nieuws

Capacity to change voor duurzame toekomst

bouwbreed Premium

In Cobouw van 16 september 2004 (nummer 170) belicht dr.ir. C.A.Vietsch, lid Tweede Kamer der Staten Generaal in haar artikel: �Van bejaardenoord naar seniorencomplex� het probleem van de verzorgingshuizen en de bijbehorende problematiek van financiering, doelgroepen en levensloopbestendigheid vanuit de politiek (CDA fractie). Natuurlijk is het zo dat financiering van zorg en wonen van ouderen […]

In Cobouw van 16 september 2004 (nummer 170) belicht dr.ir. C.A.Vietsch, lid Tweede Kamer der Staten Generaal in haar artikel: �Van bejaardenoord naar seniorencomplex� het probleem van de verzorgingshuizen en de bijbehorende problematiek van financiering, doelgroepen en levensloopbestendigheid vanuit de politiek (CDA fractie). Natuurlijk is het zo dat financiering van zorg en wonen van ouderen een lastig onderwerp is. Haar vraag: “Ik ben benieuwd hoe men over 30 jaar tegen deze complexen aankijkt”; is dan ook terecht. Echter deze vraagstelling is niet nieuw en ook de problematiek om gebouwen te realiseren die de flexibiliteit bieden om in te spelen op veranderende behoeften en nieuwe inzichten is reeds lang beschikbaar.

In 1914 introduceerde de Zwitserse architect al zijn ontwerp: Dom-Ino (domus en innovatie) met een draagstructuur van vloeren en kolommen. Door in het ontwerp te kiezen voor een skelet met vrij indeelbare (�leiding�) vloeren is de vraagstelling van indeelbaarheid en �omkeerbaar bouwen� zoals het College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen bepleit ook praktisch mogelijk.

Helaas is de huidige bouwpraktijk nog volledig ingesteld op zware niet flexibele constructies met dragende wanden en massieve vloeren. Ook de steeds gevoerde discussies over het al dan niet slopen van de bestaande (woning) voorraad wordt mede veroorzaakt door de starre constructies.

Dat het anders kan bewijst de historie: in Amsterdam zijn in de dertiger jaren Atelierwoningen gebouwd met een (staal) skelet en vrij indeelbare vloeren. Deze woonwerkeenheden zijn nog steeds in gebruik na een renovatie in de jaren negentig. Een goed voorbeeld van duurzaam omgaan met grondstoffen en �slim bouwen�.

Slopershamer

Een ander voorbeeld wordt beschreven in Cobouw van 4 april 2003 met het project Osdorperhof. De in 1969 gebouwde opzet van 245 kleine wooneenheden van 18 vierkante meter was niet meer acceptabel als woonruimte voor ouderen. De slopershamer was al besteld, maar omdat voor een �slimme� hoofddraagconstructie was gekozen kon er een ombouw naar 50 grotere appartementen en 3500 vierkante meter kantoorruimte gerealiseerd worden. Het gebouw heeft een skelet met een fijnmazig grit met een stramien van 3.60 meter van hoofddraagbalken met dwars daarop betonnen vloerbalken h.o.h. 1,20 meter. De betonvloeren zijn maar 8 centimeter dik. Gebruik makend van deze flexibele structuur en metal-stud wanden, droge vloerafwerking en plaatselijk verlaagde plafonds kon aan zowel brand- als geluidseisen worden voldaan.

Het in 1999 gestarte IFD programma heeft inmiddels een groot aantal voorbeelden opgeleverd hoe Industrieel, Flexibel en Demontabel kan worden gebouw.

De les van �drager-inbouw� blijkt ook nu nog steeds te zorgen voor betere gebouwen, met een kortere bouwtijd en veel langere levensduur omdat ingespeeld kan worden op nieuwe inzichten.

De leveranciers van beschikbare technieken – zoals �domotica� kunnen het leven van de consument veraangenamen en ook de zorg voor ouderen betaalbaar houden, lopen echter letterlijk en figuurlijk tegen de muur.

De bouwkundige constructies – zoals door de traditioneel ingestelde bouwers – worden aangeboden bieden geen ruimte voor kabels, leidingen en dit is mede de oorzaak van het moeizame traject om ook tot betaalbare en klantvriendelijke woonruimte te komen. Daarom pleitte Jan Brouwer bij de uitreiking van het boek �IFD projecten 2004� aan de voorzitter van de Regieraad Bouw J. Hovers ook op impulsen vanuit de overheid. In navolging van het model �Flexis� van de TU-Delft waarbij flexibiliteit meetbaar is stelde de oud-hoogleraar en ex-voorzitter van de BNA voor, om een �ctc – index� in navolging van de EPC in te voeren. Deze �capacity to change� is van groot belang voor een duurzame toekomst. Hiermee worden ook de zorgen voor toekomstige betaalbaarheid minder, omdat niet alleen de huidige investering zichtbaar wordt maar ook de toekomstige exploitatie en uiteindelijk de sloopkosten.

Voor de Regieraad Bouw is dit mijns inziens een goede opsteker om daadwerkelijk te komen tot een transparant en innovatief bouwproces.

Ger van der Zanden,

Prefab Limburg BV

Reageer op dit artikel