepen. En politieke dagkoersen of niet, er sluipt voldoende twijfel aan de uitvoerbaarheid van de eigen plannen binnen om tot herbezinning te komen. De werkgevers komen tot hier niet in het stuk voor. Wél werd hier en daar wat gestaakt, maar een echte naam mocht dat toch niet hebben. In theorie hadden de werkgevers het naderende akkoord met de werknemersbonden nog kunnen blokkeren, in werkelijkheid natuurlijk niet. Dan hadden de werkgevers met de zwarte piet gezeten, omdat de concessies van het kabinet weer van de baan zouden zijn en de actiebereidheid van de werknemers zich dan op grote schaal in de bedrijven zou manifesteren. Met daarna een oplossing die duurder zou uitpakken. Overigens is de strijd nog lang niet gestreden. De FNV houdt nog een referendum. Dit keer met een positief advies.

De wettelijke kant van de arbeidsvoorwaarden kan wel door kabinet en parlement worden afgehandeld, de inbedding in collectieve arbeidsovereenkomsten moet daarna nog plaats vinden. Evenwel geldt ook hier, dat de voorgeschiedenis werkgevers en werknemers bijna dwingt om het eens te worden. Daarmee zullen de specifieke punten die in de bedrijfstakken aan de orde zijn het waarschijnlijk voor een deel worden uitgesteld naar latere onderhandelingen. Alle energie is immers nodig om de hoofdpunten op maat voor de sector te snijden. Is het overlegmodel in de Nederlandse arbeidsverhoudingen nu weer hersteld en zijn de conclusies over de teloorgang van het poldermodel te voorbarig geweest? Op het eerste gezicht lijkt me dit het geval. Het kabinet heeft vastgesteld, dat gelijk hebben en gelijk krijgen nog steeds niet hetzelfde is. Bovendien kan ernstig aan dit gelijk worden getwijfeld. Tegelijk is het waar, dat de richting die het kabinet wees – meer individuele verantwoordelijkheid en minder collectieve regelingen – niet is omgebogen. Dit onderstreept eveneens dat werknemers, werkgevers en overheid het in grote lijnen met elkaar eens zijn over de problemen waarvoor we nu en in de komende jaren staan. Over de mix van collectiviteit en individu bestaan nog de grootste tegenstellingen. Voor de vakbeweging geldt nog steeds sterk het uitgangspunt van collectiviteit. Ultiem heeft dat in Nederland zijn uitwerking gevonden in wetgeving die veel afspraken in cao�s overbodig maakte. Op het gebied van veiligheid en gezondheid en zaken die van werkelijk algemeen belang zijn kan ik mij daarbij nog voldoende voorstellen.

Voor het overige vind ik dat een vakbondslid voldoende waar voor zijn contributie moet krijgen. En niet hetzelfde als zijn collega die tot de �free riders� behoort.

Dat de vakbeweging in Nederland nog leeft hebben de demonstraties van de afgelopen tijd voldoende bewezen. In grote lijnen is het tevens juist dat het geluid van de vakbeweging bij veel niet georganiseerden positief wordt ontvangen. Er ligt dus een markt braak voor de ledenwervers. Op dit moment kunnen ze het succes van hun organisatie aan de man brengen. Juist ook, omdat de demonstraties voor de niet-leden tot dezelfde gunstige resultaten hebben geleid. Dat is ironisch en Johan Cruyff zou hier zonder twijfel een bijpassende uitdrukking beschikbaar voor hebben.

Reageer op dit artikel