nieuws

Nota mobiliteit goed voor welvaart

bouwbreed

den haag – De Nota mobiliteit pakt in grote lijnen gunstig uit voor de welvaart in ons land. Dit blijkt uit globale berekeningen van het Centraal Planbureau. Wel zijn de rekenaars kritisch over de onderhoud aan het spoor en kleinere vaarwegen.

Het uitbreiden van de capaciteit van de hoofdwegen, vaak door extra rijstroken, heeft een maatschappelijk rendement van 10 procent. Dat is meer dan de gebruikelijke rendementseis van 4 tot 7 procent voor publieke investeringen. Op sommige trajecten is het rendement echter een stuk lager vanwege hoge inpassingskosten. Die kosten kunnen bijvoorbeeld voortvloeien uit natuurlijke barrières zoals het Naardermeer, IJmeer of Merwede.

Het CPB vindt dat een goede strategie voor het wegennet ook veel meer gericht moet zijn op het onderliggend wegennet. Daar besteedt de nota ook aandacht aan, maar onvoldoende duidelijk is nog hoe met belangentegenstellingen tussen Rijk en lokale overheden zal worden omgegaan. Dat zou de voortgang van een integrale benadering van de mobiliteit van het wegverkeer kunnen hinderen.

In historisch perspectief bezien lijkt de reservering van 10 miljard voor wegenonderhoud veel. Het is, zo becijferen de rekenmeesters, minder dan een procent van de vervangingswaarde. Kennelijk vereist de weg weinig onderhoud. Instandhouding van de capaciteit ligt daarom ook voor de hand. Toch moet volgens het CPB kritisch worden gekeken naar de besteding van het geld. Minder drukke wegen kunnen toe met een bescheidener kwaliteit en dus goedkoper onderhoud dan drukke wegen.

Spoorwegen zijn aanzienlijk duurder in onderhoud. Daarvoor is 13,5 miljard euro uitgetrokken, 4 procent van de vervangingswaarde. Het CPB wijst erop dat in de periode 2011 en 2020 veel onderdelen van het spoor aan vervanging toe zijn. Daarom moet ook hier kritisch worden gekeken naar waar, wanneer en in welke mate onderhoud wordt gepleegd.

Voor de verhoging van de punctualiteit op het spoor is het de vraag of dure verbetering van het spoor nodig is. Volgens het CPB is maar 30 procent van de vertragingen veroorzaakt door problemen met de infrastructuur. In de sfeer van rollend materieel en dienstregeling is daarom meer winst te halen.

Het CPB zet verder vraagtekens bij verbetering van de Twentse en Brabantse kanalen. De onderhoudskosten lijken hoog, terwijl de maatschappelijk waarde als vaarweg beperkt is, vinden de rekenaars.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels