nieuws

Demontabele stal maakt aannemers overbodig

bouwbreed

uden – De bouwkosten van stallen voor de rundvee- en varkenshouderij kunnen met 50 procent omlaag. Dat stelt R. van Hedel, van ingenieursbureau DLV, Bouw, Milieu en Techniek BV. Van Hedel is projectleider bij de ontwikkeling van de boogstal, een demontabele veebehuizing.

De stal heeft een bovenbouw die bestaat uit stalen bogen die rusten op betonblokken. De bogen zijn onderling met elkaar verbonden door buizen. Dit raamwerk wordt bespannen met folie. Waar nodig zijn er houten muren. Het bouwwerk krijgt geen kelder. De onderbouw zal bestaan uit een strokenfundering met eenvoudig vervangbare prefab platen. In de tot nu toe gangbare stallen wordt mest via roosters in de vloer opgevangen in de kelder. In het nieuwe concept wordt de ontlasting weggepompt.

De hoogte van de boogstal is maximaal 12 meter, de breedte maximaal 50 meter. Het dierenonderkomen kan grotendeels door de boer worden opgebouwd. Uitbreiden en afbreken van het verblijf kan ook door de boer zelf worden gedaan. Dat maakt de inzet van aannemers grotendeels overbodig. “Alle onderdelen worden met een vrachtwagen afgeleverd. Vervolgens schroef je die op de grond in elkaar. Daarna wordt de constructie met behulp van hijskranen overeind gezet en bespannen met folie”, aldus Van Hedel. “We mikken op minimaal een halvering van de huisvestingskosten van het vee. Met minder neem ik geen genoegen.” Daarbij is meegerekend een besparing op de transportkosten van ongeveer 25 procent. Daarnaast is bij de bouw van de boogstal zo�n 550 ton minder materiaal nodig. Door het ontbreken van kelders hoeft minder grond te worden afgevoerd en is minder beton nodig. De opslag van mest gebeurt niet langer onder de grond, maar in silo�s waarin het wordt vergist. Daarna kan er duurzame energie uit worden geproduceerd. Door de verwerking van het afval wordt het vrijkomen van schadelijke stoffen zoals methaan en lachgas teruggedrongen.

Marktaandeel

In de bouw van stallen en schuren ging in 2003 zo�n 417 miljoen euro om, zo blijkt uit informatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In totaal verrezen vorig jaar bijna 2200 van zulke gebouwen, waarvan de helft veestallen. DLV is als adviseur betrokken bij 25 procent van de stallenbouw. Hoe groot de markt zal zijn voor de boogstal is nog niet duidelijk.

“We mikken voor de komende jaren op een marktaandeel van zo�n tien procent”, aldus Van Hedel. “Dan praat je over zo�n honderd stallen per jaar.”

Bij de ontwikkeling van de boogstal werken DLV, A+ Bureau voor bouwproductontwikkeling BV en de Technische Universteit Eindhoven samen. Q+P Communicatie begeleidt de introductie van het bouwwerk op de markt. De ministeries van VROM en EZ ondersteunen de ontwikkeling vanuit het programma Industrieel, Flexibel en Demontabel Bouwen (IFD).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels