nieuws

Met natte voeten is het soms ook veilig

bouwbreed Premium

delft – De veiligheid van gebieden achter de dijken aan de kust is traditioneel verbonden met de voeten droog houden. Maar veiligheid kan ook op een andere manier worden gewaarborgd. Dijken hoeven daarbij niet altijd noodzakelijkerwijs hoger te worden. Ze moeten echter wel sterker zijn. Bovendien moet het gebruik en het doel van het gebied achter zon zeedijk goed te combineren zijn met meer water op dat gebied.

Dat blijkt uit een toelichting van F. Hamer van de Dienst Weg- en Waterbouwkunde op het project ComCoast, onderdeel van het innovatieprogramma WaterINNovatiebron van Rijkswaterstaat. Hij is manager van het project dat gericht is op een nieuw concept voor waterkeren. Het wordt uitgevoerd met Europese subsidie door vijf deelnemende landen rond de Noordzee. Het gaat volgens Hamer zeker nog niet om realiseren van kant en klare projecten, het gaat wel om beleidsvoorbereidend onderzoek om aan de kust op een meer integrale manier veiligheid tegen hoog water te creëren. Dat is nodig om de veiligheid in kustgebieden ook in de toekomst te kunnen blijven waarborgen, zelfs bij de verwachte zeespiegelstijging en bodemdaling door klimaatveranderingen.

In de afgelopen eeuwen is te veel vastgehouden aan het uitgangspunt dat alleen hogere dijken veiliger dijken zijn en dat veiligheid ook droog betekent, stelt Hamer. Veilig én droog in stedelijke omgeving en in industriegebieden is vrij logisch. Maar in bepaalde gevallen (recreatie of viskweek) mag een gebied best wat vaker nat worden. Sterker nog, daar zou het gebied zelfs baat bij kunnen hebben, zoals bij natuurontwikkeling.

Nieuwe aanpak

Vroeger zijn in Nederland gebieden ingericht met een primaire dijk en verderop landinwaarts een secundaire dijk. Het kan gaan om gebieden van enkele honderden meters tot kilometers breedte. In de nieuwe aanpak blijft de landzijde achter de secundaire dijk veilig én droog. Het gebied tussen de twee dijken blijft ook veilig maar mag nat worden, is het idee.

De aanpak volgens het nieuwe concept van waterkeren vergt dat de primaire dijk overslagbestendig wordt gemaakt terwijl het overtollige water achter die dijk zo nodig goed kan worden afgevoerd. Met tien partners uit vijf landen wordt samengewerkt aan deze meer integrale en meer duurzame aanpak dan het alleen maar verhogen van de dijken. Er wordt samen nagedacht en het werk dat aan de orde is wordt verdeeld, stelt Hamer. De landen kunnen veel van elkaar leren en door samen op te trekken wordt het wiel niet steeds opnieuw uitgevonden.

Sommige gebieden in Engeland zijn al vaak – uit economische overwegingen – op de geschetste manier ingericht. Daaraan is veel discussie vooraf gegaan, maar per saldo zijn de ervaringen zeer positief. De Engelsen kijken voor de nieuwe aanpak nu naar de balans van de plussen en de minnen op sociaal en economisch gebied. De Duitsers zijn momenteel bezig te bekijken welke gebieden in de Noordzee-regio zich voor de nieuwe benadering lenen. In Nederland zijn ook proefgebieden aanwezig waarbij een aanpak volgens ComCoast perspectieven kan bieden.

Studieresultaten

Het ComCoast-project moet eind 2007 klaar zijn. Hamer zegt dat de deelnemende landen dan beschikken over studieresultaten die als input kunnen dienen voor nieuw beleid op het gebied van waterkeren. Daarbij hebben de partners niet alleen een theoretisch verhaal op het oog, maar worden ook juist via de pilots praktische ervaringen meegenomen.

De projectmanager benadrukt dat er tot dan nog veel moet gebeuren. Afgezien van de theorie en de praktijk moet ook veel aandacht besteed worden aan het van te voren communiceren met de regio�s, vooral waar het de mogelijke locaties voor pilotprojecten betreft. In Zeeland bijvoorbeeld ligt veiligheid en natte voeten heel emotioneel.

“Terecht als je goed kijkt naar wat daar de recente geschiedenis heeft gebracht. We willen door regelmatig overleg tijdens de loop van het project voorkomen dat mensen zich met de eindresultaten overvallen voelen. We bepraten de plannen liever eerst goed en constructief met de betrokkenen zelf”, zegt projectmanager Hamer.

Reageer op dit artikel