nieuws

Slimme zelfdragende blobs Bolle en holle vormen

bouwbreed Premium

amsterdam – Een slimme blob bouw je niet op een ingewikkelde draagconstructie maar door een membraan te verstijven, stelt ir. Arno Pronk van de TU Eindhoven. Hij voegde de daad bij het woord en bouwde er een. Van ijs nota bene.

Naarmate bezoekers dieper Loods 6 op het Amsterdamse KNSM-eiland binnendringen, krijgen ze het steeds kouder. Halverwege de tentoonstelling tHuisfront, een alternatieve tegenhanger van de woonbeurs in de RAI, zijn ze bijna geneigd naar de garderobe terug te rennen om hun jas te halen. De oorzaak blijkt geen ontwerpfout van het gebouw of de installaties; de kou is afkomstig van een soort iglo die helemaal aan het eind van de tentoonstellingsruimte is neergezet en in stand wordt gehouden met twee koelmachines.

Een grillig geval is het, van elkaar doorsnijdende bollen en worsten. Een echte blob kortom. De goede waarnemer had buiten, voor hij de tentoonstelling betrad, al een gelijksoortige blob gezien, maar dan van tentdoek overeind gehouden door een luchtpomp.

Die opblaasblob vormde volgens ir. Arno Pronk van de TU Eindhoven de mal voor de iglo. Over de tent zijn koelslangen gelegd waar vervolgens ijskoude glycol door werd gepompt, terwijl de slangen werden beneveld. Zo zette zich een laag ijs op de slangen af. Toen die laag sterk genoeg was, kon de pomp worden uitgezet en werd de mal of pneu verwijderd.

Datzelfde kunstje hebben Pronk en collega�s in Eindhoven al eens opgevoerd met polyester; de pneu maakt namelijk deel uit van een grotere blob ontworpen door Jurgen Bey. Die blob wordt volgende maand voltooid. Maar de ervaringen met de opvallende bouwwijze waren dermate goed om het experiment in Amsterdam aan te gaan. “Want wat met polyester kan, moet ook met ijs kunnen”, redeneerde Pronk, die aan de TU een onderzoek doet naar het verstijven van membraanconstructies. “En natuurlijk met spuitbeton.”

Zo wordt bijvoorbeeld druk gedacht om het Philips-paviljoen dat Le Corbusier in 1958 ontwierp voor de wereldtentoonstelling in Brussel volgens die methode te herbouwen. Want dat lijkt een stuk eleganter dan de bewerkelijke methode die de Zwitserse bouwmeester destijds voorschreef. Tussen stalen kolommen spande hij staaldraden waarvan de mazen werden gevuld met stuk voor stuk uitgekiste betonpanelen. Vervolgens werd de hele zaak aangesmeerd. Dat kan volgens Pronk een stuk simpeler. Bijvoorbeeld door eerst een tent in de vorm van het paviljoen neer te zetten en het membraan vervolgens te verstijven. BAM Betontechniek denkt mee hoe dat het beste kan.

Pronk onderzoekt dus een heel andere weg dan typische blobarchitecten als Kas Oosterhuis en Lars Spuybroek bewandelen. Hun ontwerpen steunen doorgaans op heel complexe op de computer uitgetekende draagconstructies. Zoals het geluidsscherm langs de A2 bijvoorbeeld, dat nu verrijst bij Leidsche Rijn. Van de 40.000 staven is er niet een gelijk aan de ander.

Oosterhuis beweert bij hoog en bij laag dat hij daarvoor, dankzij zijn parametrische ontwerpmethode, maar één detail hoeft uit te tekenen. Alle andere details komen tot stand door hoeken of lengtes te variëren, maar niet door fundamentele ontwerpwijzigingen. Oosterhuis� digitale bestanden sturen direct de snijmachines van het staalbouwbedrijf aan.

Maar volgens Pronk is de theorie mooier dan de praktijk en is bijvoorbeeld voor het Noord-Holland paviljoen van Oosterhuis op de Floriade elke driehoek driedimensionaal de vorm bepaald, platgeslagen en uitgetekend. Dat is gedaan door een bedrijf dat ook betrokken is bij het Eindhovense blob-project en de iglo: Tentech uit Delft.

Pronk verwacht met zijn onderzoek naar het verstijven van membranen op een veel simpeler spoor te zitten. Door pneu�s eventueel te overtrekken met een soort kous komen bovendien holle vormen in het verschiet. Plus alles natuurlijk wat daartussen zit: vlak, in een richting gekromd enzovoorts. Die kous kan worden geïmpregneerd met hars, waardoor hij verstijft, waarna de pneu verwijderd kan worden. Voorzien van een laag pur en vervolgens weer een laag vezels met hars kan een sterke sandwichconstructie worden gevormd die ook nog een isolatiewaarde heeft. Het kan gebeuren, zoals in Eindhoven door handmatig te lamineren, maar Pronk denkt heimelijk ook al aan vacuüminjectie, een techniek die in de jachtbouw veel wordt toegepast. Misschien kan op die manier wel hoogvloeibaar beton worden aangebracht.

Het grote verschil met de jaren �60 en �70 toen architecten veel experimenteerden met schaalconstructies, is volgens Pronk dat de tenttechniek nu veel verder ontwikkeld is. Een mal vormen is dus niet langer het probleem. Er zijn krachtige computers, handige software en ook in Nederland zijn er tentenbouwers en zeilmakerijen die daar goed mee uit de voeten kunnen en heel complexe vormen kunnen realiseren. Zijn onderzoek, waarop hij over een jaar of drie hoopt te promoveren, moet mogelijkheden uitwijzen om daar ook bruikbare stijve gebouwhuid op aan te brengen. En die huid is tegelijkertijd de draagconstructie. Het levert volgens Pronk vooral aan de binnenkant heel fascinerende ruimten op.

Verloren bekisting

“Polyester en beton zijn natuurlijk de voor de hand liggende materialen voor het maken van echte gebouwen”, erkent ook Pronk.

Maar toch ziet hij de ijsconstructie in Amsterdam als meer dan een grap. Hij acht het niet ondenkbaar dat ze in een toekomstig project een tijdelijke ijslaag gebruiken om spuitbeton tegen aan te brengen. Op die manier kan een mooie gladde buitenhuid worden bewerkstelligd. Pronk: “Het klinkt misschien nodeloos ingewikkeld en het lijkt nauwelijks een simpeler alternatief voor de omslachtige methode-Oosterhuis. Maar aan de andere kant: de iglo kwam eigenlijk zonder noemenswaardige problemen tot stand. Alles pakte in de praktijk uit zoals we hadden verwacht. Dus waarom zou je niet eens proberen om te werken met een verloren bekisting van ijs?”

Bolle en holle vormen combineren, is een kunst die fabrikanten van ondergoed en bh�s al langer verstaan. Bij de overgang van borst naar buik of borst naar rug wordt het doek van de overwegend bolle bh immers in een holle vorm gedwongen. Voor de speciale maten, die steeds vaker op individuele basis worden geproduceerd, is inmiddels software voorhanden waarmee na een scan van het lichaam de ideale bustehouder wordt vervaardigd. Met behulp van dat programma, Easy, is ook de vorm bepaald voor de blob die binnenkort op de campus van de TU Eindhoven in gebruik wordt genomen. Ontwerper Jurgen Bey had daarvoor eerst een klein schaalmodel gemaakt, dat vervolgens is gescand en met behulp van het programma geanalyseerd.

Reageer op dit artikel